Zondag 12 mei 2019

 

Foto Pixabay

"Op weg naar Emmaüs" 

 

Vorige week was Edith Eger te gast in Nederland. Edith Eger, ze overleefde het concentratiekamp Auschwitz, maar verloor wel haar ouders. Ze schreef een mooi boek over haar leven: De keuze. Ik moet aan haar denken bij het horen van het verhaal van de Emmaüsgangers.

Zij hebben de hoop verloren, ze keren zich af van Jeruzalem – die ‘Stad van Vrede’ is een stad van de dood geworden. Zij zien geen licht meer, de hoop is weg. Je zou denken: Edith Eger, ze heeft de verschrikkingen van de oorlog gezien en ervaren, ze is haar ouders verloren, kan zij nog hoop hebben, kan zij nog licht zien?

            De Emmaüsgangers hebben de hoop verloren, hun hoop op waarachtig leven is gestorven aan een kruis. Zij hadden geloof, geloof in Jezus die zij zagen als bevrijder, als messias, en hun geloof is volledig weg. Zij zijn bepaald geen vrome kwezels die, blind voor de werkelijkheid om hen heen, vasthouden aan een happy-clappy geloof. Nee, hun wanhoop en teleurstelling zijn echt. Dat vind ik nou zou leuk aan de Bijbel: we zijn geneigd snel door te lezen naar het eind van het verhaal – ja, we weten het: het komt goed, de vreemdeling loopt met hen mee en die vreemdeling blijkt Jezus te zijn. Happy end. Maar voor we dat happy end kunnen afkondigen, moeten (of mogen) we op weg met twee ongelovigen. ‘Maar Jezus, zagen ze niet’- er is verwarring, ongeloof, een niet-meer-weten. De Schrift toont ons de Emmaüsgangers die het niet meer zien zitten. ‘Dood heeft niet het laatste woord’, is ons gezegd, maar de rauwe werkelijkheid is anders: we zien dood, oorlog en geweld. ‘De duisternis zal ons niet overmeesteren’, is ons gezegd, maar op vele plaatsen in onze wereld lijken de duistere machten het te winnen. Samen met de Emmaüsgangers neig ook ik eerder tot ongeloof. Mooi hoor, die verrijzenisverhalen, die verhalen van leven dat overwint, maar ik zie het niet.

            Misschien moeten we het ongeloof van de Emmaüsgangers maar eens serieus nemen. We leren van hen niet geloven, maar on-geloven. Zij dagen ons uit de weg van diepe twijfel en waarachtig ongeloof te gaan. Zij dagen ons uit de werkelijkheid zoals die is serieus te nemen, te aanvaarden, met al zijn rauwe kanten. De Emmaüsgangers dagen ons uit de scherven van het leven te zien, op te pakken. Want, zo lijken zij ons te zeggen, pas als je ten diepste ervaart dat jíj geen antwoord hebt op de zinloosheid van de dood, dat jíj de duisternis niet kunt keren, pas dan kan er iets anders in jou tot leven komen, iets wat je niet kunt sturen of beredeneren, iets wat… of iemand die… Het nieuwe gebeurt in de verwarrende ervaringen van het niet-weten en het niet-kunnen. Het nieuwe gebeurt in de verwarrende ervaring van het on-geloven: een vreemdeling die een vriend wordt, een gast die gastheer wordt, ongeloof dat verandert in vurige hoop waarover we vertellen moeten.

In dagblad Trouw van vorige week zaterdag stond een mooi interview met Edith Eger. Daarin zegt zij onder meer: “God was bij mij, in Auschwitz (…) en ja, God was er ook toen mijn vader en moeder werden vergast. Geloof me, ik heb mijn vuist naar de hemel gebald, maar één ding is zeker: God heeft mijn ouders niet vermoord. Mensen hebben dat gedaan. En God zorgde ervoor dat mijn woede omsloeg in medelijden, Niemand werd geboren om te haten. Ik koos voor liefde (…). Het is de liefde die me heeft gered. Het is de liefde die me in leven houdt.” Woede die liefde wordt, ook al kan het niet. Het gebeurt.

           

Copyright © 2013. All Rights Reserved.