Overweging zondag 26 januari 2020 door Jan Glorius

Bij Jesaja 49,1-7, Psalm 139 en Mattheus 4, 12-22

Het verhaal dat we zojuist uit het Mattheus evangelie hebben gelezen, begint met Johannes. Het is maar een bijzinnetje:  “Toen Jezus hoorde dat Johannes gevangen was genomen…” Daar staat méér dan je zo op het eerste oog zou denken. Johannes had grote invloed op Jezus.

In het boek “De Zeloot” beweert Reza Aslan dat Johannes de grote leermeester en het grote voorbeeld voor Jezus was. Hij beweert dat Johannes aanvankelijk veel groter en belangrijker was dan Jezus. Volgens Aslan zouden grote stukken uit de Bergrede en het Onze Vader niet van Jezus, maar van Johannes komen. Of dat waar is weet ik niet, maar dat Johannes en Jezus een bijzondere band met elkaar hebben lezen we in alle vier de evangeliën. Johannes zegt heel bijzondere dingen over Jezus én vanuit de gevangenis blijft Johannes naar Jezus blijft informeren.

Het is Johannes die de Geest van God als een duif op Jezus ziet neerdalen. Johannes ziet en weet wat de roeping van Jezus is. Dat moet voor de jonge Jezus een grote steun in de rug geweest zijn. De gevangenneming van Johannes maakt dan ook grote indruk op Jezus: voor hem hét moment om in actie te komen. Waar Jezus in de lezing van vorige week, op de bruiloft van Kana, nog zei dat “zijn tijd nog niet gekomen” was, vormt de gevangenneming van Johannes kennelijk genoeg aanleiding om wel tot actie komen.

Jezus verhuist van Nazareth naar Kafarnaüm en kan zijn mond niet meer houden. “Kom tot inkeer,” zei hij, vanaf dat moment, “want het Koninkrijk is nabij.” Een oproep die Johannes aan de Jordaan ook deed, maar bij Jezus klinkt ze misschien wel luider en radicaler. En hij bindt metgezellen aan zich: Simon en diens broer Andreas en de broers Jacobus en Johannes. De vier mannen nemen onmiddellijk een besluit en laten het werk waarmee ze bezig waren én hun eigen vader in de steek. Een héél radicaal besluit!

II
Stel dat dit verhaal dit weekend in de krant zou staan, dan zou je er heel goed een verhaal over radicalisering in kunnen lezen. Lees voor Johannes een fundamentalistische leraar met een grote aanhang en veel invloed, Lees voor Jezus een fanatieke strijder die een nieuwe staat – een Koninkrijk – wil vestigen, en die in no time jonge mannen ronselt om met hem mee te doen.
Je zou de poppen aan het dansen hebben! Maar het verhaal staat niet in de krant, we lezen het in de Bijbel. Jezus is wars van alle geweld en onrecht. Hij is geen jihad-strijder die te vuur en te zwaard God’s Koninkrijk wil stichten! Jezus is radicaal, dat zeker, maar anders. Zijn radicaliteit is gestoeld op God, die liefde is, trouw en rechtvaardig. Om dat te begrijpen gaan we naar Jesaja.

III
De tekst uit de eerste lezing wordt gezien als een voorafspiegeling van de Messias die komen gaat. De Enige zegt over hem: “Dat je mijn dienaar bent om de stammen van Jakob op te richten en de overlevenden van Israël terug te brengen, dat is nog maar het begin. Ik zal je maken tot een licht voor alle volken.” In Jezus worden deze woorden waar. Hier wordt verwoord wat de roeping van Jezus is. “de redding (…) die tot de einden der aarde reikt.”

Jesaja gebruikt een prachtig beeld om de unieke relatie tussen de Enige en Jezus de Messias te verwoorden: “Al in de moederschoot heeft de Enige geroepen, nog voor ze mij baarde noemde hij mijn naam.” en “die mij al in de moederschoot gevormd heeft tot zijn dienaar.” Jezus is door en door verweven met de scheppende kracht van God. Er zit vertrouwelijkheid, nabijheid, zekerheid in die relatie en verder niets. Vanuit dat vertrouwen kan Jezus zijn radicale weg gaan. Hij stroomt over van liefde voor God en mensen.

Op sommigen werkt dat aanstekelijk. De vier jonge mannen die aan het vissen waren, worden door Jezus geraakt, zodra ze zijn “Volg mij” horen. Er zit niets tussen de stem van Jezus en hun reageren, geen twijfel, geen vragen, geen mitsen en maren.
Radicaal volgen laten ze alles in de steek en volgen Hem.
Het is een God’s wonder.

III
Een vergelijkbaar beeld als in Jesaja lezen we in psalm 139.
“U was het die mijn nieren vormde, die mij weefde in de buik van mijn moeder.” en “Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim.” Hier gaat het niet alleen om de Messias, maar om ieder mens! Over ons. Wij zijn allemaal gemaakt door God en gekend door God vanaf de moederschoot.

En die schepping van ons is een voortgaand proces dat niet ophield bij onze geboorte, maar dat doorgaat in het hier en nu. Ik geloof dat God ons bij iedere ademhaling opnieuw schept en bij iedere hartslag tegen ons zegt: “Leef! Leef! Leef!”

Psalm 139 staat bol van beelden hoe God ons ziet en bij ons aanwezig is. Zo’n alziende God werd in het verleden maar al te vaak negatief gebruikt, “Pas maar op: God ziet alles, ook dat wat je stiekem doet, ook dat waar je je voor moet schamen, God ziet alles: al je zonden en al je fouten.” Voor veel kinderen is dat een last geweest, soms zelfs een trauma.

Velen hebben het beeld van de boze God lang met zich meegedragen. Anderen hebben met de nodige moeite deze boze God van zich af kunnen schudden. Al zijn er misschien ook mensen die er eigenlijk ooit last van hebben gehad. In psalm 139 is totaal geen sprake van een boze, bestraffende God. De psalm ademt genegen en betrokkenheid uit. Er spreekt vertrouwelijkheid uit, nabijheid, zekerheid. Zo beschouwd zit er niets tussen God en ons, behalve onze twijfels en vragen, onze mitsen en maren… We zijn nu eenmaal mensen!

Maar we zijn wel mensen die mogen groeien in het vertrouwen in God je kent, dat God bij je is, dat je mag zijn wie je bent, dat je mag je worden zoals je bedoeld bent, in liefde voor God en voor de ander.

Vandaag klinkt de oproep om radicaal jezelf te zijn!
De vraag is: Wil je dat? Kun je dat? Durf je dat?

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *