Overweging zondag 16 februari 2020 door Arthur van Tongeren

bij Deuteronomium 30, 15-20 en Matteüs 5, 17-26

 

In het leerdicht Het lied van de aarde (Huub Oosterhuis, 1986) zegt de Stem van de Realist op een gegeven moment tegen God: ‘Je zet de woorden zo mooi op een rijtje, je zegt ze zo mooi – ben jij het ook die ze doet?’ Deze woorden schoten me te binnen toen ik de lezingen van vandaag las en herlas.

Het zijn mooie woorden, het is mooi gezegd, maar hoe dan verder? Bij monde van zegsman Mozes stelt De Eeuwige het volk voor de keus tussen voor- en tegenspoed, tussen leven en dood, zegen en vloek. Simpel toch, wie wil er nu niet gezegend leven in voorspoed? En het enige wat je hoeft te doen is – jawel, daar zijn we weer – leven naar het Woord, je houden aan de geboden, de Thora. Een keer op keer herhaalde oproep, aan Israël en aan ons. Die weg gaan kost nogal wat moeite, het is een smalle, steile weg; een stairway to heaven tegenover een highway to hell. En toch, zo zegt de Schrift ons, is het niet onmogelijk: ‘jij kunt het volbrengen’. Er is nog iets waaraan ik blijf hangen: ‘kies dan het leven’ zegt Mozes. Maar heeft ieder mens wel de mogelijkheid om die keuze te maken?

Ook Jezus benadrukt in het evangelie volgens Matteüs het belang van de Wet. De tekst van de lezing van vandaag volgt direct op die van de Bergrede met de zaligsprekingen. Om elk misverstand meteen de kop in te drukken, benadrukt Jezus hier dat hij geen nieuwe wet komt brengen, of de oude (bestaande wet) op wat voor manier dan ook ter discussie wil stellen. Elke jota, elke tittel – dat is: ieder haaltje, elk puntje op de i – is hem heilig, blijft onveranderd en onverminderd van kracht. Jezus scherpt de betekenis van de geboden zelfs nog aan. Niet enkel wie moordt zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht, maar zelfs degene die zijn naaste een kwaad hart toedraagt. Begint immers niet iedere moord met haat in het hart? Mocht je jezelf op kwade gedachten jegens een ander betrappen, ga er dan zo snel als mogelijk naar toe en leg het bij. Dit gaat vóór alles, houdt Jezus zijn toehoorders voor, zelfs vóór de verplichtingen van de eredienst. En zo scherpt hij op nog enkele punten de wet aan, daarover horen we volgende week meer. Jezus lijkt zo de lat nog wat hoger te leggen. Moeilijk? Misschien, maar ‘jij kunt het volbrengen’ staat geschreven. En toch ook hier weer: kun je wel altijd kiezen? Wat als die ander zich niet wil verzoenen met jou?

Gespannen voet

Idealen die we hebben staan vaak op gespannen voet met de alledaagse werkelijkheid. ‘Zie hoe de mensen leven op aarde’, zongen we daarnet, en: ‘dat we ooit worden mensen als mensen aan alle angst en pijn voorbij’. Dat betekent zoveel als: dat we ooit mogen worden mensen zoals mensen ten diepste bedoeld zijn. Geschapen naar God toe, naar het goede toe, en van daaruit leven. Soms lijken we verder weg dan ooit van dat ideaal, doen we in plaats van het goede waartoe we geroepen zijn, elkaar kwaad en erger aan.

Het is 27 januari, herdenking van ‘75 jaar bevrijding van Auschwitz’. Ik kijk en luister. Een oude dame neemt plaats achter de katheder, iemand die hier helemaal niet had mogen staan als het aan Hitler had gelegen – een overlevende tegen wil en dank. Zij houdt een bewogen verhaal en zegt op een gegeven moment dat God hier in Auschwitz afwezig leek te zijn. Hoe te leven in een omgeving waar de grond onder je bestaan verdwenen is, waar er alles aan wordt gedaan om je volledig te ont-menselijken? Alle menselijkheid was hier afwezig, zegt ze. En ik denk: kies dan het leven, hoezo dát als je leeft in de ergst denkbare hel…? Maar zelfs daar waren er mensen die een kostbaar stukje brood deelden met een ander, er waren voor hun naaste, hun medemens. Jij kunt het volbrengen in vlagen van donker en licht…

Een andere overlevende krijgt het woord, een oude, maar nog opmerkelijk vitale man. Ook zijn verhaal snijdt door de ziel. Hij houdt de aanwezigen in zijn verhaal onder meer voor dat Auschwitz niet uit de lucht is komen vallen, het is niet zomaar ineens gebeurd. ‘Op een dag stond er op een bankje in het park “Verboden voor Joden”. Nou ja, denk je dan, bankjes genoeg, dan ga ik wel op een ander bankje zitten, geen probleem toch? Een week later hangt er zo’n bordje bij de bakker. Nou ja, er zijn meer bakkers hier, dan ga ik daar toch brood kopen…’ Zo geeft hij nog een paar voorbeelden, en hij zegt dat al die kleine stapjes er uiteinelijk toe leiden dat mensen het ‘gewoon’ gaan vinden dat een bevolkingsgroep wordt uitgesloten van het normale leven. Zo wordt de ruimte gecreëerd die Auschwitz mogelijk maakt, concludeert hij. (Ik realiseer me dat in ditzelfde Europa weer dezelfde tendensen zichtbaar zijn, ook in ons eigen land.) In tegenstelling tot wat we hoorden in het evangelie van vandaag, pleit hij wel voor een verandering in de Tien Geboden. Hij stelt voor een elfde gebod toe te voegen: ‘Gij zult niet onverschillig zijn’. Een oproep aan allen om niet afzijdig te blijven, maar op te staan als ze zien dat mensen onderdrukt, vernederd, gedehumaniseerd worden. Geen gemakkelijke opdracht, zeker niet als je het gevoel hebt tegen de heersende of opkomende opvatting in de samenleving in te moeten gaan. Jij kunt het volbrengen staat er, maar durf ik het ook echt te doen?

Helemaal anders handelen

Kan dat, zomaar tegen de stroom der verwachting in helemaal anders handelen en daarmee de orde der dingen doorbreken – en zo kiezen voor de levensweg van de Thora? Het vraagt zeker moed en vertrouwen. In het boek De meeste mensen deugen van de Nederlandse historicus en publicist Rutger Bregman, staan verschillende voorbeelden van mensen in situaties waarin zo’n manier van handelen het verschil maakt. Hij laat zien dat we, met wat meer vertrouwen in elkaar en in het goede in de ander, tot een betere samen-leving komen. Als wij niet zelf die stap zetten, wie moet het dan wel doen? Ik heb enkel directe invloed op mijn eigen gedrag en handelen, kan slechts hopen dat goed voorbeeld doet volgen. Het tegenovergestelde gebeurt ook, zoals John Jacobs vorige week al opmerkte: als we mensen het gevoel geven dat ze er niet echt bijhoren, zoeken ze hun heil bij groepen waar dat wel het geval is, zelfs als dat IS is. God is zo goed als wij zijn voor elkaar. Of in woorden van Oosterhuis: “God is een stem die mensen aanbeveelt aan elkaar. Zijn hele levensleer is samengevat in de woorden ‘Heb liefde tot je naaste die is als jij’. (…) Als Hij bevrijdt, bevrijdt Hij via mensen die dit woord volbrengen.”

En zo zijn we rond, zijn we weer terug bij het begin van deze overweging, waar de Stem van de Realist tegen God zei: ‘Je zet de woorden zo mooi op een een rijtje, je zegt ze zo mooi – ben jij het ook die ze doet?’ De Stem van God antwoordt hem: ‘Ik ben het die ze zegt. Wij zijn het die ze doen. De aarde zal het aanschouwen.’

 

Dat het zo mag zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *