Overweging 10 november 2019 door Arthur van Tongeren

Bij Jesaja 1, 18-26 en Lucas 19, 41-48

Tja, die lezingen die we daarnet hoorden, wat moeten we daar nu mee? Twee keer horen we dat Jeruzalem beklaagd wordt. Een elegie, een klaagzang, over hoe het gesteld is met deze stad, die eens het voorbeeld was voor alle steden en alle mensen, waar ook ter wereld. Als profeten een klaagzang aanheffen over een stad, dan weet je dat er echt iets grondig mis is. Profeten raaskallen niet zomaar wat, zij zijn de spreekbuis van de Eeuwige in deze wereld. Jesaja – aan het woord in de eerste lezing – heeft nogal een stevig verhaal. In het gedeelte dat voorafgaat aan de lezing van vandaag staat een niet mis te verstane boodschap: de wereld is in opstand gekomen tegen het woord van de Enige, is verworden tot een geslacht van boosdoeners, verdorven mensen. Ze worden aangesproken als ‘leiders van Sodom’ en ‘volk van Gomorra’, dat zegt genoeg dunkt me. De trouwe stad, zo hoorden we, is verworden tot een hoer; er wordt enkel gedacht aan eigen gewin en de meest kwetsbaren – in de Bijbel vaak als weduwen en wezen benoemd – worden niet beschermd. Onrecht heerst alom, de leiders zijn schijnheilig. Zij menen door offers, wierook, gebeden en fraaie liederen de Enige gunstig te stemmen. Maar die zijn niets waard als ze niet voortkomen uit een oprecht hart van een rechtvaardig mens. “Leer liever het goede te doen, wees rechtvaardig, help de verdrukten, verschaf recht aan weduwe en wees”, profeteert Jesaja. Als er op huidige wijze wordt voortgeleefd, dan zijn stad en inwoners gedoemd ten onder te gaan. Onontkoombaar noodlot, of is er nog een uitweg? Jesaja zou Jesaja niet zijn, als hij niet ook een visioen, een nieuwe toekomst te bieden had. Als de mensen weer de weg van het recht kiezen, leven naar het Woord, zal alles ten goede keren en zal het beste van het land hen ten deel vallen. De Eeuwige heeft gesproken…

Ook Jezus heft een klaagzang aan over Jeruzalem, vlak voor hij er binnengaat. Ook in zijn tijd is de stad blijkbaar tot de ondergang gedoemd. Maar dat wat Jezus ‘voorziet’ is wel onontkoombaar. Als we bedenken dat alle evangeliën geschreven zijn tientallen jaren na Jezus’ leven is dat meteen duidelijk: Lucas beschrijft hier de verovering en daaropvolgende vernietiging van Jeruzalem door de Romeinen, in het jaar 70 – iets waar de gemeente waarvoor hij schreef maar al te goed van op de hoogte was helaas. Toch zijn er ook overeenkomsten met de vroegere situatie. Ook nu zijn de heersers corrupt en meer uit op aanzien en eigen gewin, dan op gehoor geven aan het Woord, aan de Thora. Nog altijd wordt de meest kwetsbaren onrecht aangedaan en viert schijnheiligheid hier en daar hoogtij. Dat komt onder meer tot uitdrukking in de wijze waarop op het tempelplein handel wordt gedreven met offerdieren en offermunten, die met woekerwinsten worden verkocht, ten koste van vooral de armen die hier komen bidden. Dáártegen komt Jezus in opstand. Hij leest de handelaars niet enkel de les, maar verjaagt ze ook van het tempelplein. Een terechte actie als je – zoals Jezus –  denkt en leeft vanuit de Thora, en het heiligdom van de Eeuwige respecteert. De hogepriesters, schriftgeleerden en leiders van het volk willen wel van hem af. Zij zijn meer gebaat bij een status quo, varen wel bij de situatie zoals die is. Hun eigen lot en aanzien vinden ze belangrijker dan dat van de armen en hulpelozen, zo lijkt het.

Je zou denken dat de mens uiteindelijk iets leert van het verleden, en dat in navolging van Jezus met name het christendom heeft gezorgd voor meer recht en betere leefomstandigheden voor de armen en verdrukten van deze wereld. Was het maar waar! In de eeuwen na Jezus, ontstaat een nieuwe kerk met een eigen machtsstructuur; een hiërarchisch geordende maatschappij, waar godsdienst functioneert om mensen op hun plaats te houden. Terwijl de Bijbel juist zou moeten leiden tot bevrijding van mensen, wordt die gebruikt om ze te onderdrukken. In de negentiende eeuw staat een kleinzoon van twee rabbijnen op, en schrijft zijn visie over een rechtvaardige wereld. Zijn naam: Karl Marx. Over Marx’ visie zei de Zuid-Amerikaanse bevrijdingstheoloog Ernesto Cardenal ooit in een interview: “Het communisme van Marx, de maatschappij waarin geen egoïsme en onrechtvaardigheid meer zullen bestaan, is hetzelfde als wat wij als christenen verstaan onder het koninkrijk van God op aarde.” Het ideaal van Marx lijkt beïnvloed door de profeten uit de Bijbel, waarmee hij vanuit zijn opvoeding vertrouwd moet zijn geweest. In lijn met de profeten voorspelt en verwacht hij, dat de staten en machthebbers die het mensenrecht verachten, hun oorlogen zullen verliezen, ten val zullen komen. Niks onontkoombaar noodlot! Onderdrukten en mensen van goede wil, die opkomen voor hun recht en een eerlijke wereld maken voor al wat leeft. Waar brood en recht en liefde is genoeg voor allen. Helaas voor Marx en voor ons, bleek de totstandkoming van zijn heilstaat niet zo eenvoudig.

Maar zijn visioen van een nieuwe mensheid is voor velen een inspiratie geweest. Onder hen de politiek geëngageerde Duitse schrijver Bertolt Brecht. Hoewel geen gelovig christen, lijkt Brecht in zijn taal een leerling van de Bijbel. In zijn gedicht Aan hen die na ons komen schrijft hij:

 

Mijn krachten waren pover.
Het doel lag in duizelende verte.
Wel was het duidelijk zichtbaar
maar ook voor mij
nauwelijks te bereiken
(…)

Jij, die zult opduiken uit de maalstroom
waarin wij zijn ondergegaan,
gedenk,
wanneer je over onze zwakheden spreekt,
ook de duistere tijd
waaraan je zelf bent ontsnapt

Vaker van landen wisselend dan van schoenen
doorstonden wij de oorlogen van de klassen,
vertwijfeld,
omdat er niets dan onrecht was
en geen opstand.

Ook de haat tegen de laagheid
verwringt de gezichten.
Ook de toorn om het onrecht
maakt de stem hees. Ach, wij
die de aarde wilden toerusten voor vriendelijkheid,
konden zelf niet vriendelijk zijn.
Maar jij, wanneer het zover is gekomen
dat de mens de mens een naaste is,
gedenk ons
met welwillendheid.

(vertaling Gabriel Smit)

 Gelovig of niet, ‘De mens de mens een naaste’ is heel de Bijbel op de nagel van je pink geschreven. Kortste omschrijving van het bijbels-profetische visioen van ‘nieuwe hemel nieuwe aarde’, van het evangelische ‘koninkrijk Gods’. Dat dat waar mag worden, onontkoombaar. Dat wij het mee mogen maken.

Moge het zo zijn.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *