Overweging zondag 25 april 2021
door Ingrid van Beuzekom

Bij Ezechiël 34,1-10 en Johannes 10,11-16

 

De lezing uit het evangelie van Johannes van deze morgen begint met: Ik ben de Goede Herder.

Een herder, wat is dat eigenlijk?

Altijd maar schaapjes op zijn nek

Mijn beeld van een herder is ontstaan op de school met den bijbel. De plaat die je hierboven ziet hing in ieder klaslokaal.

Een was een wat slordige man, met een lange mantel die altijd maar schaapjes op zijn nek droeg. Tenminste… de kleine schaapjes waar goed voor gezorgd moest worden. Anderen moesten zelf mee lopen.

In de bijbel wordt veelvuldig gesproken over herders.

De aartsvaderen Abraham, Izak en Jakob waren herders. Nomaden, die reisden naar plaatsen waar eten en drinken voldoende was voor hun kudde. Een herder is hier een nomade.

David was een herdersjongen toen hij geroepen werd om koning te worden over Israël. Hij was in het veld toen hij geroepen werd om gezalfd te worden door Samuel.

In Ezechiël wordt ook geschreven over de herders. Hier wordt een verschil gemaakt tussen goede en slechte herders. Het is alsof bij Ezechiël de goede herders de werken van barmhartigheid representeren: zorgen voor de ander, de zieken verzorgen, de naakte kleden…

De goede herders gebruiken de schapen niet alleen om hun families van eten en kleding te voorzien, zij verzorgen hun schapen als ze ziek zijn, zoeken verdwaalde dieren weer op. Ze kennen hun schapen zelfs bij name. Schapen krijgen dus een naam. Herders kunnen hun kudde verzorgen als hun familie.

Dit beeld hergebruikt Johannes, hij laat Jezus hierop doorborduren. Jezus gebruikt dit beeld om het leiderschap in de geloofsgemeenschap te beschrijven.

In de tijd dat Johannes zijn evangelie schreef, zo lees ik, waren herders vooral mannen die buiten de maatschappij stonden. Zij leefden buiten de stad, en hoorden niet bij de mensen die in en rond de tempel waren. Daar waren de geleerden, de mensen die de schriften lazen, daar hoorden zij niet bij.

Wederkerige relatie

Wonderlijk… deze herders waren als eerste aanwezig na de geboorte van Jezus om hem te verwelkomen, zo vertellen ons de evangelisten.

Deze herders staan in het verhaal van vandaag symbool voor een wederkerige relatie.

De herder kent de schapen en de schapen kennen hem, hij zorgt dat ze genoeg te eten en te drinken hebben, wanneer ze extra zorg nodig hebben geeft hij dat.

En de schapen zorgen voor wol en melk voor de herder om van te leven en op hun tijd worden ze ook geslacht.

De relatie komt tot stand door de stem. Door de woorden die hij spreekt, op die manier herkennen de schapen hun herder. Deze herder spreekt dus met zijn kudde.

Het spreken is van groot belang, door te spreken wordt een werkelijkheid geschapen. De woorden die gesproken worden, zijn van levensbelang voor de schapen, daardoor worden zij aangesproken, door de woorden herkennen zij hun herder. Weten ze waar ze veilig zijn.

Bovendien zorgt deze herder ook voor schapen die niet uit zijn kudde afkomstig zijn zo vertelt het verhaal ons. Er komen dus kennelijk schapen van elders die er ook bij mogen horen. Zo goed is deze herder.

Het spreken is van groot belang, door te spreken wordt een werkelijkheid geschapen.

Zij hebben elkaar nodig, zijn er voor elkaar.

De herder is niets zonder zijn schapen en de schapen zijn niets zonder hun herder.

Er zijn dus vele definities, beelden omschrijvingen van een herder.

Ik ben de goede herder

Nu weer terug naar het evangelie van Johannes dat begon vandaag met: ‘Ik ben de Goede Herder’.

Jezus zegt van zichzelf dat hij een goede herder is en duidt vervolgens wat voor hem een goede herder is. Een herder kent de schapen bij name, zorgt voor hen wanneer ze ziek en zwak zijn. Hij zorgt dat de kudde bijeen blijft. Geeft leiding en duiding wat wel en niet geoorloofd is.

En dan tot slot: ‘De Vader heeft mij lief omdat ik mijn leven geef, om het ook weer terug te nemen. Niemand neemt mijn leven, ik geef het zelf. Ik ben vrij om het te geven en om het weer terug te nemen – dat is de opdracht die ik van mijn Vader heb gekregen.’

Je leven geven voor je schapen, uit vrije wil…om het later weer terug te nemen, hoort ook bij het zijn van een goede herder.

Hoe kan/wil ik herder zijn in deze tijd? Of ben ik een mak schaap dat achter de goede herder aanloopt?

Wat zegt dit verhaal ons vandaag?

Dit vertelt mij dat ik mensen mag leren kennen hoe ze zijn, verder kijken dan alleen naar de buitenkant.

Een herdersjongen kan tenslotte zomaar een koning worden.

De mensen die leven in de getto’s van onze wereld kunnen zo met elkaar dat zij hun leven voor elkaar willen geven…ze gaan voor elkaar door het vuur. Zorgen voor elkaar..

Niet de plaats waar je leeft, vertelt wie je bent, niet hoe je er uit ziet maar…

Ik leer de ander kennen door de woorden die zij spreekt.

Luisteren naar de ander, echt luisteren maakt dat ik de ander ten diepste hoor en zie. Door te luisteren leren we elkaar kennen kunnen we van betekenis zijn voor elkaar.

Dat we zo mogen leven.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *