Overweging zondag 19 januari 2020 door Huub Evers

Bij Jesaja 61,1-5 en Johannes 1, 2-11

“Het onmogelijke doen we meteen, wonderen duren iets langer en op verzoek kunnen we nog toveren ook.” Misschien hebben jullie deze tekst wel eens ergens in een winkel zien hangen. Tegeltjeswijsheid, zegt de een. Wonderen bestaan niet, zegt de ander. Anderzijds zeggen we ook vaak tegen elkaar dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.

Wonderen heb je in soorten en maten. Ze devalueren ook. Zo kun je de laatste weken in kranten lezen, dat er een wonder nodig is om Memphis Depay op tijd fit te krijgen voor het Europees Kampioenschap voetbal. Zo’n soort wonder zal Johannes zeker niet bedoeld hebben.

Hoe dan ook, de bijbel staat vol met wat wij wonderverhalen noemen. De meeste kennen we wel: Jezus die over het water loopt, die met vijf broden en twee vissen een mensenmenigte te eten geeft, die blinden weer laat zien en lammen weer laat lopen. Vandaag dan het verhaal van de bruiloft van Kana waar Jezus van water wijn maakt. De evangelist Johannes die we net gehoord hebben in de tweede lezing, spreekt overigens niet over wonderen maar over tekenen. Deze tekenen zijn kenmerkend voor de verkondiging door Jezus. Het gaat om weldaden die aan mensen worden gedaan en die een oproep tot bekering en geloof inhouden. Het is dus niet zo dat in deze verhalen de trucendoos opengaat.

Het verhaal van de bruiloft van Kana bevat een aantal kernwoorden. Een van die kernwoorden is de wijn, teken van oogst, van verbondenheid, van feest. Veel vergelijkingen in de evangelieverhalen gaan over wijn, de wijngaard, de wijnstok met zijn ranken. Tijdens het laatste avondmaal neemt Jezus een beker wijn en zegt: dit ben ik, dit is mijn bloed, ik ben jullie bloedverwant.

Terug naar de bruiloft. Wie bruid en bruidegom zijn vernemen we niet. Wie er nog meer op het bruiloftsfeest zijn wordt ons evenmin verteld. Wel dat Jezus en zijn leerlingen tot de gasten behoren. En dan blijkt dat er te weinig wijn is. Maria, de moeder van Jezus, is doortastend en neemt het voortouw, maar Jezus vindt dat zijn tijd nog niet gekomen is. Maria zet hem dan min of meer voor het blok door tegen de bedienden te zeggen dat ze moeten doen wat hij zeggen zal. En dan moet Jezus wel. Hij geeft het personeel de opdracht om de kruiken met water te vullen. Die kruiken hebben de bedienden gebruikt om bij binnenkomst de voeten te wassen van de bruiloftsgasten. Hier is een duidelijke parallel te zien met de voetwassing op Witte Donderdag.

Het verhaal staat maar in één van de vier evangelies. We vinden het alleen bij Johannes. Dat is meteen het meest theologische evangelie van de vier. Bij de andere drie, de synoptische evangelies, gaat het in de kern om de verkondiging van de aanstaande komst van het Rijk Gods. Johannes daarentegen benadrukt dat met Jezus de eeuwigheid is doorgebroken. Hij drukt zich daarbij mystieker, meditatiever en meer symbolisch uit dan de Synoptici doen. Het Johannes-evangelie is ook een tijd later ontstaan dan de andere drie. Het dateert van rond het jaar honderd toen de christengemeenschap van dat moment zich Jezus vooral herinnerde in zijn mythische proporties. Het verhaal van de Bruiloft in Kana moet dus vanuit dit mystiek-theologisch perspectief worden verstaan. De verandering van water in wijn betekent dus de door Christus bewerkstelligde transformatie van het tijdelijke in het eeuwige, van het aardse in het hemelse en van het menselijke in het goddelijke.

Wat moet je als weldenkend goed opgeleid mens aan met water dat in wijn verandert? Dat kan niet! Wonderen bestaan niet. Een leraar natuurkunde brengt deze kritische blik zo onder woorden. ‘Stel, onder de gasten op de bruiloft te Kana bevindt zich een chemicus,’ fantaseert hij. Een man van de wetenschap. Hij loopt daar rond in zijn witte jas. Wanneer hij de bedrijvigheid rondom de watervaten bespeurt ontwaakt zijn argwaan. Wat gebeurt hier? Kan dit? Snel tapt hij een monster uit de vloeistof in een watervat af in een reageerbuisje. Eentje voor het wonder en na het zogenaamde wonder nog één. Hij spoedt zich naar zijn laboratorium en analyseert de inhoud. ‘Als ik het niet gedacht heb’, mompelt hij, ‘tweemaal H2O.’ Gewoon water. Niks wonder.

Wie het verhaal op deze manier met zijn ratio benadert, zit op de verkeerde golflengte, mist de essentie en proeft alleen water. Water in wijn veranderen heeft bij Johannes niets te maken met hokus pocus. Jezus laat in dit teken zien dat in hem de messiaanse tijd aanbreekt waarin Israël en de omringende volkeren samen het bruiloftsfeest vieren. Het verhaal is ook een uitnodiging aan joden en christenen om samen het verbond van God met zijn volk Israël en de andere volkeren te vieren en om eensgezind te werken aan een menswaardige samenleving. In die zin past het mooi bij de Dag van het Jodendom die vandaag gevierd wordt. Deze dag is in 2008 ingesteld door de bisschoppen om de kennis over het Jodendom onder christenen te vergroten en om de dialoog tussen joden en christenen te bevorderen. De kern van het Jodendom komen we op het spoor door goed te luisteren naar de eerste lezing. Israël is van het rechte pad afgedwaald en volgt de weg van gerechtigheid en vrede niet meer. De profeten waarschuwen voor het naderende onheil: wanneer ze zo dóórgaan, zal de Ene zich van zijn volk afkeren. Het volk komt tot inkeer en belijdt schuld. Dan vernieuwt de Ene het verbond met Sion: er wordt bruiloft gevierd, de feestvreugde kan niet op.

Zo zijn beide lezingen van vandaag rijk aan betekenissen: het gaat over messiaanse verwachting, over recht en gerechtigheid en over barmhartigheid en over bevrijding. Het is een oproep tot geloof in het wonder van de liefde van mensen ten opzichte van elkaar en tot de Ene. Zo’n geloof kan bergen verzetten. En dan is er niemand meer die zich afvraagt of die bergen werkelijk verplaatst worden. Wonderen gebeuren tussen mensen, elke dag. Om mens voor een mens te zijn wordt alleman geboren. We gaan het nu zingen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *