Overweging zondag 30 mei door Miranda Vroon-van Vugt

Bij lezing Deuteronimium 4, 32-34.39-49 en Mattheus 28, 16-20

 

Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb.

De woorden van het Evangelie die we net hoorden, vormen de afsluiting van het Evangelie volgens Matteüs. Jezus zendt zijn leerlingen uit over de wereld, want er is veel werk aan de winkel: ‘Doop alle volken in de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest.’ Het verhaal is verteld, het boek wordt dichtgeslagen.

Steeds opnieuw

Maar wij zijn vandaag hier, in deze kerk, juist teruggekeerd om het boek weer te openen, te luisteren en na te denken over ons geloof, over dat mysterie van God, van Jezus en van onszelf. Wij willen in beweging gebracht worden, maar moeten steeds opnieuw horen hoe dat ook al weer gaat. We beseffen dat we nooit klaar zijn met het doorgronden van ons geloof en dat wij daarom steeds dat boek, de Bijbel, weer moeten openslaan.

In de eerste lezing, uit Deuteronomium, staat iets wat te denken geeft: ‘Is er ooit een god geweest die het heeft aangedurfd zich een volk toe te eigenen waarover een ander volk macht uitoefende?’ Het gaat hier over God, die koos voor een groep slaven, levend te midden van het Egyptische volk. Dat waren de nazaten van Jakob, het latere volk Israël. Maar destijds vormden ze nog niet meer dan een gediscrimineerde en vervolgde minderheid, zoals we die kennen in alle tijden, ook in de onze. God koos echter voor hen en bracht bevrijding. De allermachtigste God kiest niet voor het allermachtigste volk, maar juist voor het tegendeel. God zet de wereld op zijn kop. Voor wie in hem willen geloven, heeft dat ingrijpende consequenties.

De allermachtigste God kiest niet voor het allermachtigste volk, maar juist voor het tegendeel.

Het betekent bijvoorbeeld dat een al te gemakkelijke lezing van de evangelietekst van vandaag niet deugt, bijvoorbeeld deze: ‘Ga op weg en onderwerp alle volken in naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest’. Zo is deze tekst vaak geïnterpreteerd. In het voetspoor van wereldveroveraars en imperialisten legde de Kerk het christelijk geloof op aan hele volkeren tegelijk. Maar God is tegendraadser, laat het boek Deuteronomium zien. God kiest zich de slaven tot zijn volk, en heeft misschien wel wat minder op met de wereldveroveraars en imperialisten. Eenvoudig om te begrijpen is dit allemaal niet, en nog minder om hiernaar te leven.

Weg van het vanzelfsprekende

We worden opgeroepen om ons steeds laten onderbreken door wat God ons zegt. Daarom zijn we hier in deze viering, om ons dagelijks leven te laten onderbreken en om te luisteren. Ons eigen leven gaat z’n gangetje, soms in gezapig tempo, soms met adembenemende veranderingen, die lang niet altijd leuk hoeven zijn. We kiezen ons een weg, op hoop van zegen. En dan is daar die God, die ons zegt: ‘Wacht even, ik stel je iets anders voor… zoals ik toen dat slavenvolk voorstelde om weg te trekken bij hun meesters.’

Jezus, daar boven op de berg met zijn leerlingen, stelt hun ook iets anders voor dan wat zij gedacht hadden in hun leven te zullen doen. ‘Maak alle volken tot mijn leerlingen,’ zegt hij, ‘laat iedereen die je ontmoet zo mogelijk delen in wat je bij mij geleerd hebt. Dat ze door jullie gaan leven zoals ik heb voorgedaan, dat ze alles onderhouden wat ik jullie geboden heb.’ Het onderhouden van de geboden, waar ook Deuteronomium over spreekt, is niets anders dan leven zoals Jezus, die geen komma of punt wilde veranderen aan de Wet, die leefde in de Geest van de tegendraadse God, de God die zegt: ‘Ik bevrijd je.’

Bevrijdende kracht

We vieren vandaag het feest van de Drie-eenheid. In de Zoon wordt de Vader zichtbaar, die tegendraadse God. We horen dat ook in de laatste zin, wanneer Jezus zegt: ‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.’ ‘Ik ben met jullie’ is de betekenis van JHWH, de naam van God, die hij aan Mozes onthulde bij de brandende braamstruik, toen God zei dat hij de slaven van Egypte tot zijn volk had gekozen. God legt Jezus zijn eigen woorden in de mond. Jezus bekleedt zich met de naam van zijn Vader.

‘Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van de wereld.’

In die Geest worden wij uitgenodigd te leven, om in de geschiedenis te gaan staan van die slaven, om ons leven op hun spoor te zetten, steeds opnieuw vrijheid gevend, steeds lerend, ruimte gevend, ruimte krijgend. Het boek wordt nooit dichtgeslagen, het verhaal is nooit uitverteld.

We worden uitgenodigd samen verder te gaan. Met onderdrukte volkeren naar bevrijding te gaan zoals God, geïnspireerd te inspireren met de levenslessen die ons door Jezus zijn meegegeven. In de dynamiek van de God van relatie. Samen komen we pas echt tot ons recht, net als God, naar wiens beeld en gelijkenis wij zijn gemaakt.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *