Zondag 7 april 2019

 

Foto Pixabay

Overweging bij Jesaja 58,7-10, Psalm 126 en Lucas 20,9-19
door Simone Snakenborg

 

Het internet is bedolven onder de checklists. ’s Werelds grootste zoekmachine Google geeft teksten met opsommingstekens voorrang in de lijst met zoekresultaten. Volgens Google zijn opsommingen goed leesbaar. Het gevolg is dat wij worden overspoeld door online checklists. Die kunnen echt overal over gaan: verhuizen, vakantie, je baby, trouwen, scheiden, enzovoort.

Zo is er ook de checklist: Ben ik naïef - of te goed van vertrouwen.

Mocht de lezer de meeste checkvragen met “ja” hebben beantwoord, dan biedt de schrijver een persoonlijk coachingtraject aan op het gebied van persoonlijke effectiviteit.

De vraag is echter: kun je te goed van vertrouwen zijn? Want wanneer is iets ‘goed’ en wanneer ‘te goed’? Dat is zo lastig te bepalen. Zo blijkt uit de lezingen van vandaag.

 

Jezus vertelt aan toehoorders de volgende parabel. Een grootgrondbezitter stuurt achtereenvolgens drie knechten naar zijn wijngaard om bij de boeren zijn deel te innen van de opbrengst. De mannen worden zonder pardon afgeranseld.

De wijngaardeigenaar houdt voet bij stuk. ‘Wat zal ik doen?, vraagt hij zich af. ‘Ik zal mijn geliefde zoon naar hen toesturen. Voor hem zullen ze toch wel ontzag hebben?’

De wijnboeren zien het anders. Ze vermoorden de zoon, zodat de verpachter geen erfgenaam meer heeft en de grond vrijkomt aan de Joodse bevolking.

 

Is de wijnverpachter te goed van vertrouwen, en maken de boeren hiervan misbruik door te mishandelen en te moorden? Liggen de zaken zo simpel? Dat valt te bezien.

Nee, de boeren hoeven niet trots te zijn op hun daden. Maar nu de context van het verhaal.

 

Jezus vertelt de gelijkenis in een tijd waarin veel land in Galilea aan grootgrondbezitters toebehoorde. Velen kwamen in opstand, want dat is onrecht. Er was in Jezus’ tijd ook zo’n opstandig gevoel bij de mensen: de Romeinen moesten het land uit en de grond moest vrij komen voor de eigen Joodse mensen. De oude staat Israël, het koninkrijk van David, moest in ere worden hersteld, De Zeloten, dat waren vrijheidsstrijders, bereidden een dergelijke opstand voor, en de Galilese boeren waren daar best voor te vinden!

 

De vraag is: wie maakte er misbruik: de boeren, die mishandelden en moordden? Of de wijnverpachter, die de boeren misschien wel uitbuitte en arm hield?

Wie was er nu naïef: de eigenaar, die de boeren vertrouwde? Of was het de zoon die naïef was, omdat hij zich door zijn vader naar de wijngaard liet sturen? Die in goed vertrouwen gehoorzaamde en dat met zijn leven moest bekopen.

 

Vertrouwen of beschamen van vertrouwen, een wankel evenwicht.

In deze tijd waar we veel horen over seksueel misbruik in de kerk en ook daarbuiten. Waarover veel wordt geschreven en gesproken en soms, denk ik, nog meer over wordt gezwegen. In deze tijd is ‘vertrouwen of beschamen van vertrouwen’ een actueel thema. Kinderen die hun ouders en leraren vertrouwden, ouders die onderwijsinstellingen en  hobbyclubs vertrouwden. Waren zij naïef, te goed van vertrouwen? Of leunden zij op iets waarvan zij dachten dat het vaste waarden en normen waren? Bijvoorbeeld: wat u wil dat niet geschiedt, doe dat ook een ander niet.

 

Als je met dit actuele misbruikthema in je oren naar het verhaal van Jezus luistert, wat blijft er dan nog over van de eigenaar? Was hij goedgelovig? Of misbruikte hij de boeren om een deel van de opbrengsten op te eisen waarvan hele gezinnen moesten leven. En misbruikte hij zijn zoon door hem willens en wetens naar de boeren toe te sturen? Eerst drie knechten bont en blauw, en toch zijn zoon erheen.

 

Wie hierop een antwoord heeft, die mag het zeggen ....

 

En ik maak het graag nog een beetje ingewikkelder. Want Jezus laat de eigenaar resolute maatregelen nemen. Hij komt zelf, doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard aan anderen. De vader vermoordt de moordenaars. Dat is recht. Ook al was Jezus tegen het joodse ‘oog om oog, tand om tand’.

 

Hoe kan dat nu recht zijn? Om dit te begrijpen hebben we nog wat meer achtergrond bij deze lezing nodig. Jezus vertelt de gelijkenis, zittend in de tempel van Jeruzalem. Chronologisch gezien een beetje verwarrend. Dat hij aankomt in Jeruzalem, dat vieren wij volgende week met Palmpasen.

Jezus vertelt het verhaal van de wijngaard midden in een discussie met Hogepriesters en Schriftgeleerden die ook in de tempel aanwezig waren. Als reden voor de rechtvaardige moord door de verpachter, noemt hij: ‘De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden, en iedereen op wie de steen valt, zal worden verpletterd.’

Met de afgekeurde hoeksteen verwijst Jezus naar zichzelf. Hij citeert hiermee psalm 118 en verwijst naar de “kostbare hoeksteen” uit Jesaja 28.

 

Jezus, de afgekeurde hoeksteen. De zoon van de verpachter, die de wijngaard oploopt en weet wat ervan komt. “God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten ... Nooit hebt Gij dat vertrouwen beschaamt.”

Die afgekeurde hoeksteen moet stuk gaan en daarmee de bolwerken verpletteren van het ‘oude geloof’, waar geld is goed, onder welk bewind dan ook. Die afgekeurde hoeksteen mag de tempel doen ineenstorten om plaats te maken voor een tempel op fundamenten van liefde.

 

Wie doet recht, wie misbruikt en wie vertrouwt, dat is de centrale vraag van vandaag. Een vraag met een veelvoud aan antwoorden, die in elkaar grijpen en elkaar in de haren vliegen.  

We kunnen ons laten meevoeren in deze strijd tussen recht, vertrouwen en misbruik. We kunnen onszelf naïef noemen en goedgelovig. Want we hadden het toch kunnen weten? Het kwaad is overal en draait ons een loer.

 

Copyright © 2013. All Rights Reserved.