Overweging zondag 11 oktober 2020

Bij Jesaja 25, 6-9 (Nieuwe Bijbel Vertaling) en Mattheüs 22, 1-14 (Naardense Bijbel 2014)

Over de parabel van vandaag dacht ik eigenlijk altijd zoiets als dit: je krijgt een uitnodiging voor een bruiloft en het feest is nu. Dus je moet nu ja of nee zeggen? Nou, en dan kan het weleens nee zijn. Hoe erg is dat?

Ja, de dienaren die je voor de derde keer komen uitnodigen mishandelen en doden gaat natuurlijk alle grenzen te buiten. Maar doet die koning dat niet ook, over grenzen gaan? Als wraak de moordenaars laten ombrengen, hun stad platbranden? Sympathiek is dan wel weer dat iederéén vervolgens uitgenodigd wordt, goeden en bozen. Ze worden letterlijk van de straat gehaald. Maar dan is er een gast die geen bruiloftskleed aanheeft. Ja, is het gek als je zomaar ineens op een bruiloft belandt? ‘Neem mij aan zoals ik ben…’, nou, nee dus. Hij wordt buiten gegooid, de buitenste duisternis in, waar geween is en tandengeknars. Het geweld stuit me tegen de borst. En ik werd er altijd een beetje recalcitrant van: ik bepaal zelf wel of ik meedoe of niet! En het gaat toch niet om de buitenkant! En verder kwam ik niet. Conclusie nu: ik had de oren behoorlijk dichtzitten en mijn verstand richting nul gezet…

Het was nodig om verder terug te gaan én dieper te graven om voorbij deze eerste reacties te kunnen komen.

Tempel van Jeruzalem

Eerst een stap terug: het toneel waarop deze derde parabel op rij verteld wordt is de tempel van Jeruzalem. Op de achtergrond staan daar volgelingen van Jezus en allerlei andere gewone mensen. Op de voorgrond staan oudsten en hogepriesters die aan Jezus vragen in vers 23 van hoofdstuk 21:

Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?

Ambtsdragers zijn het, het bevoegd gezag dat zich uitgedaagd voelt door een loslopende leraar, genezer, die zich niet voegt in de bestaande verhoudingen, die niet wacht tot zij hem bevoegd verklaren, maar ergens anders zijn gezag vandaan haalt.

Geroepenen

Welke reactie, welk antwoord, geeft Jezus dan met deze gelijkenis? Ik had er de herziene Naardense Bijbel uit 2014 voor nodig om daar iets van op het spoor te komen. De NB 2014 zegt: ‘Hij zendt zijn dienaars uit om de geroepenen te roepen tot de bruiloftsdagen – en ze hebben niet willen komen!’ Geroepenen, tous keklèmenous in het Grieks. Toen ineens dacht ik: maar die gasten zíjn al uitgenodigd en ze hebben blijkbaar geen nee gezegd! De dienaren worden gestuurd om ze te herinneren: het begint vandaag, alles staat klaar, kom en feest mee op de bruiloftsdagen. Daar staat ook echt een meervoud in het Grieks. Want met een dagje is het niet gedaan! Het is groot feest dat zich over meerdere dagen uitstrekt. Maar als puntje bij paaltje komt, hebben de gasten blijkbaar iets anders, iets beters te doen: kopen en verkopen, je akker bewerken. Het alledaagse leven met zijn kleine en grote zorgen, met zijn vaste structuren en regels krijgt voorrang boven…, ja, boven wat eigenlijk?

Bruiloft: dat is twee die zeggen dat ze samen door het leven willen gaan.

Het is niet al te gewaagd om in de koning God te zien die voor haar zoon, haar kind, haar geliefde Israël, de bruiloftsdagen aanricht. Bruiloft: dat is twee die zeggen dat ze samen door het leven willen gaan, met lichaam en ziel, die een verbond sluiten. Dat moet gevierd worden én heeft gevolgen voor beide partijen. Je mag er elkaar op aanspreken, op dat verbond, op de beloften die je gedaan hebt.

Welkom aan het feestmaal

Telkens opnieuw stuurt God mensen uit, om de geroepenen tot de orde te roepen: weet waar het uiteindelijk om draait, om dat goddelijke feest van vrede en gerechtigheid. Daartoe ben je geroepen: om er aan mee te werken, om er van te genieten! En in de Jesajalezing zien we een verbreding: alle volken – niet alleen Israël – zijn welkom op de berg van God aan het feestmaal. Waas en sluier die verhullen en het zicht belemmeren: ze worden weggenomen. Er is overvloed voor allen die ingaan op de roep van de ENE van de hemelse machten om zich op de berg van de ENE te verzamelen en aan te liggen aan het feestmaal.

Wij die geroepen zijn, ja gezegd hebben, maar het laten afweten als het erop aan komt.

In de parabel wordt duidelijk wat het koninkrijk van de hemel kan zijn (als een groot en groots huwelijksfeest) maar ook wordt duidelijk wat er in de weg staat: het dagelijkse gedoe dat soms het zicht op het wezenlijke kan vertroebelen, het ongemak van trouw blijven en daarom liever ieder die je daartoe van Godswege oproept wegdoen uit je leven. Er zijn mensen die heel goed zijn in anderen te wijzen op de regels en structuren van het verbond, maar niet zo goed zijn in daadwerkelijk leven en samenleven vanuit de geest van het verbond. Dat kunnen we allemaal zijn, ook wanneer we geen hogepriester of oudste, farizeeër of sadduceeër, pastor of predikant zijn. Wij die geroepen zijn, ja gezegd hebben, maar het laten afweten als het erop aan komt … Wij moeten dealen met de gevolgen ervan en zeker wanneer we degenen die ons komen waarschuwen en herinneren aan onze roeping negeren, doodverklaren. In hedendaagse termen: dan hebben we onszelf buitenspel gezet, dan missen we onze bestemming als beeld van God in deze wereld, dan doen we onszelf geweld aan.

Ons bruiloftskleed heet bekering, ommekeer naar God.

Ook in de gelijkenis komt vervolgens de verbreding die we bij Jesaja zagen: van de straat worden mensen geroepen, iedereen is welkom op het feest, goeden en kwaden. Maar… weet wel waar je aan begint, weet wie jou uitnodigt, laat zien dat je jezelf bekleden wilt met minstens het verlangen naar gerechtigheid en vrede. Ons bruiloftskleed heet bekering, ommekeer naar God. Daartoe roept Jezus op, daar komt zijn bevoegdheid, zijn gezag vandaan: ‘Wek in mij wie ik zal zijn, druk uw zegel op mijn ziel en leef in mij’! Amen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *