Overweging zondag 4 oktober 2020 door Ingrid van Beuzekom

Jesaja 5, 1-7 en Mattheus 21, 33-43

Tijdens mijn studie las ik het boek van Huxley, ‘Brave new world’, geschreven in 1932. In dit boek beschrijft Huxley een ‘Heerlijke nieuwe wereld’.

Heerlijke nieuwe wereld

In deze sciencefiction roman beschrijft hij een wereld die geheel door techniek en het menselijke verstand wordt beheerst. De mensen zijn gelukkig en gezond, er is geen oorlog en armoede. En dat is opvallend, want liefde en trouw, kunst en godsdienst bestaan niet langer. Mensen worden niet langer geboren, maar komen in laboratoria ter wereld. Er zijn wel rangen en standen tussen mensen, maar men leeft in vrede. In de nieuwe wereld heerst een vrije seksuele moraal en mensen worden aangemoedigd om wisselende contacten te hebben. Een gezinsleven bestaat er niet. Woorden als ‘gezin’, ‘vader’ en ‘moeder’ zijn taboe. Heel de maatschappij drijft op consumentisme en massaproductie. Het gaat om de onmiddellijke bevrediging van de behoeften die mensen hebben. Iedereen wordt geacht drugs te nemen om zich gelukkig te voelen. Ter vermaak is er televisie en sport, en veelal erotische films om de zintuigen te prikkelen.

Ik wil niet dat er een God is, want ik wil slapen met wie ik wil.

Huxley schotelt zijn lezers een zeer pessimistische visie op het leven voor. Maar tegelijk een visie die ook helemaal past bij zijn eigen overtuigingen. Want als hem gevraagd wordt of hij gelooft in het bestaan van God, zegt hij: ‘Ik wil niet dat het universum een betekenis heeft. Ik wil niet dat er een God is, want ik wil slapen met wie ik wil’. Hier is een scherpzinnig schrijver, die zegt: ‘ik wil niet in God geloven, want ik wil doen wat ik zelf graag wil’. Huxley voelt haarfijn aan, dat als God wel bestaat, hij dat niet meer kan doen. Want als je gelooft in een God, dan vraagt dat wat van je; wanneer je gelooft dat de Ene bestaat, kun je niet ongestoord leven en je gang gaan.

Daar moest ik aan terugdenken toen ik de lezingen van vandaag las…

Relatie van de mensen met God

Voor mij gaat deze parabel uit Matteüs, welke staat in een rij van drie achtereenvolgende, over de relatie van de mensen met God. Jezus maakt door middel van deze parabels duidelijk dat hij de mensen, ons vraag om een keuze te maken. En dan vervolgens daar ook de consequenties van te dragen. Moeilijke verhalen, zo vind ik.

investering

In die tijd was het niet ongebruikelijk dat grootgrondbezitters hun landerijen verpachten en zelf elders een goed leven gingen leiden. Deze eigenaar echter is persoonlijk betrokken bij zijn wijngaard. Hij doet er alles voor;

  • Een omheining ter bescherming
  • een wijnpersbak om wijn te kunnen maken
  • een toren als uitkijkpost voor rovers of wilde dieren.

Hij heeft nogal geïnvesteerd.  Zijn verwachting is dan ook dat de vruchten niet zullen uitblijven. Daarmee verdient hij alles zeker terug.

Nadat hij de eigenaar al het werk heeft gedaan, verpacht hij de wijngaard aan wijnbouwers en gaat op reis.

Hij draagt zijn levenswerk over aan anderen. Hij heeft een groot vertrouwen in zijn wijnbouwers, zij zullen vast zorgvuldig omgaan met zijn wijngaard.

Zo was het ook in Israël. In het gelezen stuk uit Jesaja wordt Israël met een wijngaard vergeleken. God had zijn volk alles gegeven.. En de religieuze leiders waren als de pachters, de landbouwers.

Ook wij mensen in de 21e eeuw hebben onze wijngaard gekregen om zorg voor te dragen.

Eigenaar

En wij: ook wij mensen in de 21e eeuw hebben onze wijngaard gekregen om zorg voor te dragen.

Onze bezittingen, onze intelligentie, ons lichaam, vriendschappen en relaties… En wat doen we ermee?

Laten we anderen in de vrucht ervan delen of houden we het liever voor ons zelf?

Alsof we de eigenaar zijn, alsof we er zelf over kunnen beschikken.

Dat is wat er in de gelijkenis gebeurt.

Boodschappers

De eigenaar telt niet meer mee. De pachters gaan handelen en beslissingen nemen alsof ze eigenaars zijn. Ze nemen de regie in eigen handen. Ze bepalen zelf wat goed en kwaad is.

Dan stuurt de eigenaar zijn boodschappers: mensen die zijn vruchten in ontvangst komen nemen.

Deze herinneren de landbouwers eraan dat de wijngaard niet van henzelf is..dat roept agressie op.

De een wordt geslagen. De ander gedood. Weer een ander gestenigd.

Steeds opnieuw stuurt de eigenaar een andere dienaar. Allemaal ondergaan ze hetzelfde lot.

Richtlijnen en weerstand

Weerstand … Herkenbaar ook in onze tijd. Weerstand tegen mensen die ons oproepen om zorgzaam te zijn voor elkaar.

Nu in deze tijd van weer strengere richtlijnen om het coronavirus tegen te houden, komen mensen in opstand. ‘Ik hou mijn bek niet’ zo was de oproep van een groep mensen, we willen graag zelf bepalen wat goed voor ons is. Wij weten wel hoe dat moet toch?

Ook in ons dagelijks leven en werken wanneer ik mensen hun verhaal hoor vertellen over hun werkgever, wat deze hem of haar heeft aangedaan en hen vraag wat hun rol hierin is dan is dat lastig voor hen. Het is eenvoudiger om de ‘schuld’ bij een ander te leggen dan de confrontatie met jezelf aan te gaan.

Regelmatig wanneer iemand mij confronteert met iets wat niet goed is voel ik in eerste instantie weerstand…. Ik neem aan dat ook jij dit herkent?

Dat stemmetje: wie ben jij om dit te zeggen? Waar bemoei je je mee?

Weerstand als iemand je rekenschap vraagt van je woorden of gedrag. Dan komt die agressie zomaar naar boven. Het meest duidelijk is dat in een winkel, in het verkeer of op straat, als je iets zegt over het gedrag van een ander. Mensen kunnen zomaar ontploffen en boos worden.

De eigenaar stuurt steeds weer opnieuw een boodschapper. Hij houdt niet op. Op het laatst stuurt hij zijn zoon. Net als Jezus door zijn vader naar ons gezonden werd. Hij leefde ons voor hoe te leven.

Maar zien wij dat wel. Willen we dat zien?

Vinden we het hinderlijk of storend? Soms wel als ik eerlijk ben: laat mij mijn eigen gang toch gaan! En toch zijn die boodschappers ook in onze tijd nog steeds zinvol. Mogen wij zelf wellicht soms boodschappers zijn hoe klein ook in onze eigen omgeving. Door te laten zien, te vertellen dat het anders kan. Dat we samen zorg mogen dragen voor onze wereld, voor de mensen en vandaag, op dierendag, de naamdag van Fransiscus speciaal voor de dieren.

In welke wereld wil je leven?

De vraag aan ons is..in welke wereld wil je leven? In de wereld van Huxley, met veel zintuiglijk genot of een met God waar we zorgzaam zijn naar elkaar?

Zo mede-eigenaar worden van een wereld waarin wij leven en verantwoording mogen dragen naar onszelf en de Ander.

Dat het zo mag zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *