Smaakmakers

Overweging op 8 februari 2026
door Kees de Groot

Bij: Jesaja, 8-13 en Mattëus 5, 13-16

 

Afgelopen herfst zag ik in De Nieuwe Vorst een theatervoorstelling van een gezelschap uit Bethlehem (Al-Harah Theater – het Buurttheater) dat was uitgenodigd door de Tilburgse maker en producent Boy Jonkergouw. In een aangrijpende, woordeloze, aaneenrijging van handelingen op een vloer bezaaid met stenen verbeeldden de spelers het leven van een gezin onder de bezetting van het hedendaagse Israëlische regime. In de slotscéne werd gegeten aan een tafel. Aan die tafel ontbrak een poot. Telkens vielen de pannen en borden op de grond, en telkens dekte de moeder opnieuw de tafel. Uiteindelijk nam één van de twee zonen van het gezin de tafel op zijn rug en sleepte die met zich mee. Tot het hele servies in diggelen lag.

Bij de nabespreking met de regisseur rees de vraag hoe wij ons kunnen inzetten voor het lot van de Palestijnen. Uit de zaal kwam de suggestie: ‘Elke week staan we met een protest bij station Tilburg, dus als je je nutteloos wil voelen …’ (Deze kwam van de Tilburgse punkdichter, ooit stadsdichter, met het veelzeggende pseudoniem Nick J. Swarth.) Vanaf het podium werd direct de reactie gegeven dat deze steun wel degelijk welkom en zinvol is. Maar ik begreep en waardeerde de dubbelzinnigheid van de oproep wel: ik doe het, maar ik ben er niet trots op en maak me geen enkele illusie over het effect.

Het zout van de aarde

In de tweede lezing luisterden we zojuist naar woorden van Jezus, sympathisant van Johannes de Doper die na zijn protest tegen de autoriteiten is gearresteerd en vastgezet. De woorden zijn genomen uit de Bergrede en volgen direct op de gelukwensen (zaligsprekingen) aan de mensen uit het volk die worden getreiterd, vervolgd en valselijk beschuldigd. Hij spreekt hen moed in op een heel bijzondere manier: ‘Bij jullie, ja jullie, begint de komende wereld van gerechtigheid en vrede.’ Hij spreekt ze niet aan als slachtoffers, ook niet als opstandelingen, maar als zout van de aarde en licht in de wereld. Wat betekent dat nu precies? Het is eigenlijk een rare tekst, met een zin over zout dat zijn smaak verliest en weggegooid wordt. Als er iets is dat niet zijn smaak verliest en nooit bederft is het zout. Toch vandaag ook maar even naar het Grieks.  Wat staat er letterlijk?

Jullie zijn het zout van de aarde; Maar wanneer het zout onnozel wordt,  waarin wordt het zout?

Zout dat dwaas, onnozel (moro) wordt, is een merkwaardige zin. Dus lost de vertaler dat op met ‘zijn smaak verliezen’, ‘flauw worden’. Zout staat echter ook voor kennis. Dat ‘onnozel worden’ klopt dus prima met de overdrachtelijke betekenis van het zout. In het Nederlands is de strekking dus: ‘Bij jullie is scherpte, blijf scherp, want alleen zo kun je smaak afgeven.’ En: ‘Jullie brengen verlichting, zorg dan ook dat je anderen verlicht.’ En impliciet: jullie zijn als een stad op een berg, zorg dat je niet onopgemerkt blijft.

Bij jullie is scherpte, blijf scherp, want alleen zo kun je smaak afgeven.

Augustinus zegt in zijn preek bij deze zondag over dat ‘onnozel worden’ en ‘je licht onder de korenmaat zetten’: dat zijn zij die zich uit vrees voor vervolging gedeisd houden. Er wordt vasthoudendheid van ons gevraagd.

Lofzang op de radicale liefde

Dat is wat anders dan hoe deze beelden óók wel hebben doorgewerkt, onder meer in de Amerikaanse christelijke cultuur. Daar is ‘de stad op de berg’ een beeld geworden voor de Verenigde Staten als gidsland (om maar een verwant begrip uit onze eigen cultuur te gebruiken). Tegen het land dat God heeft uitverkoren moet iedereen opkijken.

Hoe te voorkomen dat het zelfbewust vasthouden aan, en uitdragen van een principiële houding ontaardt in overmoedige deugneuzerij?

Augustinus wijst erop dat de goede daden wel gezien moeten worden, maar dat het doel óók is dat eer wordt bewezen aan de alles overstijgende liefdevolle bron die Jezus ‘jullie Vader in de hemel’ noemt.  Het oogmerk is niet om zelf bewonderd te worden, maar dat de lof wordt gezongen van de radicale liefde, de inzet voor het heil van eenieder, de bevrijding uit de greep van het kwaad.

Dat is waar de Ene, aldus Jesaja, voor staat. En Hij troont, aldus psalm 22 op de gezangen van de mensen. Daarom moet er gezongen, gespeeld en gedicht worden.  Opdat mensen er weer in geloven, in Hem geloven, hoop koesteren, de liefde in het oog houden en erop vertrouwen dat die sterker is dan de krachten van dood en verderf.

Hardnekkig volhouden

In het volk dat hongert naar gerechtigheid is wijsheid en licht op een hardnekkige, dwaze manier. Tegen de klippen op blijven ze volhouden, zelfs al het niet meer gaat. En toch zijn zij het zout der aarde en het licht der wereld. Niet de presidenten, influencers, en talkshowgasten.

Laten we dus zoutkorrels zijn. Die een smaak van vriendelijkheid en menslievendheid verspreiden, en bij anderen de waardering wekken voor de Kracht van de Liefde, de kracht van waaruit wij liefdevol kunnen zijn.

1 antwoord
  1. Nick J Swarth
    Nick J Swarth zegt:

    Ter aanvulling: mijn opmerking kwam in het verlengde van een andere opmerking van iemand, die het voorkwam dat de alle acties voor gerechtigheid voor de Palestijnen nutteloos waren i.c. niets opleverden. Mijn opmerking tegen die persoon was: ‘Elke week staan we met een protest bij station Tilburg, dus als je je nutteloos wil voelen…’

    In een notendop: doe iets!
    Blijf scherp en geef smaak af.
    Wat mij betreft is de vraag naar het nut tamelijk irrelevant. Ageren tegen onrecht is iets wat je moet doen, of het nu wel of niet (direct) effect heeft. Het is van het allerhoogste belang om de kwestie op de agenda te houden en dat is wat we doen bij het station en wat honderden anderen doen in steden over de hele wereld. Het is van het allerhoogste belang om scherp te blijven en de huidige ‘leiders’ niet te laten wegkomen met hun wangedrag, dat vooral dient ter meerdere eer en glorie van hun eigen portemonnee en die van hun vriendjes. Het is van het allerhoogste belang om ze dat steeds onder hun neus te blijven wrijven, zodat ze zich niet al te comfortabel gaan voelen in hun stuitende machtswellust.

    Dus inderdaad: ik doe het (en velen met mij); trots heeft er relatief weinig mee van doen, maar ik sta er pal voor (“Toch is Sisyphus gelukkig, want terwijl het rotsblok naar beneden rolt, heeft hij weer heel even de tijd om zich ervan bewust te zijn dat hij dat rotsblok de baas is.”); en inderdaad: ik maak me geen enkele illusie over het effect.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *