Overweging zondag 5 januari 2020 door René Munnik

Bij Jesaja 60, 1-6 en Matteüs 2, 1-12

 

Vandaag vieren we Epifanie: de verschijning des heren. Maar eigenlijk is het een beetje dubbelop. Dit feest lijkt op een reprise van het kerstfeest. Met accentverschillen weliswaar. Belangrijke accentverschillen overigens. Met Kerstmis verscheen de heer aan de herders in het veld (Lucas 2,8 vv). Herders waren uitschot. Vandaag verschijnt hij aan de wijzen; die wijzen waren mensen met gezag. Dat is een heel andere ambiance. God verschijnt nu niet aan de minsten der minsten. Maar aan de groten dezer aarde. De eerste lezing uit Jesaja wees daar al op. Daar wordt het beeld geschetst van een soort ‘Blijde Inkomst’… een majesteitelijke verschijning van godswege:

Allen verzamelen zich en komen naar u toe: uw zonen komen aan uit de verte, uw dochters worden op de heup aangedragen. Gij zult het zien en stralen van vreugde, uw hart zal trillen en zwellen: de schatten van de zee worden naar u gebracht, de rijkdom der volken komt naar u toe.

Het lijkt erop dat de wijzen uit het evangelie dat spel naspelen. Hun geschenken laten er ook geen twijfel aan bestaan: dat zijn de kostbaarste die er te vinden zijn: Wierook, Mirre en Goud.

Er is een oud kerklied (‘ab oriente venerunt magi’) waarin die drie geschenken een symbolische verwijzing bevatten naar de betekenis van Jezus van Nazareth.

Goud, het edelmetaal, grondstof voor kronen en scepters, verwijst naar de messias als koning der joden.

Wierook, het vluchtige rook ervan die opstijgt naar de hemel, verwijst naar de messias als God.

Mirre, het bittere hars dat in Egypte ook gebruikt werd om mummies mee te balsemen, verwijst naar dood en opstanding.

Binnen het evangelie van vandaag lijkt de eerste verwijzing – die van het goud dat verwijst naar een koning – het verhaal te domineren. Ook Jesaja denkt vooral aan een leidsman. In dit verband is Herodes’ reactie is opmerkelijk. Zodra hij van de wijzen hoort over de pasgeboren koning, zint hij op een list om dat kind te vermoorden… Blijkbaar voelt hij die aankondiging van een ‘koning der Joden’ door de Wijzen niet als de inlossing van de belofte van bevrijding van het volk, maar als een rivaliteit die zijn eigen macht aanvreet. Daarmee – met de rol van Herodes erin – wordt het hele verhaal er een van een smerige politiek-religieuze intrige.

Iets over die Herodes: Herodes de Grote (de vader van Herodes Antipas die een rol ging spelen in Jezus vervolging, veroordeling en terechtstelling) had als titel: koning – Gr. Basileus – van de Joden. Maar dan niet een koning zoals Saul, David of Salomo ooit geweest waren, en ook niet een leidsman/Messias die Jesaja in het vooruitzicht had gesteld. Deze Herodes was een vazal/stroman/marionet van de Romeinse bezetters van Israël. Hij was benoemd door de Senaat omdat hij en zijn vader de Romeinse politiek en machtsstreven onvoorwaardelijk en op een wrede manier steunden… om er zelf garen bij te spinnen. Kortom, een pragmatische op macht beluste politicus die langs de weg van de list, bedrog, intrige en afpersing zijn positie had verworven… en die – ‘een waard vertrouwt nu eenmaal zijn gasten als zichzelf’ – overal intriges en machinaties om zich heen ziet.

Hij doet wat een intrigant gewoonlijk doet: hij probeert de Wijzen in te zetten als spionnen: “Doe onderzoek” zegt hij… “naar dat kind en bericht het mij dan, opdat ook ik het hulde kan gaan brengen”. Allemaal gelogen.

We weten hoe dat afloopt: door een droom gewaarschuwd niet meer naar Herodes te gaan, keerden ze langs een andere weg terug naar hun land. Waarop Herodes (maar dat valt net buiten het evangelie van vandaag) woedend werd, en zijn soldaten opdracht gaf om in Betlehem en heel het gebied daarvan al de jongens vermoorden van twee jaar en jonger. Een massamoord die wij vieren op 28 december (‘onschuldige’ of ‘onnozele kinderen’). De hele context van dit verhaal is er een van redeloze woede, machtswellust en wreedheid, waarin zelfs de poging om Jezus te redden tot een bloedbad leidt.

Kortom: het is helemaal geen mooi verhaal van goud, wierook en mirre, maar van drie wijzen die ingezet worden door een moordlustige potentaat die, wanneer ze niet met zijn plan meewerken, overgaat tot massamoord.

 

Maar er is nog iets anders. Mij viel op dat er in deze hoofdstukken heel veel gedroomd wordt. In alle vier de evangeliën komen zes dromen voor, en vijf ervan staan in de eerste twee hoofdstukken van Matteüs.

Dat begint (1e keer) wanneer Jozef beseft dat Maria zwanger is van een ander – in ieder geval niet van hem – en overweegt bij haar weg te gaan, dan droomt hij van een engel die hem zegt bij haar te blijven omdat dat kind zijn volk zal redden (Mt 1,20). Vervolgens (2e keer) is er de genoemde droom van de Wijzen om niet meer naar Herodes terug te keren (Mt 2, 12). Meteen daarna (3e keer) droomt Jozef van een engel die hem oproept om met vrouw en kind naar Egypte te vluchten omdat men Jezus wil doden(Mt 2, 13). Nadat Herodes gestorven is (4e keer) droomt Jozef van een engel die hem oproept terug te keren naar Israël (Mt 2,19). En tenslotte (5e keer) wordt Jozef bij die terugkeer in een droom gewaarschuwd om over Galilea terug te keren en niet over Juda omdat daar de zoon van Herodes nog heerste (Mt 2,22).

Die twee elementen – De moordlust van Herodes die de Wijzen inzet om het koningskind te elimineren, en de veelvuldige reddende dromen – roepen een sfeer op van een wereld die geregeerd wordt door cynisme, illusieloosheid, wreedheid, maar waar het goddelijke kind door middel van dromen veilig doorheen geloodst wordt.

 

Is dat een reële manier om tegen dit verhaal te kijken? Kunnen we er zo iets mee? Ik denk het wel. Het verhaal van Matteüs levert een levensecht tijdsbeeld van de politieke werkelijkheid in Jezus’ dagen. Maar het zou enkel een aardig historisch verslag uit ‘andere tijden’ zijn als het daarbij zou blijven. Het verhaal gaat ons pas iets zeggen als het ook een levensecht tijdsbeeld biedt van alle dagen, ook de onze; als bij wijze van spreken types als de Herodessen, senatoren, en wijzen nog steeds rondlopen. Dat we, met andere woorden, zelf leven in een wereld die al te veel geregeerd wordt door cynisme, illusieloosheid, wreedheid. En dan, zo zegt dit verhaal,… heb je reddende dromen nodig; dromen die jou en mij – net als eertijds de Wijzen – waarschuwen om niet terug te keren naar jouw en mijn Herodes, en andere wegen in te slaan… om ooit even waar te zijn, om te ontkomen aan klacht en troost en schijn… om te ontwaken, licht geraakt, genomen, gekend zoals wij zijn.

Amen

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *