Overweging zondag 6 juni door Arthur van Tongeren

Bij 2 Korinthiërs 5, 1-10 en Marcus 4, 26-34

 

Enige weken geleden fietste ik op weg naar hier door de Goirkestraat. Voor me uit zag ik een prachtig tafereel: de Sky Mirror van Anish Kapoor, op het voorplein van museum De Pont, reflecteerde een stukje perfect blauwe hemel met daarin een aantal witte wolken. De Pont heeft meerdere werken van Kapoor, die graag werkt met spiegelende oppervlakken die een vertekende reflectie van de omgeving geven. Maar de Sky Mirror is door zijn plaats op het voorplein het meest dynamische werk. Vaak, met name bij wat grauw weer met egaal grijze luchten, valt hij nauwelijks op, maar soms – zoals enkele weken geleden – is het een echte eyecatcher. Ik vond het beeld zo mooi dat ik even stopte om een foto te maken. Helaas is het plaatje op de voorzijde van de orde van dienst in zwart-wit, maar het geeft u een beeld. Het beeld van dat stukje lucht rechtopstaand op de grond, deed me denken: dat is nu bijna letterlijk een stukje hemel op aarde, alsof een scherf uit de lucht is gebroken en hier neergekomen. De reflectie vormt als het ware een trait-d’union, een brug tussen ‘hierbeneden’ en ‘daarboven’; een plek waar hemel en aarde raken. Bij de lezingen van vandaag drongen dit beeld en het motto voor deze viering zich al snel op.

De reflectie vormt als het ware een trait-d’union, een brug tussen ‘hierbeneden’ en ‘daarboven’; een plek waar hemel en aarde raken.

Hemels visioen

Dat ‘raken van aarde en hemel’ komt in beide lezingen naar voren. Paulus beschrijft zijn verlangen naar een leven waarin hij zijn aardse tent, en alle bijbehorende zorgen en beslommeringen, achter zich kan laten. Het liefst zou hij onmiddellijk dat hemelse kleed over zijn aardse kleding aantrekken: zonder te sterven toch deel krijgen aan het leven in de nabijheid van God. En, eerlijk toegeven, wie vindt het niet aantrekkelijk om zomaar zonder enige inspanning deel te krijgen aan dat koninkrijk van God, waarin alles goed en vreedzaam is? Een wereld zoals deze, maar dan versie 2.0, zonder oorlog, geweld, ziekte en dood; zonder mensen die moeten vluchten, gediscrimineerd worden, er niet bij mogen horen…? Het visioen waarnaar we verlangen in één klap waar. Maar Paulus realiseert zich dat dit niet kan. Eerst hebben wij hier op aarde ons leven te volbrengen, ‘ver van de Heer wonend’ zoals Paulus het omschrijft, maar wel levend in vertrouwen op God en vol goede moed, al doende Gods wil. We mogen in ons eigen leven de hemel al een beetje zichtbaar maken voor elkaar.

Hemel op aarde

Ook Jezus laat aarde en hemel raken in zijn vergelijkingen betreffende het koninkrijk van God. De mens zaait en zorgt, maar terwijl je slaapt ontkiemt het zaad en schiet het op. Je hebt er geen weet van hoe dat gebeurt, God/de hemel beschikt en laat de aarde vrucht voortbrengen; het gebeurt in het verborgene, maar het gebéúrt, onmiskenbaar en onontkoombaar. Het koninkrijk is iets onooglijk kleins, een mosterdzaadje – met het blote oog nauwelijks te zien, zo klein is het. Als het echter opschiet uit de grond en doorgroeit, wordt het ‘de grootste van alle planten’ die schaduw en beschutting biedt aan de vogels van de hemel.

Het koninkrijk is iets onooglijk kleins, een mosterdzaadje – met het blote oog nauwelijks te zien, zo klein is het.

Wij kunnen ons slechts een beperkt beeld vormen van dat beloofde, komende koninkrijk door in dit soort vergelijkingen te denken, zo lijkt Jezus te zeggen. Het koninkrijk van God zelf is onvoorstelbaar anders dan alles wat wij kennen of bevatten kunnen. De verklaringen die Jezus naar zeggen van Marcus aan zijn leerlingen geeft, moeten wij helaas missen. We zullen het zelf moeten uitpuzzelen. Wat Jezus overigens niet zegt, is dat het koninkrijk van God zich in de hemel of in het hiernamaals bevindt. Het zou zomaar kunnen dat hij doelt op een komende ‘staat van zijn’ die nog op deze wereld staat te gebeuren, misschien wel in deze tijd… In Jezus’ tijd leefden de mensen in de verwachting van de komst van het rijk Gods. Jezus zegt zelfs dat het rijk Gods niet is aan te wijzen – het is hier of het is daar – maar dat het midden onder ons is. Wat wij vaak als de hemel zien is volgens die opvatting al aanwezig in het hier en nu. Midden in dit aardse bestaan raken hemel en aarde. Mooier wordt het misschien wel niet…

Radicaal opkomen voor de zwakkeren

De vraag die onbeantwoord blijft is dan natuurlijk: hoe kunnen we dat rijk Gods dat midden onder ons is, dan herkennen en verder mee tot stand helpen brengen? Jezus had daar denk ik voor zichzelf wel een beeld van, had een blauwdruk in zijn hoofd van dat grotere plan. En dus ook een idee van de weg ernaartoe. Immers: zijn hele openbare leven draait vanaf het begin om de verkondiging van het rijk Gods. Zijn oproep tot ommekeer, is van meet af aan luid en duidelijk. Keer op keer wijst hij mensen terecht, als wat zij doen de komst van dat rijk in de weg staat. Om duidelijk te maken wat hij bedoelt, en hoe hij de weg naar dat Godsrijk voor zich ziet, maakt Jezus steeds weer opnieuw radicale keuzes – die niet zelden de mensen om hen heen verbazen of ergeren. Wat hij zegt en doet zou volgens de machthebbers in strijd zijn met de Wet. Maar Jezus is duidelijk in zijn leer: hij kiest, geheel in lijn met de Thora, partij voor de zwaksten, de meest weerlozen, de onderdrukten, de zieken, de hoeren, de tollenaars. Zijn manier van leven brengt hoop in de harten en levens van de verschopten en geminachten, laat zien dat ook voor hen zoiets als leven mogelijk is. Zijn handelen laat de hemel de aarde raken. Dat hij daarvoor uiteindelijk een hoge prijs zal betalen, moet hij zelf ook geweten hebben, of minstens vermoed.

Jezus is duidelijk in zijn leer: hij kiest, geheel in lijn met de Thora, partij voor de zwaksten, de meest weerlozen, de onderdrukten, de zieken, de hoeren, de tollenaars.

Vlak voordat dat gebeurt, vieren Jezus en zijn vrienden het joodse paasfeest, herdenken de uittocht uit slavenland Egypte. Voor en tijdens de maaltijd is er nog wat discussie over hoe het allemaal moet gaan worden in dat nieuwe koninkrijk, zo stel ik me voor op grond van de verhalen die zijn overgeleverd. Jezus verklaart zich nog wat nader ten overstaan van de leerlingen. Tijdens het daaropvolgende rituele dankmaal, waarbij hij brood en wijn zegent, gebruikt hij weer een fraaie beeldspraak: het gebroken brood zou voor hen zijn lichaam zijn, de wijn zijn bloed waarin een nieuw verbond gesloten wordt. In de katholieke kerk is dit moment tot belangrijkste sacrament gemaakt, en in de loop der tijd omgeven met heilige formules, rituelen, geboden en verboden. Het pijnlijke daaraan is wat mij betreft dat wat een teken zou moeten zijn van verbondenheid, eenheid en eensgezindheid is verworden tot een strijdpunt, dat heeft geleid tot pijn, verdriet, uitsluiting en afsplitsing.

Mede-plichtig aan de zaak van Jezus

Voor mij zegt dat dankmaal meer iets over de persoon Jezus, die zich ten einde toe ten volle wil geven voor zijn ideaal, maar ook over wat verwacht wordt van wie hem volgen wil. Die moet zich met hart en ziel inzetten voor de zaak, zich door het delen van brood en wijn her-inneren wie Jezus was en wat zijn leven betekende. Meedelen aan deze tafel is daarmee niet vrijblijvend, het maakt je mede-plichtig aan de zaak van Jezus. Vanuit deze geesteshouding is dit ritueel rond brood en wijn voor mij hoogst betekenisvol. Geen hocus-pocus of tovenarij, maar een verklaring van solidariteit aan een goddelijk geïnspireerde mens en diens ideaal en daarmee ook aan de mensen voor wie hij opkwam in deze wereld. Dat wij in onze tijd voor arme en kwetsbare mensen, voor vluchteling en vreemdeling, voor weduwe en wees een stukje hemel op aarde mogen brengen.

Moge het zo zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *