Zondag 9 juni 2019

 

Foto Pixabay

Overweging Pinksteren

Pinksteren is het feest van de geest; van begeestering en bezieling dus. Het is naast Kerstmis en Pasen een van de drie onweersproken hoogfeesten van de christelijke kerken. Maar het is van die drie toch het minst geprofileerde. Iedereen kent wel ‘het gevoel van’. Van Kerstmis of Pasen. Maar wat is ‘het gevoel van’ Pinksteren?

 

Laten we stilstaan bij de hartstochtelijke begeestering en bezieling waar het met Pinksteren om draait. Mensen kunnen begeesterd worden en bezield raken wanneer ze door iets of iemand werkelijk van binnen geraakt worden. Pinksteren is het feest waarop we vieren dat God de mensen in hun hart getroffen heeft, zoals de pijl van Cupido. Dat is niet iets wat we zelf voor elkaar kunnen krijgen. We kunnen onszelf niet begeesteren, net zo min als we onszelf kunnen kietelen. Dat kan alleen maar als je door een ander geraakt wordt… door iets of iemand van buitenaf, waar je zelf geen greep op hebt.

God is geest… zeggen we. En de geest waait waar hij wil. Ik zeg het nog maar eens: net zo min als ze bij het KNMI in De Bilt greep krijgen op de wind, krijgen mensen greep op die geest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het beeld van God als een waaiende wind vaak voorkomt in de bijbel. Van meet af aan eigenlijk. Helemaal in het begin, bij de schepping al. “…de aarde was woest en ledig, duisternis lag over de diepte, en Gods geest zweefde over de wateren.” (Gen 1,2) Kortom: het woei. Zeg maar rustig: het stormde. Vele jaren later ontmoette Elia God op de berg Horeb. Daar trok God aan Elia voorbij, niet met het geweld van een aardbeving of onweer, maar als… “het suizen van een zachte bries” (1 kon 19, 11-13). God is geluwd… Maar op de dag van Pinksteren zwol God weer aan… “er kwam uit de hemel een gedruis alsof er een hevige storm opstak” (Hand 2,2). Bij iedere windsoort kun je je een godsontmoeting voorstellen: als een zachte bries, een ademtocht, een frisse zeewind, een zenuwslopende mistral of tramontana, een warme föhn of een verwoestende tornado. God is geest: waaien doet zij. Telkens komt het erop neer dat er pas leven in de tent komt, wanneer God komt aanwaaien in je bestaan.

Een mens is geen geest. Mensen zijn van vlees en bloed. Een mens is een dier dat bezield kan raken. En de bijbel vertelt hoe dat gebeurt. Hoe dan? Door ongewapend en onbeschut in de wind te gaan staan! … door alle ramen en deuren eens open te zetten en de boel goed door te luchten. Adam werd eerst door God geboetseerd uit klei, maar wordt pas tot leven gewekt wanneer hij door God wordt aangeblazen. Er staat: “God blies hem de levensadem in de neus: zo werd de mens een levend wezen” (Gen 2, 7). En in het Pinksterverhaal van Johannes doet Jezus datzelfde opnieuw met zijn leerlingen. Daar staat: ‘Hij blies over hen en zei: “Ontvangt de heilige Geest”.’

Een oude kerkvader had daar een uitgesproken idee over. Volgens hem zijn mensen eigenlijk een soort muziekinstrumenten. Harpen namelijk. Om precies te zijn: windharpen. Zo’n harp is een snaarinstrument dat door het waaien van de wind aan het klinken wordt gebracht. Hij begint dan op een mysterieuze manier te neuriën of te zingen. Op die manier maakt hij van de wind iets hoorbaars, hij maakt er geluid van. En wanneer mensen dus windharpen zouden zijn, dan zijn ze ook in staat om hun snaren te laten aanstrijken door Gods geest die waait, om zodoende die geest ervaarbaar, tastbaar aanwezig te stellen. En wanneer dat gebeurt, dan zijn ze bezield. Dan worden ze een beetje transparant – ze worden dan woordvoerders van God… niet doordat ze zich opwerpen als fantasieloze, dogmatische spreekbuizen van de goddelijke wet, geboden of verboden, maar simpelweg door de bezieling, de begeestering, de hartstocht of de inspiratie waarmee ze gewoon zichzelf zijn. Aangeraakt als ze zijn.

Maar dat gaat niet zomaar. Zo’n harp waait met alle winden mee, en wie garandeert dat je eigen, o zo authentieke begeestering niet simpelweg een bevlogenheid met een luchtkasteel is? Moet zo’n windharp niet goed gestemd zijn?

Er is een lied dat de meesten van jullie kennen omdat het hier regelmatig wordt gezongen. Vorige week nog. Het is een gebed eigenlijk, en het luidt:

Gij wacht op ons

Totdat wij opengaan voor u

Wij wachten op uw woord dat ons ontvankelijk maakt

Stem ons af op uw stem,

Stem ons af op uw stem

Op uw stilte

De windharp die we zijn moet afgestemd zijn op God en mensen. En of hij daar werkelijk op afgestemd is, dat kun je eigenlijk alleen zien aan de vruchten die eruit voortkomen. Maar als hij zo afgestemd is, dan begint hij te zingen en noemen we dat terecht bezieling, begeestering… hartstocht: door God bezeten zijn. Op dat zelfde moment worden we dan geboren zoals Adam geboren werd. 11We worden dan door God aangeblazen en getokkeld. Iedereen die ooit ergens door begeesterd is geraakt, weet hoe dat voelt en hoe dat smaakt… hij weet dat bezieling licht maakt, en dat begeestering aanstekelijk is. Wanneer één zo’n harp begint te klinken, beginnen de anderen vanzelf te resoneren met tonen en boventonen. Net zoals in een piano waarop je één toets aanslaat terwijl je het pedaal ingedrukt houdt. Wanneer dat met mensen gebeurt, dan is daar een oud woord voor sym-patheia, sympathie… letterlijk samen-voelen… resoneren. Men verstaat elkaar, niet omdat men elkaars vocabulaire kan ontcijferen, maar omdat men elkaars eerste moedertaal van de ziel spreekt en door hetzelfde gegrepen is.

Zo stel ik me Pinksteren voor. Als een gelukt moment van afstemming op God en mensen, dat een onvergetelijke herinnering achterliet bij degenen die het ondervonden. Waarin Gods geest woei, waarin enkelen afgestemd en aangeblazen werden en toen begonnen te spreken – een spreken dat eigenlijk een zingen was. Waarop anderen toen begonnen te resoneren omdat hun gevoelige snaar werd geraakt. En voordat men het wist, werd de Babylonische spraakverwarring even teruggedraaid en verstond men elkaar; Parten, Meden en Elamieten, enz. enz

Copyright © 2013. All Rights Reserved.