Wat kies jij?

Overweging op zondag 27 september 2026
door Simone Snakenborg

Bij: Ezechiël 18,1-4,25-32 en Matteüs 21, 23-32

Er is zoveel te kiezen. Kijk maar in de supermarkt (als je het kan betalen). Of in een café is een kopje gewone koffie al bijna niet meer gewoon. Kiezen is aangeleerd gedrag geworden en onze kinderen en kleinkinderen weten al niet beter of je kunt broek x bestellen in tien kleuren.

Kiezen tot kunst

In de uitvaartzorg, waar ik werk als ritueelbegeleider is kiezen tot kunst verheven. Het begint al met de keuze voor mij. Nabestaanden schatten in of ik de ‘juiste’ persoon ben voor hen. En als ik dan om tafel zit, dan begint het kiezen pas echt. Er zijn families die religieuze elementen in de dienst willen. Wat gaan we dan doen: het Onzevader bidden, zegenen? En zo ja: welke versie van het Onzevader dan, het oude of nieuwe? En zegenen we met wijwater, water uit de natuur, gebruiken we een bloem uit het bloemstuk of doen we het traditioneel met een kwispel of kwast. Ik noem maar een paar voorbeelden ….

Ik hoop dan dat ik de mensen kan helpen om de keuzes vanuit hun hart te maken. Dat er gebeurt wat zij nodig hebben.

Kiezen vanuit je hart. Bij de lezingen van vandaag kun je dit als onderliggend thema zien. Al hoewel je diep moet graven, want ex-belastingbeambte Mattheüs neemt ons mee in een soort van juridisch steekspel tussen Jezus en de autoriteiten over bevoegdheid en meerkeuzevragen. Wat kies jij?

Bevoegdheid

De plaats van handeling is een bijzondere: de tempel van Jeruzalem. De dag ervoor zijn Jezus en zijn leerlingen de stad binnengekomen en drommen mensen verzamelen zich om de bijzondere stoet heen. Ze gaan naar de tempel, waar Jezus een aantal tafels van geldwisselaars omkiepert, diverse mensen geneest en toegezongen wordt door kinderen. Ja, vooral dat. De volgende dag, en daar begin onze lezing, is Jezus weer in de tempel en geeft uitleg over de Thora. Volgens de Joodse geloofswetten is dat strengverboden ZONDER bevoegdheid. Lees Deuteronomium 13 er maar op na: iets over profeten en droomuitleggers en de doodstraf.

De aanwezige Hogepriesters en volksoudsten spreken Jezus aan. En eigenlijk is dat al heel wat. Ze hadden hem ook zonder pardon kunnen wegvoeren. Ze bevragen hem over zijn bevoegdheid, alsof een profeet een getuigschrift kan overleggen of een Verklaring omtrent Goed Gedrag.

Strategische keuze

Jezus weet als geen ander wat hem boven het hoofd hangt. Het zou gevaarlijk zijn om zijn eerdere woorden te herhalen: ‘Wat ik doe’, zegt hij in Johannes 5,19 ‘getuigt ervan dat de Vader mij heeft gezonden’. Dus, als een goed jood, stelt hij een wedervraag over hetzelfde onderwerp, maar dan over Johannes. ‘Kwam Johannes zijn bevoegdheid’, vraagt hij ‘om te dopen vanuit de hemel of was het een aardse behoefte van mensen?’ De autoriteiten kiezen voor een strategisch antwoord. Ze zeggen dat ze het niet weten. Want kiezen ze voor ’de hemel’, dan is Jezus’ wedervraag simpel: ‘Waarom hebben jullie hem dan niet geloofd?’ Kiezen ze voor ‘de mensen’, dan worden de omstanders boos: dat zeg je niet, want Johannes is een profeet, vinden zij.

Dat was geen keuze uit het hart, dus 1-0 voor Jezus. ‘Want dan hoef ik jullie ook niets te zeggen over mijn bevoegdheid.’

Meerkeuzevraag

En hij daagt ze uit met een nieuwe vraag, ook over keuzes. Een vader vraagt zijn zoons, ‘kinderen’ lees ik in de Naardense vertaling, te gaan werken in zijn wijngaard. De ene zegt ‘nee’ en gaat uiteindelijk toch en de ander zegt ‘ja’ en doet ‘nee’. ‘Welk kind doet nu de wil van zijn vader?’, vraagt Jezus. Ook nu kiezen de autoriteiten strategisch, of ze stinken erin: ze kiezen voor zoon A, die de wil van de vader concreet laat zien in verricht werk. Daarmee hopen ze Jezus te slim af te zijn. Maar hij dient ze van een raadselachtige repliek: ‘Ik verzeker u: de tollenaars en de hoeren zijn u voor bij het binnengaan van het koninkrijk van God.’, zo schrijft de ex-tollenaar Mattheüs. Oftewel: zij die in het openbaar zondigen, die ‘nee’, zeggen, die doen ‘ja’, omdat zij weten en voelen dat Johannes wél een profeet was die de mensen doopte met een zending vanuit de hemel.

Natuurlijk, aan zoon B heeft de vader ook niet veel. Die zegt braaf ja, maar die komt niet eens opdagen. Ik ben het eens met de autoriteiten dat ze niet voor B kozen.

Antwoord C

Maar wat nou … als die geloofsmannen een ander antwoord hadden gegeven? Niet A of B, maar … C. Of desnoods: ‘We weten het niet.’ Want wie zegt ons dat het een gesloten multiplechoicevraag was, die Jezus stelde? Deed zoon A echt de wil van zijn vader? Was hij niet vooral met zichzelf bezig: geen zin, tijd, misschien last van zijn rug/ Hoe groot is de kans dat zoon A zich er met een Jantje-van-Leiden heeft afgemaakt in die wijngaard?

Laten we nou eens gaan voor antwoord C. En die luidt: geen van beide deed de wil van hun vader. En dat is geen verwijt. Want kinderen hebben een eigen levensbestemming, en, dat zou Mattheüs een fijn woord vinden, een eigen bevoegdheid, volmacht of excusia om hun eigen keuzes te maken. Zoals wij die allemaal hebben.

Ezechiël

Want de Enige richt zich tot Ezechiël: profeet en priester in ballingschap (die op een ander moment een toekomstvisioen heeft van de tempel in Jeruzalem, waar het volk afgoden dient in plaats van God). Aan Ezechiël meldt de Ene: ‘Weet dat alle mensenlevens mij toebehoren: zowel het leven van de ouders als dat van hun kinderen ligt in mijn hand, en alléén wie zondigt, zal sterven’. Kinderen draaien niet op voor de keuzes van hun ouders. Ook al hebben we een slecht voorbeeld gehad in onze jeugd, we kunnen altijd opnieuw beginnen en onze eigen keuzes maken, we kunnen altijd het goede doen, wat onze ouders ook deden en … natuurlijk, ónze eigen fouten maken. Dat is hard werken, opnieuw beginnen, weet ik uit ervaring. Aan fouten geen gebrek. Maar hoe dan ook: géén stroeve tanden door de inmiddels krent geworden druiven van onze ouders.

De Enige zegt Ezechiël ook: ‘Iemand die goddeloos leefde maar dat niet langer doet, mij trouw is en het goede doet, zal in leven blijven.’ Dus zoon A komt goed weg, alsmede de hoeren en tollenaars. Fijn voor Mattheüs.

De  weg

Maar ook zegt de Enige: ‘Ik zal iedereen beoordelen naar de weg die hij gegaan is … Kom tot inkeer en leef’.

Iedereen, óók de kinderen, ook dus de zoons in de wijngaard.

De kinderen, die Jezus in de tempel toezongen met ‘Hosanna!’, een liedje van David. Die altijd en overal bij hem mochten komen, omdat de hemel is zoals zij.

Kinderen kiezen de weg.

Laten wij dat van hen leren. En ook dat er altijd een derde weg is.

De weg van de vrede.

Waar wij als kinderen over kunnen hinkelen of hinkstapspringen

met twee stappen naar voren en eentje terug.

Er is altijd een derde weg.

Al is dat de weg terug.

De weg van ommekeer, de weg van inkeer.

Maar altijd een weg met vallen en opstaan.

Zoals dat volk, dat vluchtte uit Egypte,

samen de woestijn introk

en soms even vergat waar ze vandaan kwamen en op weg waar naartoe.

Het gaat om de weg die we gaan.

We zijn niet alleen.

Het gaat om het gaan.

Afbeelding gemaakt door ChatGPT

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *