Overweging zondag 29 december door Ingrid van Beuzekom

Bij Jesaja 61, 10-62 3 en Lukas 2, 33-40

 

Enkele jaren terug zagen we de beelden van Aleppo, eens de grootste stad van Syrië met meer dan 2,5 miljoen mensen; de langst constant bewoonde stad ter wereld. De stad ligt sindsdien voor een groot deel in puin, de stad die eens toevluchtoord was voor de vroege christenen uit Jeruzalem, toen die stad werd verwoest in 70 n. Chr.

Als er ooit weer mensen vanuit Europa, Turkije, Libanon of waar ze ook heen zijn gevlucht, terug zullen keren naar Aleppo vinden ze een verwoeste stad, mensen doen hun best om deze stad weer op te bouwen van de grond af om weer een nieuw bestaan te kunnen beginnen.

Ik stel me voor dat dit een zelfde situatie is als toen de teruggekeerde ballingen uit Babel in een verwoest, verlaten Jeruzalem proberen hun bestaan weer op te bouwen. Ze zijn treurig gestemd en hebben geen idee hoe dit ooit weer een mooie stad zal moeten worden.

Jesaja probeert in zijn laatste deel, de mensen te bemoedigen met woorden over Gods beloftes. Het gelezen gedeelte van vandaag is een grote lofzang. Jesaja had, net als zijn tijdgenoot Micha in zijn laatste gedeelte, al toen ze nog in Babel zaten de mensen een hart onder de riem gestoken door zijn prachtige heilsprofetieën, zoals: “Breek uit in gejubel ruïnes van Jeruzalem, want de Heer troost zijn volk, hij koopt Jeruzalem vrij!”. Maar de dagelijkse werkelijkheid is heel anders en lijkt hopeloos en alle pogingen zijn vruchteloos.

 

Uitzichtloosheid wordt in de bijbel vaak met vruchteloosheid verbonden. Lucas begint zijn evangelie met een oud echtpaar zonder kinderen, Elisabeth, zo staat er, is onvruchtbaar.

En hij sluit het gedeelte van de geboorte van Johannes en Jezus ook weer af met twee stokoude mensen, die hun levenlang hebben gewacht op iets wat niet komt, Simeon en Hanna.

De priester en de profeet, ze zijn oud en versleten net als het verhaal over de verlosser die komen zou.

En dan is daar ineens toch die langverwachte koning, de Messias, de gezalfde, koning, hogepriester en profeet tegelijk. Het is nog een pril begin, een kleine twijg aan de tronk van Isaï, maar genoeg voor Zacharias en Elisabeth, genoeg voor Simeon en Hanna om te geloven en te hopen.

Ook wij wanhopen best wel, want nu ligt er niet een stad in puin, maar een hele wereld. In het afgelopen jaar waren er beelden genoeg van oorlog, aanslagen als in maart in Christchurch, 41 massamoorden in de Verenigde Staten, het schietincident in een tram in Utrecht, een aanslag op de London Brigde, een advocaat die wordt doodgeschoten omdat hij zijn werk uitvoert… om er maar enkelen te noemen.

 

Hoe beïnvloeden deze beelden onze toekomstverwachting? Waar moet dat heen? Kunnen we dan alleen nog maar schuilen met Claudia de Breij, of dromen met Imagine van John Lennon?

 

Jesaja pept de teruggekeerde ballingen op ze te wijzen op Gods gerechtigheid. Dat is wat God zelf uiteindelijk doet met Jezus, hij treed uit zijn schaduw en toont zijn gerechtigheid en spreid deze uit over de wereld. Het komt van Gods kant, daar waar Simeon en Hanna het verwachtten.

Je hoort hen bijna zeggen: waar bleef je al die tijd?

“Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil … want kennis van de Heer vervult de aarde.”, had Jesaja al eerder aan de ballingen gezegd. De gerechtigheid krijgt dus pas vorm als er voldoende mensen zijn die zich Gods kennis hebben eigen gemaakt. Dat is het belang van geloofsgemeenschappen.

Het is de laatste jaren trending om laatdunkend over de kerk en het geloof te doen, maar de grote waarde zit hem in die kennis. Dat de trend van kerksluitingen zich de komende jaren in zal voortzetten is niet het aller belangrijkste, deze gebouwen zijn tenslotte maar steen, maar dat de geloofsgemeenschappen verdwijnen en daarmee de interesse voor de kennis van Gods gerechtigheid, is essentiëler.

Want mensen die daar ten volle in geloven zullen zich onvermoeibaar inzetten voor gerechtigheid en dat is wat deze wereld nodig heeft. Echter ook zijn er in het afgelopen jaar lichtpunten te noemen van een wending in de tijdsgeest wellicht, mensen die opstaan van buiten de geloofgemeenschappen, mensen die inzien dat hun inzet nodig is om de wereld te veranderen.

Jongeren die opstaan om ons te laten zien dat zij de aarde serieus nemen, dat zij het van belang vinden om het anders te gaan doen!

 

God heeft de tijd genomen voor Hij zelf zijn gerechtigheid gestalte gaf in een kwetsbaar kind. Dat kind was puur afhankelijk van de liefde en zorg van mensen. Zo werkt Gods gerechtigheid, het krijgt pas gestalte in de aandacht en liefde van mensen. Mensen mogen opstaan, gerechtigheid doen aan elkaar en de aarde waar we op leven.

 

We hebben niet meer alle tijd, veel te veel tijd hebben we al laten verstrijken, 2000 jaar en meer dan af en toe een aanzet is er nog niet tot stand gekomen. Het wordt tijd, de hoogste tijd, om Gods gerechtigheid gestalte te geven, laten we in het komend jaar opstaan om samen met de jongeren over de hele wereld onze aarde de aandacht te geven die zijn verdiend, stoppen met het op de pof leven.

Laten wij, de mensen om ons heen de aandacht geven die zij verdienen door er voor hen te zijn wanneer zij dat nodig hebben, doen wat goed is voor onze aarde want.…alles begint klein.

Laten we zo samen Gods gerechtigheid vieren, die op aarde kwam in de gestalte van een kwetsbaar kind.

Wanneer wij opstaan en klein beginnen uit onze schaduw stappen en samen met de beweging die in 2019 is ingezet kunnen regeringen niet achter blijven en is er hoop voor  onze mooie aarde!

 

Amen.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *