Overweging zondag 23 mei door Ineke Lamers

Bij Genesis 11,1-9 en Handelingen 2,1-24

 

‘Weest vruchtbaar en talrijk, bevolk de aarde’: dat hoorden we in de Paasnacht, 50 dagen geleden. En het gebeurt: de mensen verspreiden zich over de aarde. Daar komt helaas ellende van en met een zondvloed probeert de Ene de aarde te bevrijden van de mensen. Met een klein clubje echter, Noach en co, wil Zij dan toch weer verder gaan. De opdracht blijft dezelfde: ‘Verspreid je over de aarde als mijn beeld en gelijkenis’. En natuurlijk klinkt daar mee: ‘Leef naar mijn Tora en wees zo een rechtvaardig volk.’

‘Verspreid je over de aarde als mijn beeld en gelijkenis’.

Vandaag horen we een verhaal over een deel van de nakomelingen van Noach dat niet echt in beweging komt. Iedereen spreekt een en dezelfde taal en woont op een kluitje bij elkaar. De ambitie? Een stad en een toren tot in de hemel bouwen. Niet meer bouwen, passen en meten met de bij elkaar geraapte stenen van het veld. Maar: gelijkvormige stenen maken, verschil en risico zoveel mogelijk uitsluiten, met het oog op macht en aanzien.

Meer van hetzelfde

Wat gaat hier mis? Want: vanuit goddelijk perspectief gaat hier iets mis. Waarschijnlijk is het dit: één stad, één taal, één toren, één volk: het is allemaal meer van hetzelfde, gericht op macht en aanzien. Het gaat hier niet over eenheid in verscheidenheid, over verschil dat lastig is en verrijkend, over leven en samenleven in alle soorten en maten, over moed om te ontdekken en tot bloei te brengen. Laat staan dat hier een bepaalde manier van leven in Gods naam bevorderd wordt. Verspreid worden is een bedreiging, verschillend zijn is een bedreiging.

Daar steekt de ENE dus een stokje voor. Zoals Zij ooit sprak: ‘Laten wij mensen maken naar ons beeld en gelijkenis’, zegt Zij nu: ‘Laten wij naar hen toegaan en spraakverwarring onder hen teweegbrengen, zodat ze elkaar niet meer verstaan.’ Als mensen blijven hangen in gelijkvormigheid en streven naar macht en aanzien, dan zal God hen daarin dwarsbomen. Onze woonplaatsen moeten blijkbaar geen tekenen zijn van macht en kracht en homogeniteit, maar van een rechtvaardig samenleven van ongelijken, van verschillenden. Dát moet zich over de aarde verspreiden, zo moet de mens, Gods beeld en gelijkenis, er een bewoonbare aarde van maken voor allen en alles.

In vuur en vlam

Je zou kunnen zeggen dat het Pinksterverhaal ook over ‘verspreiden’ gaat. Het is de dag van Sjavoeot, een feest waarop de eerste oogst en de ontvangst van de Torah gevierd wordt. Je zou kunnen zeggen dat die eerste leerlingen een nieuwe oogst zijn. En op die dag zijn ze bij elkaar, leerlingen, apostelen, familie van Jezus, vrouwen en mannen. Maar een nieuwe oogst moet niet alleen ingezameld en opgeslagen worden, maar ook uitgedeeld en opgegeten worden. Die eerste generatie moet voedsel worden voor een volgende. En het verhaal gaat dat ze, 50 dagen na Pasen, in vuur en vlam gezet worden en beginnen te spreken, in vreemde talen nog wel. Zij worden opgeroepen, εκκαλεω in het Grieks. En daar en dan begint het oproepen van de wereld, vandaar die prachtige opsomming van volken uit de bekende wereld van die tijd, een tongbreker voor menige lector. Hierin blijft de verscheidenheid bewaard en toch verstaan mensen elkaar. Het is de kracht van de Opgestane die hen verbindt. Zoals Jezus begeesterd was, mogen zijn volgelingen ook begeesterd zijn. Er zit iets onvatbaars in, iets van een andere orde. Dat is verbijsterend. Maar je kan natuurlijk ook denken dat er drank in het spel, of gekte. Het ongrijpbare schept onrust…

Het tegendeel van onverschilligheid

Want als de Geest neerdaalt, dan is zij soms een lieflijk briesje, een verfrissende koelte, zuurstof waarmee je verder kunt en waardoor je op ideeën komt. Maar even zo goed is de Geest als tegenwind, die heilige huisjes op de tocht zet, die irritant is. Heilige Geest kan zich manifesteren in de tegenstem, in het geweten dat knaagt, in de afwijking van de norm. Zij is het tegendeel van onverschilligheid. Zij roept op tot leven, hem achterna, dat doorgebroken goddelijke licht.

Want als de Geest neerdaalt, dan is zij soms een lieflijk briesje, een verfrissende koelte, zuurstof waarmee je verder kunt en waardoor je op ideeën komt. Maar even zo goed is de Geest als tegenwind, die heilige huisjes op de tocht zet, die irritant is.

            Pinksteren roept de vraag op, waardoor u en ik – ieder voor zich – nu eigenlijk begeesterd worden, wat u, ik daarmee dan doen. En ook: of we hardop zeggen dat we er ‘een van Jezus’ zijn. Of christen, katholiek, protestant, zoiets. Ik heb helemaal niks met evangeliseren, met anderen bekeren, met spreken vanuit een bepaald instituut: ‘de kerk zegt en daarom zeg ik u’. Absolute waarheden, absoluut gezag: ik kan er niet mee uit de voeten. Maar mijn leven en werken is wel ergens op gebaseerd en het is goed om bij tijd en wijle dat fundament dan ook maar te verwoorden. Spannend, zeker. Maar ook een mogelijkheid om juist in gesprek te komen.

Geestkracht die tegelijk verbindt en ruimte geeft aan verschillen

         En wat betekent Pinksteren voor meer of minder georganiseerde christelijke geloofsgemeenschappen, groot en klein, oud en jong? Enerzijds zeggen we dat we niet zonder die Geestkracht kunnen, bidden we erom. Anderzijds hebben we moeite met verscheidenheid, andere manieren van geloven, Schriftuitleg, vieren, leven. De geschiedenis van de christelijke traditie in brede zin is er een van conflict, splitsing, verkettering, afscheiding, schisma. Deze Ekklesia, deze verzameling van opgeroepenen, is er het zoveelste voorbeeld van. Anders zijn waarderen is een voortdurende uitdaging. De verleiding om van alles en iedereen makkelijk te stapelen bakstenen te maken is groot. Evenals de neiging om van alles en nog wat te vatten in regels, voorschriften, geloofsbelijdenissen, catechismussen met het karakter van beton en met het oog op machtsopbouw en risicovermijding. En zo wordt het benauwd, worden we suf en slaperig en verdwijnt de levendigheid, het spannende.

            Tegen gebrek aan zuurstof is maar één remedie: ventileren! Deuren en ramen open! Kou lijden desnoods, maar zo wel wakker blijven. Niet alleen goed tegen COVID-19, want die aerosolen blijken toch niet te verwaarlozen, maar vooral ook: goed voor onze hoofden en harten. Zodat de Geest kan blijven oproepen tot dit: ‘Elkaar behoeden en doen leven’!

Amen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *