Zondag 22 september 2019

Foto Steve Buissinne via Pixabay

Overweging bij Amos 8, 4-7 en Lucas 16, 10-13  

Beide lezingen van vandaag gaan over God en over geld. En vooral de eerste lezing uit de kleine profeet Amos, bracht me als vanzelf terug naar mijn studententijd. U moet namelijk weten dat ik in de jaren 70 van de vorige eeuw theologie studeerde, en dat het in die tijd in onze kringen volkomen vanzelfsprekend was

dat je als theoloog ook socialist, in ieder geval links was. Ons idee van christelijk geloven was onmiddellijk verbonden met politieke actie die werd geïnspireerd door de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheologie waarin de bevrijding van arme Latijns-Amerikaanse (koffie)boeren vanonder het juk van steenrijke grootlandbezitters, het model vormde voor ‘verlossend handelen’. We gebruikten de Bergrede als een ideologisch breekijzer om de macht van het kapitaal te breken. Het was de tijd waarin Huub Oosterhuis in zijn liederen en psalmvertalingen steeds meer het woord ‘gerechtigheid (doen)’ (met deze politieke betekenis) ging gebruiken als vertaling van het Hebreeuwse tsedakah, dat eerder meestal met caritas of ‘naastenliefde’ werd vertaald. De tijd ook waarin Jezus steeds meer op Che Guevara ging lijken, of Che op Jezus… hoe dan ook een vrijheidsstrijder.

Inmiddels ben ik wel iets wijzer geworden, en is de wereld ook veranderd. Wat toen actueel en urgent was, is weggedeemsterd uit het collectieve bewustzijn terwijl er andere zaken voor terug kwamen. Zo vlak na de Vietnamoorlog waren ‘koude oorlog’ en ‘apartheid’ acute politieke thema’s, terwijl salafisme en jihad nog onbekende woorden waren; en de acute dreiging van de atoombom van toen  heeft plaats gemaakt voor die van het klimaatprobleem dat toen nog geen enkele betekenis voor ons had. En uiteindelijk: het lijden van arme Argentijnse boeren maakte minstens in de media plaats voor dat van bootvluchtelingen. Hoe dan ook, gerechtigheid blijft geboden.

Terug naar Amos die me dus deed denken aan de jaren 70. Amos geldt als een profeet, maar zelf wilde hij daar niet van weten. Hij was een schapenfokker en vijgenteler (Am 1,1 en 7,14). Kortom, hij was een boer. En boers, recht voor zijn raap en soms ronduit grof, zijn ook zijn profetieën. Met weinig gevoel voor tact of diplomatie gaat hij te keer in onversneden donderpreken. Hij is alom bekend vanwege zijn schuimbekkend gefoeter (Am 7,16), want hij is woest, spinnijdig, razend. Waarop? Met name op het geld, en dan vooral op datgene wat geld en rijkdom met mensen doen. Want… hoe meer kapitaal ze hebben, hoe meer ze willen hebben en hoe onbetrouwbaarder en hebberiger ze worden. Ongetwijfeld was het deze ‘kritiek op het kapitaal’ die me deed terugdenken aan mijn studententijd. Maar was dat terecht? Ja en nee eigenlijk.

Wanneer Amos de rijke uitbuiters in de mond legt: “Dan kopen wij de kleine man voor geld, de arme voor een paar schoenen, en verhandelen wij zelfs het uitschot van ons koren” dan stelt hij dezelfde ongerechtigheid aan de kaak als die waartegen wij ons verzetten (de bevrijdingstheologie):  rijken die armen uitbuiten. Maar als je vraagt waar die schofterigheid onder de mensen vandaan kwam dan geeft Amos een heel bijzonder antwoord waar wij niet aan gedacht hadden: materiële welvaart gaat niet alleen ten koste van de mensen die er niet aan deelhebben, maar ze corrumpeert vooral de mensen die er wèl aan deelhebben. Wij dachten dat gerechtigheid de koninklijke weg naar welzijn was, maar Amos signaleert ook het omgekeerde: dat welvaart (voor allen) de gerechtigheid dreigt te vernietigen.

Amos leefde namelijk in een tijd van economische en politieke bloei… hij ziet om zich heen hoe de toegenomen welvaart van het volk gepaard gaat met een afname van hun overgave aan de Ene; ze worden verwend, zelfvoldaan, lui, gemakzuchtig en ontrouw… hun toewijding wordt een holle pose… naarmate ze meer bezitten hebben ze ook meer te verliezen en worden ze protectionistisch en argwanend naar elkaar. Men zegt wel: “nood leert bidden”. Maar Amos maakt precies het omgekeerde mee: dat men door overvloed het oprechte bidden verleert en decadent en oppervlakkig en ontrouw wordt. Amos stelt een vernietigende diagnose: men verheugt zich in welvaart, maar leeft in feite aan de voet van een vulkaan die weldra zal gaan brullen.

Laten we nu naar de tweede lezing gaan; die uit het evangelie van Lucas. Ook die gaat over geld, en het lijkt erop dat Lucas goed naar de boodschap van Amos geluisterd heeft. Lucas heeft het over de mammon. Dat woord ‘mammon’ komt uit het Syrisch en kan gewoonweg ‘geld’ of ‘rijkdom’ betekenen, maar in het bijzonder slaat dat woord op een bepaalde mentaliteit: de zucht naar rijkdom. En zoals ik zei heeft Lucas goed naar Amos geluisterd, want hij spreekt over de onrechtvaardige mammon (vert. ‘geldduivel’). Kortom, de zucht naar rijkdom werkt ontrouw en onrechtvaardigheid in de hand.

Tot zover spreken Amos en Lucas met één mond. Toch voegt lucas daar iets aan toe. Amos houdt het bij een gloedvolle tirade tégen de mammon. En ook Lucas erkent dat een mens geen twee heren kan dienen: “Je kunt niet God dienen en de mammon.” Kortom, je moet een keuze maken. Voor zowel Lucas als Amos betekent dat: kiezen vóór God en tégen de mammon. Maar dan komt er bij Lucas iets bij dat bij Amos niet genoemd wordt: die keuze voor God ligt in de betrouwbaarheid waarmee je de dingen doet. Dat woord en de aansporing tot ‘betrouwbaarheid’ komt in die korte evangeliepassage vijfmaal voor. Dus: kiezen voor de mammon (‘geldzucht’) is kiezen voor onbetrouwbaarheid in je verhouding tot zowel God als de mammon. Maar kiezen voor God is kiezen voor betrouwbaarheid ten overstaan van God maar óók ten overstaan van de mammon. Daarom kan Jezus in Lucas’ evangelie zeggen:

“Ben je niet betrouwbaar geweest in de onrechtvaardige mammon, wie zal jou dan het waarachtige goed toevertrouwen?

Kortom, wees te vertrouwen. Wees altijd te vertrouwen. Wees een mens waarop mensen kunnen bouwen. In het kleine en in het grote, in het lage en in het hoge, in het smerige en in het zuivere, in het weerzinwekkende en in het verlangenswaardige. Wees altijd een mens waarop mensen kunnen bouwen. Want zo werk je mee aan Gods rijk waarvan we zo dadelijk zingen:

Daar staat de stoel van het recht

Daar zal staan de tafel der armen

Dan is de dag van het lam

Zie, ik kom haastig zegt Hij.

Copyright © 2013. All Rights Reserved.