Overweging zondag 2 februari 2020

Bij 1 Korintiërs 1, 18-31 en Mattheus 5, 1-12

‘De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God’. Kauw daar maar eens even op…

Zo begint de lezing uit de brief van Paulus aan de gemeente van Korinte. Hij schrijft aan een verdeelde gemeenschap: ‘…de een zegt: ‘ik ben van Paulus’, een ander: ‘ik van Apollos’, een derde: ‘ik van Kefas’, en een vierde: ‘ik van Christus’. Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt?’

In deze omstandigheden van verdeeldheid, van eenzijdige partijdigheid, van loyaliteit die onder druk staat, heeft Paulus het over wijsheid en dwaasheid. Over mensen die wonderen willen of wijsheid zoeken. In beide gevallen is de boodschap over een gekruisigde vreemd, paradoxaal zelfs: verlost worden, gered worden door iemand die niet sterk genoeg was om zijn eigen gruwelijke dood te ontlopen. En dat dan ook nog in Gods naam. Verlost worden, gered worden door een gestorvene die toch leeft. Het zwakke blijkt het sterke, het dwaze is het wijze.

En dan wordt ie ook nog eens persoonlijk: ‘Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaven wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren.’ Nou, daar kan je het dan mee doen als Apollos, Kefas, Paulus of wie dan ook. Maar de historische waarheid is, dat het christelijk geloof zeker in het begin vooral een voedingsbodem vond bij wie op allerlei manieren niet meetelde, er niet toe deed. Bij vrouwen, slaven en andere randfiguren, uitgeslotenen: daar vooral vindt die boodschap van heelheid en bevrijding gehoor.

Wanneer Paulus schrijft: ‘Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost’, dan ben ik genoeg theoloog – ook al is het niet mijn theologische taal – om een vermoeden te hebben van waar dit over gaat. Het is die mens van God, Jezus de Christus, die gekruisigd is, die zich heeft laten kruisigen, waar het om gaat. Want door deze daden in Gods naam kreeg Gods liefde een menselijk gezicht. Voor Paulus is dat een unieke gebeurtenis die definitief iets teweeg heeft gebracht wat er voorheen niet was, alles veranderend. En dus is het uitsluitend de bevrijdende eenheid met Christus Jezus, die door Gods handelen ‘onze wijsheid’ is geworden, die onze weg ten leven is. Niemand kan zich op zichzelf beroemen, hooguit op hem, de Gekruisigde, de Opgestane. Pittige taal, toen en nu.

Het thema van de dwaze wijsheid, de wijze dwaasheid, de omkering van de zogenaamde normale gang van zaken, komt ook terug in de toespraak van Jezus op de berg. De Kersttijd, de kindertijd, de leertijd is voorbij, hier spreekt een man met een plan, met een overtuiging, met een opdracht van Godswege.

Jezus komt meteen ter zake met een achtpuntenprogramma. Punt 1: ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’. Punt 8: ‘Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’. En daartussenin gebeurt ook nog het een en ander. Laten we er eens langs lopen.

‘Nederig van hart zijn’, ‘arm van geest zijn’ heet het in oudere vertalingen. Dat betekent zoiets als: het ‘ik’, het eigen belang, niet alles overheersend laten zijn. Niet zo praktisch als je ergens wilt komen in deze wereld, carrière wilt maken, macht en aanzien wilt verwerven. Maar misschien zeg je: ‘Oké, dat wil ik dan wel proberen, niet mezelf, mijn eigen belang centraal stellen. Op een fatsoenlijke manier moet je toch ook wat kunnen bereiken’.

Het wordt iets dwazer bij punt 2: ‘Gelukkig de treurenden omdat ze getroost zullen worden’. Wil je verdriet zodat je getroost zult worden? Nee. Hier gaat het over de ervaring dat getroost worden bij verdriet een weldaad is van de eerste orde voor de getrooste én de trooster. Want het schept verbondenheid en daarmee zin en betekenis. Dwaasheid wordt wijsheid.

Vervolgens worden zachtmoedigheid, barmhartigheid, een zuiver hart, vrede stichten genoemd als verbonden met geluk. Dat vraagt een zekere inspanning, al schijn je er wel iets voor terug te krijgen: het land erven, barmhartigheid ervaren, God zien, kind van God genoemd worden. Toch even iets anders dan macht, rijkdom, een comfortabel leven, waarin je niet te veel aandacht hebt voor het welzijn van anderen als dat voor jou lastig wordt. De dwaasheid wordt groter, de diepte van de wijsheid ook.

Echt heel spannend, vind ik, wordt het bij punt 8: ‘Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel’. Vervolging omwille van de goede zaak… dat vraagt meer moed dan velen van ons van zichzelf hebben. De zaak wordt helemaal op scherp gesteld in de volgende twee verzen waar de hoorders direct aangesproken worden: ‘Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen, van allerlei kwaad betichten. Verheug je en juich, want in de hemel zul je rijkelijk beloond worden’. Het lijkt de dwaasheid ten top. En hoe zouden we het kunnen, zo leven dat die diepe dwaze wijsheid werkelijkheid wordt?

Ergens las ik dat de Bergrede op te vatten is als een uitspraak van Jezus van vertrouwen in mensen. De hoorders toen en daar, wij hier en nu én alle generaties daar tussenin horen Jezus als het ware zeggen: ‘Je kunt het! Het zit als mogelijkheid in jou om te troosten en getroost te worden, zachtmoedig en toch krachtig het goede te doen, te verlangen naar gerechtigheid en mee te werken aan gerechtigheid. Je bént in staat barmhartig te zijn en je mag met ontferming behandeld worden, je kúnt leven met een hart dat gericht is op God, de bron van alles. Je bent op een moeilijke maar juiste weg wanneer je tegen de verdrukking in zoekt naar vrede en recht voor alles en allen’.

Je kunt het en je zult merken: dan ben je gelukkig, zelfs wanneer je ongelukkig bent. Niet op de manier van de wereld maar op de manier van God: omdat je verbonden bent met mensen en dus met God.

Leven in de liefde, vanuit de liefde, gericht op de liefde: dat is het koninkrijk van de hemel dat handen en voeten kan krijgen wanneer we durven vertrouwen dat wij er een bijdrage aan kunnen leveren, samen, in Gods naam. Moge het zo zijn.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *