Overweging zondag 23 februari 2020 door Jan van der Sman

Bij Leviticus 19, 1 t/m 2 en 17 t/m 18 en Matteüs 5, 38 t/m 48

De carnavalsoptocht gaat vanmiddag helaas niet door vanwege het slechte weer. Anders zouden Thea en ik zoals gewoonlijk zijn gaan kijken. En elk jaar vraag ik mij af: wat is daar nou leuk aan. Voor mij is dat vooral de humor van de eenlingen. Een beetje verloren tussen al die grote wagens, durven ze de spot te drijven met zichzelf en met de heilige huisjes van onze samenleving. Door de wereld op zijn kop te zetten relativeren ze wat we belangrijk vinden. Door groots te overdrijven confronteren ze ons met onze kleinheid. Hoe bevrijdend kan het zijn om eens te kunnen lachen om ons zelf.

Volgens mij was Jezus ook zo’n eenling die de wereld op zijn kop zette. Met parabels en spitsvondigheden wist hij heel wat farizeeën en Schriftgeleerden in verlegenheid te brengen. Er zal best vaak gelachen zijn, maar tegelijk zette hij zijn volgelingen aan het denken. Met confronterende uitspraken doorbrak hij het vanzelfsprekende. Met verrassende inzichten opende hij ogen. Met zijn bezieling raakte hij zijn volgelingen in hun hart.

Oog om oog

Zojuist hoorden we weer een stukje uit de Bergrede. In drie hoofdstukken zet Matteüs de levenslessen van Jezus op een rij. De lezing die we hoorden komt uit het gedeelte waarin hij zijn verhouding tot de wet uiteenzet. Het sluit aan op wat we vorige week hoorden. Op het eerste gezicht lijkt Jezus een streep te zetten door de oude wetten. Maar aan het begin van de Bergrede zegt hij zelf dat hij niets van de Wet en Profeten verwerpt, geen jota komt te vervallen. In tegendeel. Jezus ziet het als zijn roeping om wet en profeten uit te werken en te verdiepen. Als we teksten horen als: “er staat geschreven, maar ik zeg u”, dan is dat geen tegenstelling maar een nadere toespitsing.

Zo citeert Jezus de tekst “Oog om oog, tand om tand”. Het lijkt een primitieve oproep tot wraak vanuit onderbuikgevoelens. Er zal best een beetje schamper gelachen zijn, het was toch allang voor iedereen duidelijk dat het gaat om een oproep om goed te maken wat je een ander hebt aangedaan.

Maar dan gaat Jezus verder. Wat te doen als je een klap krijgt en het niet goed gemaakt wordt, mag je dan wel terug slaan en kwaad met kwaad vergelden? Nee zegt Jezus, dan keer je hem of haar ook je andere wang toe. Het gelach verstomt, wat zegt hij nou toch. Als dat geen humor is, wat is het dan wel? Maar, als je nog een klap krijgt, wat schiet je daarmee op? Is het niet een beetje naïef om te denken dat je vijand dan inziet dat verder geweld zinloos is en vrede sluit?

Wet van liefde

En dan gebruikt Jezus weer zo’n confronterend citaat uit de wet: dat je je naaste moet liefhebben en je vijand moet haten. Je ziet ze nadenken: staat dat echt zo in de wet, je vijand haten…Bij Leviticus hoorden we toch de oproep om je naaste lief te hebben als jezelf en om niet haatdragend te zijn jegens je vijand. En dan overvalt Jezus hen met de uitspraak dat ook je vijand je naaste is….Je moet risico’s durven lopen en je vijand met vertrouwen en liefde tegemoet treden.

Het nieuwe van Jezus is dat hij denkt vanuit de liefde waarop wet en profeten gebaseerd zijn. Liefde is de grondslag van waaruit de oude wetten en leefregels hun betekenis krijgen. Zonder liefde is de wet een belasting die je van buitenaf wordt opgelegd. Maar als je vanuit liefde leeft is het een handreiking om liefdevol met anderen om te gaan, om je mens-zijn te verdiepen.

Toen Jezus tegen al die wet- en Schriftgeleerden zei dat hij heel de wet in één woord kon samenvatten, zal dat als een grap geklonken hebben. Maar liefde, echte liefde maakt wetten en regels vrijwel overbodig. Vanuit liefde doe je vanzelf al het mogelijke wat bijdraagt aan het geluk en het welzijn van de ander. Vanuit liefde doe je meer dan wat wetten voorschrijven, meer dan het gewone. Meent iemand recht te hebben op een jas, geef hem er twee, hij zal het wel koud hebben. Dwingt iemand je om een eind met hem mee te lopen, loop vrijwillig een stukje extra mee om hem een plezier te doen.

Oerliefde

De liefde die Jezus verkondigt leeft in ons hart, maar ontleent zijn kracht en radicaliteit aan een diepere bron. Het is de oerliefde die ten grondslag ligt aan alle leven. Jezus brengt die verre goddelijke bron wat dichterbij door hem ons aller Vader te noemen. ‘Heb je vijanden lief en bid voor wie u vervolgen, want het zijn mensen net als jij, kinderen van dezelfde hemelse vader’. Gods liefde gaat uit naar al zijn kinderen, vooral naar diegenen die, om wat voor reden ook, extra kwetsbaar zijn, en misschien wel het meest naar zijn kinderen die het verkeerde pad zijn opgegaan en dreigen verloren te lopen. Het is die goddelijke oerliefde die in ons tot leven wil komen, een bron van hemelse kracht die opwelt in het diepst van ons hart, die ons in staat stelt om onze vijanden lief te hebben.

Eigenlijk is de liefde die Jezus verkondigt niet zo anders dan wat we voelen als we ons hart laten spreken. Als vader of moeder ga je toch door het vuur voor je kinderen. Als iemand in nood verkeert, probeer je hem toch te redden ondanks de risico’s. ‘Dat doe je toch gewoon’, hoor je de ‘helden’ zeggen als ze met een lintje geëerd worden. Als oorlogsvluchtelingen bij je aankloppen en kinderogen je aankijken zou je ze toch zo in huis willen opnemen.

Maar die liefde wordt een stuk moeilijker als migranten in grote getale hierheen komen, op de vlucht voor armoede, op de vlucht voor een klimaat dat onleefbaar wordt. We zullen ons erop moeten voorbereiden dat de tegenstellingen in onze samenleving zullen toenemen. We zullen moeten samenleven met mensen die heel anders leven en denken dan wij,die in opstand komen omdat ze zich niet begrepen voelen,die chaos scheppen en zich vijandig gedragen. Er zal heel veel liefde nodig zijn om dan onze vijanden in vertrouwen tegemoet te treden, om samen met hen te bouwen aan een nieuwe wereld.

Veertigdagentijd

Is er wel zoveel en zo grote liefde in ons…? Over een paar dagen begint de veertigdagentijd. Tijd om ons terug te trekken in de stilte, thuis, in een klooster of in de natuur. Tijd om op zoek te gaan naar wat leeft diep in ons hart. Is er nog iets te bespeuren van die goddelijke oerliefde, van die hemelse kracht die ons in staat stelt om zelfs met onze vijanden in gesprek te gaan? Als we de komende tijd heel stil worden, horen we diep in ons binnenste,misschien…, die stem die ons de weg wijst naar een samenleving, zoals Jezus bij zijn Bergrede voor ogen had. Amen

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *