Zondag 24 maart 2019

Foto Pixabay

'Geroepen tot bevrijding'
Overweging bij Exodus 3: 1 – 14 en Lucas 11: 5 - 9
door Wigle de Jong 

Dat zal wel schrikken zijn geweest voor Mozes. Je staat aan het uiteinde van de woestijn bij de hoge berg Horeb; de berg van God DE ENE, en je ziet daar een brandende braamstruik.

En opeens klinkt uit dat brandje een stem:  Mozes, Mozes; ik ben de God van je vaderen en jij moet mijn volk opwaarts leiden uit Egypte; uit het slavenland naar vrijheidsland; het land van melk en honing. Om Mozes te roepen is DE ENE afgedaald; afgedaald van de berg.De voorstelling in de oudheid was dat Goden op bergen woonden om vandaar uit te heersen en te onderdrukken die in hun machtsgebied waren. In die tijd had men een verbeelding van Goden in mensengestalte, met menselijke zintuigen. En er waren vele Goden.                                                               Maar de God van de Thora en de Bijbel is anders: die daalt af.Dat betekent dat deze God geen heersende God is maar een dienende die -volgens de lezing van vanmorgen- hoort; ziet; roept en begaan is met hen die lijden en onderdrukt worden. Maar Mozes sputtert tegen: wie ben ik dat je mij hiervoor wilt sturen.Ik ben maar een eenvoudige schaapherder en al 2 keer veertig jaar. En wat zullen de kinderen van Israël wel niet zeggen.                                                                                       

En dan staat in vers 14 tot twee keer toe dat DE ENE tegen Mozes zegt:“Ik zal er zijn zoals Ik ben” En in die woorden wordt de ware essentie van de Godsnaam kenbaar: Ik ben die ik ben; Ik zal er zijn, altijd. Daartoe ben ik afgedaald; en met die belofte mag Mozes op weg gaan naar zijn volk. De hele bijbel staat vol verhalen over mensen die geroepen worden;  Abraham; Jacob; Richters; Profeten; Koningen; Priesters. En ook Jezus; de discipelen en de apostelen werden geroepen. En bijna altijd gaat het om de boodschap: het volk van Israël te redden en te leiden naar vrijheid; want ze waren een doodlopende weg ingeslagen. En wat voor Israël geldt, geldt ook voor ons; en zo gaat die roep ook ons mensen, de mensheid aan: De roep tot bevrijding en de weg van gerechtigheid in te slaan.

Maar wanneer DE ENE alle macht heeft waarom redt zij dan zelf niet?  En waar is DE ENE als wij roepen uit onmacht over het leed dat er is, of ons overkomen is.Het is een veel gestelde vraag en er zijn velen die er mee worstelen.                                                                                                                            

Zo was er een betrokken lid van een Joodse gemeente die dezelfde vraag had. En deze Jozef en de Rabbi van zijn gemeente, kwamen elkaar toevallig tegen. Het was op een mooie warme zomerdag dat de Rabbi een eindje ging wandelen;  en langs een meertje kwam waar veel kinderen en volwassenen zich vermaakten in en bij het water. Daar zat ook Jozef; op een bankje in de schaduw van een boom; en de Rabbi ging naast hem zitten.Na een praatje over het prachtige weer en de drukte bij het water zei Jozef: ”Rabbi mag ik u wat vragen?.  U weet dat bijna mijn hele familie is omgekomen tijdens de Holocaust. Maar waar was toen DE EEUWIGE?  Hij is toch almachtig en waarom heeft Hij niet ingegrepen; geen reddende actie ondernomen?   Ik kan daar niet bij….”.                                                                                                                       

De Rabbi tuurde over het water……en zei vrij plotseling: “Jozef kun jij heel goed zwemmen?  Stel dat een kind te ver het water in gaat en dreigt te verdrinken en je kunt goed zwemmen dan heb jij de plicht, om het kind van de dood te redden;  maar wanneer je niet kunt zwemmen is dat niet mogelijk. Indien DE EEUWIGE de macht had om toen in te grijpen dan was Hij verplicht geweest Zijn volk te redden en zou Hij medeverantwoordelijk zijn voor al die slachtoffers.                                                                                                                                            

Als DE EEUWIGE het wel kon maar het toch niet gedaan heeft, zou ook Hij voor de rechtbank in het proces van Neurenberg terecht hebben moeten staan. Maar DE EEUWIGE heeft niet gered en dat betekent dat Hij het ook niet kon. Jozef, DE EEUWIGE is niet almachtig maar Hij is weerloos en in die weerloosheid ligt de grootste kracht tot bevrijding, die uiteindelijk alle duistere machten zal verslaan. Daartoe vieren wij Pascha….. “                                          En ik voeg er aan toe: Daartoe vieren wij Pasen.Het verhaal van de opstanding van Jezus is hecht verbonden met het uittochtverhaal. Ook Jezus was weerloos maar is opgestaan uit deze wereld van doodsverhoudingen en slavernijsystemen. Het is een twee-eenheid; zonder Pascha kunnen we het verhaal Van Pasen niet verstaan. DE ENE is geen Almachtige. Er is een roep; een lokroep uitgegaan die leven voor ons mogelijk maakt. Er is een roepstem die ons wil doen opstaan en ons laat opstaan.                                                                 

Er is een levensleer die menselijk bestaan op aarde toekomst biedt………  Dat er mensen waren en zijn die een stem hebben verstaan leert ons de geschiedenis; ook de recente geschiedenis. Zonder de weerloze kracht van Martin Luther King  was er nooit een gekleurde president van Amerika geweest. Zonder Nelson Mandela nooit een democratisch Zuid-Afrika, hoe wankel soms ook. Zonder Gandhi geen bevrijd India; al zijn er nog kastenstelsels.                                                                                  

En hun namen met hun levensvisie hebben in onze Kerstnachtviering geklonken. Zouden zij zich vanaf het eerste begin geroepen hebben gevoeld; geroepen tot bevrijding? Eerlijk gezegd denk ik het niet. Ze hebben op een zeker moment een roepstem gehoord en hun verantwoordelijkheid genomen. Ze zijn er op een bepaalde wijze bij betrokken geraakt en konden er niet meer onderuit.                                                                                                                                                          

Wij allen zijn geroepen vanuit Pasen, vanuit de eerste dag te leven.  We leven niet naar de Zondag toe maar vanuit de Zondag.  We mogen ons bevrijd weten en over enkele weken vieren we dat met Pasen.  Verleden; heden; toekomst.                                                                                                                        

Als herinnering, dat wij door het water zijn gegaan uit het slavenhuis naar vrijheid.                                          

Alsof het die nacht gebeurt dat wij worden geroepen tot bevrijding en op weg gaan.                                                                                                                                                              

Als een visioen dat ooit werkelijkheid zal zijn: wakker worden van het eerste licht.                                              

En ondertussen op die paar vierkante meters waarop wij leven vasthouden aan dat visioen en bij te dragen aan de grote bevrijding; de uittocht uit het slavenhuis.                                                                              

Brood lenen aan iemand die geen brood meer heeft, al is het midden in de nacht. Al hebben wij de deuren al gesloten en liggen te slapen. Volgens de Oud-Testamentische leefregels mocht je wat je uitleende niet terug vragen en daardoor was lenen ook een bepaalde vorm van geven. En brood geven staat in de Bijbel voor leven aan iemand geven. Het delen van brood en wijn rond de Tafel is ook delen van leven.  Er zijn nog steeds veel mensen in benarde situaties die om bevrijding schreeuwen. Ook in ons land ondanks alle welvaart. Getuigen onder meer daar de voedselbanken niet van ? Er kunnen situaties op ons pad komen waar we niet onderuit of omheen kunnen. Je laat een mensje dat door het ijs is gezakt toch niet verdrinken? En zegt het spreekwoord niet: Wie een mens redt, redt de hele wereld? Hopelijk hebben wij ons ook, door het geroepen zijn, laten leiden bij de keuze die we woensdag mochten maken in het stemlokaal. Het is niet gek als we soms wanhopen bij de aanblik van deze wereld. Het is nog steeds slavenhuiswereld.                                                                                                                 

Maar daar tegenin,- tegen al die sombere berichten en T.V. beelden -; en daar bovenuit en toch; en toch mogen we blijven vasthouden aan dat WOORD VAN BEVRIJDING dat waar worden wil.

De zachte krachten zullen zeker winnen /  in ’t eind. 

Er is niets wat kan storen  /  ’t stijgen naar haar.                                                   

Dit is het zekere  weten  /   naar volmaakte liefde stijgt alles mee.

Dat het zo moge zijn.                                                                                                                                                                   

Copyright © 2013. All Rights Reserved.