Overweging zondag 27 september door Natascha Leeuwenkuijl

Bij Psalm 25, 1, 5-10, Ezechiël 18, 21-25 en Mattheus 21, 23-27

Het is bijna niet te missen in de lezingen van deze zondag: de rode draad van een God die goed is voor de mensen die een rechtvaardig leven leiden. De rode draad van een God die weer leven geeft aan mensen die hebben gezondigd maar tot inkeer komen, en berouw tonen voor hun daden. De God die redt als je maar durft te vertrouwen op Hem. Sterker: we hebben het gezongen en uitgesproken met woorden zo prachtig hertaald: ‘Houd mij in leven, wees Gij mijn redding, steeds weer zoeken mijn ogen naar U.’

Bevoegdheid

En toch (of beter: júist daarom) kies ik voor een ander pad door de bijbelteksten die we hoorden. Al is pad een te groot woord. Eigenlijk draait de overweging van deze ochtend om één woord: bevoegdheid.

We lazen in Mattheus dat de hogepriesters en de oudsten van het volk Jezus vragen naar zijn bevoegdheid om onderricht te verrichten in de tempel. Al vind ik vragen al te neutraal geformuleerd. Teksten als: ‘Op basis van welke bevoegdheid … ?’ horen meer als bévragen, of verantwoording afleggen en met een beetje kwade wil kun je het ook als aanvallend horen. Alsof je iemand op straat aanspreekt op het bewust weg gooien van een leeggedronken blikje, en dat die ander je dan aankijkt met een blik van wie-ben-jij-dat-je-daar-wat-van-durft te-zeggen?!

Jezus reageert rustig en met een wedervraag. Maar daarover later meer.

Ik zocht naar alternatieve woorden, en dit is wat ik vond:

Bekwaamheid

Bevoegdheid in twee betekenissen. Nauw verbonden. Ware autoriteit vindt haar fundament in bekwaamheid, in competentie, in kennis, kortom, in kwalificatie. Denk maar eens met me mee: breng in gedachten een man of een vrouw die je hoog acht, die je waardeert en respecteert en – wie weet – stiekem ook bewondert. Waarom? Wedden dat dit te maken heeft met een zekere bekwaamheid?

Overigens is het niet zo dat iemand die bekwaam is vanzelfsprekend autoriteit heeft. Autoriteit, zeggenschap, bevoegdheid, invloed, het is je gegéven. Door een ander. Positiemacht, opgeëiste macht, het heeft een beperkte houdbaarheid. We herkennen het allemaal in de rollen die verbonden zijn aan ongelijkwaardigheid en positie: het machtswoord werkt incidenteel, niet of averechts. Als ouder van een kind van drie kon je het nog proberen, dat ‘omdat ik het wil’ (en dan nog werkt het niet altijd zo merkte een vriendin). In een wereld van volwassenen echter, werkt bevoegdheid enkel als deze je ook wordt gegéven. En dan is er vaak meer dan enkel bekwaamheid in het spel. Denk nog eens terug aan de man of vrouw die je waardeert? Is dat enkel en alleen omdat deze mens gekwalificeerd is, competent en bekwaam? Waarschijnlijk is de man of vrouw die je in gedachte hebt ook vriendelijk, geïnteresseerd, open, betrouwbaar, bereidwillig, kortom, een prettig mens, en versterkt dat prettige mens-zijn de autoriteit van deze persoon.

Autoriteit, zeggenschap, bevoegdheid, invloed, het is je gegéven.

Keren we weer even terug naar de hogepriesters en de oudsten, daar bij de tempel. Ze bevragen Jezus op zijn bevoegdheid, ik stel me voor niet al te vriendelijk. En Jezus reageert met de rust van een mens die durft te vertrouwen op zichzelf. Jezus stelt een wedervraag. Geweldloos gecommuniceerd, en tegelijkertijd messcherp.

Wedervraag

Met zijn wedervraag drukt hij de hogepriesters en de oudsten met de neus op de bevoegdheidsfeiten: zich beroepend op de positie van hogepriesters en oudsten roepen de heren Jezus ter verantwoording. Om dan, in een flits van een seconde, de kwetsbaarheid van deze positie te beseffen. De oudsten ongetwijfeld voorop worden zich bewust dat ze het spel van de macht niet kunnen spelen zonder zich rekenschap te geven van de mensen die hen in positie hebben gebracht: het volk. Het perspectief van het volk telt. Een antwoord dat géén recht doet aan de mening van de gemeenschap leidt tot woede, en in het uiterste geval tot een motie van wantrouwen met alle risico’s van positie-verlies die daarbij horen. Met slechts één vraag zet Jezus de hogepriesters en de oudsten op de plaats en doet hen beseffen dat bevoegdheid van God en de mensen gegeven is.

We hebben elkaar nodig om van invloed te zijn

Dat zij én wij beseffen dat we als mensen levend in deze gemeenschap, en in andere gemeenschappen waar we deel van uit maken, áltijd onderling afhankelijk zijn van elkaar. Dat we elkaar nodig hebben om van invloed te zijn. En dat het vanuit dit perspectief maar beter is om vanuit gelijkwaardigheid te vertrekken, ook al ben je eerste, dan toch eerste tussen de gelijken. Amen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *