Barmhartigheid wil ik, geen offers (Sacramentszondag)

Overweging op 7 juni 2026
door Simone Snakenborg

Bij: Jesaja 57, 14-19  en Mattheüs 9,9-13

 

Kortgeleden las ik een interview in Trouw met Theoloog Alain Verheij over zijn boek De Prijs van vergeving. ‘Vergeving is ontzettend mooi’, zegt hij, want: ‘Een genadeloze samenleving is liefdeloos en onveilig.’ Maar vergeving heeft ook een schaduwzijde. Hoe veilig is het om je partner te vergeven die jou slaat, zolang deze nog in één huis met jou woont? Of je stalkende buren, de structurele pestkoppen op school? Hoe goed is dat voor het welzijn en de veiligheid van de vergever? Aldus Verheij.

Vergeven is ontzettend mooi, maar niet zodanig het je beschadigt.

Het bracht me meteen bij het thema van vandaag. ‘Ik wil barmhartigheid’, zegt Jezus, ’maar géén offers!’ Oftewel met de betekenis van vandaag. Vergeven is ontzettend mooi, maar niet zodanig het je beschadigt.

Volg mij

Geen offers, wat bedoelde Jezus daarmee? Ik neem ons mee terug in de tijd. Jezus ontmoet bij een, zeg maar belastingkantoor, een medewerker en spreekt hem aan. Hij zegt niet: waar ben jij nou mee bezig: rijk worden over de rug van arme mensen? Ik wil niets met je te maken hebben! Maar hij vraagt de man om hem te volgen. En .. de tollenaar legt zijn werk neer en staat op. Mattheus heet hij of Levi. Hij wordt een leerling van Jezus. De algemene visie is dat hij óók de schrijver is van het evangelie waaruit we zojuist lazen. Als tollenaar zal Mattheüs belezen zijn geweest en het Grieks goed beheersen. De Joden in zijn omgeving hebben hem mogelijk veracht omdat hij het belastinggeld namens de Romeinen inde.

Collega’s en zondaars

Het verhaal gaat dat Mattheüs vervolgens Jezus uitnodigt om bij hem te komen eten. Onder de gasten zijn ook collega’s van de belastingdienst en zondaars, laten we ons niet afvragen wat zij misdeden. Dit komt brave farizeeërs ter ore komt en ze spreken Jezus’ leerlingen erop aan. Jezus vangt hun vraag op en antwoordt: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. Ik wil barmhartigheid, geen offers. Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’

Zijn antwoord toont veel verwantschap met de woorden van Jesaja die we ook lazen. De Enige was boos op de mensen, vanwege hun zondige hebzucht, schrijft Jesaja. Hij heeft ze gestraft en zijn woede ingeslikt. Maar die mensen gingen gewoon door met hebberig zijn. Straffen hielp dus niet. Toch geeft de Enige niet op. De Levensadem zal hen genezen. Al hun misstappen zijn gezien, maar wat ze mogen blijven ontvangen is pure barnhartigheid.

Mysterieus

Toch vind ik het ook een mysterieus antwoord van Jezus. Waarom noemt Jezus het samenzitten met zondaars géén offer en, dus ga ik van uit, met rechtvaardigen wel?

Als je de Enige ten volste wilt dienen, breng dan geen offers

Nu betekende het woord ‘offer’ in Jezus’ tijd wel wat anders dan nu. Nú is een offer iets wat ten koste van ons gaat. In Jezus’ tijd waren offers handelingen om, al dan niet preventief, God te danken voor een goede oogst, een gezond leven, vergeving te vragen, enzovoort, waarbij geldt: ‘ik geef opdat u geeft’. In Jezus’ tijd werd er geofferd door Joden, Romeinen en Grieken.

Volgens mij wilde Jezus tegen de brave geloofsmannen zeggen: Als je de Enige ten volste wilt dienen, breng dan geen offers (met dus de verwachting van return on investment). Maar dóe iets: zoek juist de mensen die leven zónder God en beteken iets voor hen. Zoals Jesaja het beschrijft doet de Enige zelf ook niet anders.

Baarmoeder-hartig

Jezus wil barmhartigheid, oftewel dat een open hart ten grondslag ligt aan onze daden. In hoofdstuk 22 van Mattheus noemt hij liefde als samenvatting van alle wetten van Mozes. Ofwel: ‘Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand … Het tweede is daaraan gelijk: heb uw naaste lief als uzelf. Liefde als basis van de wet. Daar kunnen wij in onze tijd een voorbeeld aan nemen.

Het woord barmhartigheid heeft in onze taal alles te maken met vergeving en mededogen. Ga met om anderen, ondanks wat ze hebben misdaan. Het woord is, in het Nederlands en het Hebreeuws, verwant met ‘baarmoeder’. Baarmoeder-hartig. Zoals een moeder zorgt voor kinderen haar toevertrouwd, ook al komen die veel te laat thuis van een feestje, gooien ze hun vuile was stelselmatig náást de wasmand in plaats van erin en spijbelen ze van school. Gelukkig zorgen vandaag de dag ook steeds meer vaders en transouders als een moeder.

Sacramenten

Dát wil Jezus in zijn tijd, en in de onze. Dat we elkaar geven zonder een berekening van wisselgeld. Geven om te geven, alleen maar zodat de ander kan ontvangen. Als we nou eens zo zouden kunnen kijken naar de sacramenten van het Katholieke en protestantse geloof. Niet als geloofsgeheimen, maar als giften met een warm hart om niet. Gewoon om ze te geven en te doen ontvangen, om gevuld en vervuld te zijn.

Offers van nu

En nu terug naar het begin. Als we het Jezus konden vragen, wat zou hij zeggen. Mag vergeving ten koste gaan van onszelf? Is dat barmhartig? De offers van toen wilde Jezus niet. Maar hoe zit het met de offers van nu?

Zijn aardse leven liep op een bijzondere manier af. Na de pijn en dood aan het kruis was hij opnieuw onder ons. Hij toonde zijn wonden, hij gaf ons zijn vrede. Hij leefde voorbij sterfelijkheid en verliet ons opnieuw om thuis te komen bij zijn Vader. Zo kregen wij mensen een nieuw Pinksterhart.

Is dat een offer? Een gebaar van Jezus om de Enige te dienen of om zichzelf weg te cijferen? Of een gebaar van de Enige voor ons: om zijn zoon voor ons op te offeren, zodat wij weer opnieuw kunnen beginnen?

Was het niet de Enige, over wie Jesaja schrijft dat hij/zij leeft hoog in de hemel en diep in de aarde tussen mensen die verslagen en niet om aan te zien zijn? Die het vol blijft houden met ons en barmhartigheid toont, ondanks wij ons hart maar al te vaak vergeten in ons leven?

Wie zijn leven niet wil geven

Ik kan de dood aan het kruis van Jezus niet zien als offer. De Enige heeft ook hém barmhartigheid getoond. Dat kán toch niet anders? Ik stel de vraag aan de vaders en moeders hier. Wie kan het over zijn hart krijgen zijn of haar kind op te offeren, weg te cijferen voor een groter doel?

Wie zijn leven niet wil geven, betekent niet dat de dood de enige uitweg is. Het betekent dat je je leven toevertrouwt aan de barmhartigheid van een ander.

Het betekent dat je kunt delen met een ander,

dat je niet verloren bent.

Want altijd, hoe diep jouw lijden ook is,

De Enige is mét jou.

Dat is geen offer.

Dat is Barmhartigheid tot het duizendste geslacht.

Laten wij dus, onszelf en elkaar niet opofferen,

maar barmhartig zijn!

 

(Afbeelding gemaakt met ChatGpt)

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *