Overweging zondag 2 mei 2021
door Natascha Leeuwenkuijl

Bij Johannes 15, 1-8 en Psalm 119, 17-24

 

Afgelopen week was ik twee dagen bij Phoenix. Dat is een instituut dat, aldus de website, een vrijplaats is, en een plek wil bieden voor iedereen die bereid is om naar zichzelf te kijken, echt contact wil maken en de eigen potentie voluit wil leren leven. En daar is niets aan gelogen. Op een sfeervolle plek grenzend aan het Catherijneconvent leren we de tekens verstaan. We keren terug naar het systeem van herkomst, en onderzoeken wat we hebben meegekregen van onze ouders – en zij weer van hún ouders – en wat we doorgeven aan onze kinderen, en zo verder. Wat we onder meer leren is het bewustzijn van positie. Wat was jouw plek in het systeem van herkomst? Waar sta je? Hoe verhoud je jezelf tot de anderen in het systeem? En hoe pássend was jouw plek?

We leerden dat iedere positie in het systeem een bepaalde verantwoordelijkheid met zich meebrengt.

Ouder- en kindschool

Of we ooit hadden gehoord van de vader- of de moederschool. Op deze school heb je de positie van ouder te leren, met waarden als betrouwbaar zijn, vertrouwen geven, beschermen en doen wat díent.

De belangrijkste les op de zoon- of dochterschool is je toevertrouwen aan de ander, kwetsbaar zijn, hulp aanvaarden en gedragen worden.

En op de broer- of zus-school ontdek je de kracht van de solidariteit, gelijkwaardigheid, collegialiteit en vriendschap.

Johannes 15, 1-8 in systemisch perspectief

Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij opdat hij meer vruchten draagt. Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie heb gezegd. Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft, en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij worden met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren

Met de training van Phoenix nog vers in het geheugen las ik de welbekende woorden van Johannes 15 en – bij wijze van experiment – besloot ik om dat verhaal te verkennen vanuit systemisch perspectief.

Wijnbouwer, -rank en -stok

Om te beginnen hebben we de Vader, wijnbouwer. De positie van ouder in het systeem is hem van nature gegeven: Vader-met-een-hoofdletter, man en in de rol van wijnbouwer alle gereedschap in handen om te planten en te snoeien, desnoods wég snoeien. De ranken dat zijn wij. Kinderen van de Ene, en tegelijkertijd ook broeders en zusters van elkaar. En dan Jezus. Hij is verbeeld als de wijnstok.

De positie van Jezus in dat systeem dat puzzelt me. Jazeker, hij is Zoon van de Ene, en als wijnstok verbindt hij ons mensen met de Ene. En tegelijkertijd wordt hij in andere verhalen gepositioneerd als mens onder de mensen, en toch ook weer niet want beeld en gelijkenis van Hem die leeft zo zingen we met regelmaat. (Jezus moet zich bij tijd en wijle eenzaam hebben gevoeld, als mens gezonden, en toch niet gelijkwaardig aan ons mensen, júist omdat hij gezonden was met een missie. Maar dat tussen haakjes)

Kinderen van God

Het vraagt moed om bij te dragen aan de wereld van God, om voorrang te geven aan dat wat goed is voor de samenleving en steeds weer af te stemmen op ik-jij-en-wij.

In het verhaal van Johannes worden we als kinderen van God opgeroepen om ons toe te vertrouwen aan de Ene, Vader en Moeder.

We worden opgeroepen de sturende hand van de Ene te accepteren, immers: iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij opdat hij meer vruchten draagt. En tegelijkertijd zijn we verbonden met de Ene door Jezus, de wijnstok. Deze verbinding voedt ons, met water, met inspiratie, met levenskracht.

We worden uitgenodigd om op te gaan, méé te gaan in het grote plan van God van een vruchtbare wereld waar wij mensen als wijnranken naast elkaar en in elkaar gekronkeld kunnen leven. Waar plek is om te groeien en uit te groeien tot een tros druiven die wijn geeft om te delen.

Het vraagt moed om bij te dragen aan de wereld van God, om voorrang te geven aan dat wat goed is voor de samenleving en steeds weer af te stemmen op ik-jij-en-wij. En nou komt het moeilijkste: als kind van God erop vertrouwen dat de Ene haar positie van ouder in het systeem pakt. Dat ze doet wat je als (mensen)kind mag verwachten van een ouder, dat ze je geeft waar je zo naar verlangt, waar je op hoopt. Maar wat je nooit kunt éisen, zeker niet van de Ene.

Wat dat is? Als ik voor mezelf spreek, dan verlang ik naar een Moeder, een Vader, een God, die me richt met waarden ten leven, die me ruimte geeft om mijn weg in het leven te zoeken, het vertrouwen geeft dat ik dat kan, zelf en samen met anderen, die me bijstuurt als dat nodig is, en me opvangt als ik val.

Naar welke Vader, Moeder, God verlang jij?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *