Blinde woede

Overweging 24 oktober 2021 door Jan Glorius

Bij: Jesaja 59: 9 – 19 en Marcus 10: 46 – 52

 

De eerste lezing uit de profeet Jesaja hoofdstuk 59, mag van mij in de top tien van mooiste teksten uit de Bijbel. Wat een mooie taal! Wat een prachtige, poëtische beelden! Wat een schitterend spel tussen licht en donker ook, tussen ellende en hoop. En toch is er iets mis met die tekst, tenminste, dat vind ik.

De tweede lezing, uit het 10e hoofdstuk van evangelie volgens Marcus, is ook al een juweeltje. In een tiental zinnen wordt het verhaal vertelt van de genezing van de blinde bedelaar Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Dat is dubbelop: Bar – Timeüs betekent Zoon van Timeus. En toch staat het er twee keer: “Bartimeüs, de zoon van Timeüs. Dat zijn naam zo nadrukkelijk genoemd wordt, moet dus iets betekenen: de blinde bedelaar hoeft niet anoniem te blijven. Eigenlijk is daarmee de kern van het verhaal al verklapt! Maar er is veel meer te ontdekken als je het wonderverhaal nauwkeurig leest.

De actualiteit van Jesaja

De eerste lezing is er niet alleen één om in te lijsten of om in de top tien te zetten, ze is ook nog eens super actueel! Het zou zomaar een column in Trouw van dit weekend kunnen zijn. Een scherpe en schrijnende analyse van de toestand in ons land. Een milieucrisis, een pandemie, toenemende polarisatie op allerlei gebied, de politiek die het op alle mogelijke manier af laat weten… En in de wereld: oorlog, uitbuiting, onderdrukking, terreur:

“We hopen op licht, maar het is donker.”

Nergens is nog een betrouwbare leidsman te vinden niet in de politiek, niet in de kunst of literatuur, niet in de kerk:

“We zijn als blinden die tasten langs de muur.”

Via facebook en twitter doen de meest bizarre leugens, de grofste beledigingen en doodsbedreigingen de ronde:

“We grommen als beren en klagen en kreunen als duiven.”

Dubieuze nieuwssites verspreiden fake-news en complottheorieën:

“De waarheid struikelt op straat.”

Hoe mooi zou het zijn als in die column in Trouw dan ook iets van het vervolg van de tekst uit Jesaja zou klinken:

“En de Enige zag het….en het was slecht in zijn ogen dat er geen recht meer was.”

Dat is toch wat wij – hier in onze Ekklesia en in vele andere kerken, moskeeën en synagogen – geloven en belijden: dat God mét ons is. Dat de Enige ons, ook in duisternis en ellende nabij is en richting wil geven. Dat helpt ons om, ondanks alles, te geloven in een betere toekomst.

Blinde woede van de God van Jesaja

Maar dan vervolgt de lezing met een stuk tekst waar ik moeite mee heb. Jesaja beschrijft hoe boos de Enige is en hoe God zal ingrijpen. Dat gaat gepaard met vergelding, strijdlust, harnas en helm, wraak en woede voor de vijand. De woede van God die ‘als de kracht van een rivier in een smalle bedding voortgestuwd wordt’. Hier klinkt ‘de God van de wrake’ waarmee menige gelovige angst werd aangejaagd.

Ik denk dat Jesaja de menselijke emotie van machteloosheid tegen het onrecht, de uitzichtloosheid van zijn volk en de blinde woede van degenen die onderdrukt worden, projecteert op God. Het zijn boze fantasieën van een gefrustreerde geest. Ze komen voort uit  gevoelens van haat en wraaklust. Die mag je God niet in de mond leggen!

Zo’n Godsbeeld van een God die zich in blinde woede richt tegen onrechtvaardigen is dringend aan revisie toe! En die komt ook, in de tweede lezing.

Barmhartigheid van Jezus in Marcus

In de Evangelielezing van vandaag hoorden we hoe Jezus een blinde bedelaar geneest door een enkel woord. Dat is een wonder. We kunnen daar met ons verstand niet bij, want wetenschappelijk gezien kan dat helemaal niet: een blinde ziende maken door iets tegen hem te zeggen. En toch gebeurt het.

Maar er gebeurt nog een tweede wonder. Eén waar we wél met ons verstand bij kunnen. Daarvoor moeten we de lezing nog eens zin voor zin doornemen. De blinde bedelaar Bartimeüs begint luidkeels te schreeuwen als hij hoort dat Jezus voorbij komt. “Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!” Het is een geschreeuwd gebed. Een gebed dat verhoord wordt, zoals we inmiddels weten.

De omstanders snauwen hem toe dat dat hij zijn mond moet houden. Waarom doen ze dat? In hun ogen is de blinde Bartimeüs een onmens, iemand die niet meetelt.
Hier komt dat oude Godsbeeld uit Jesaja tevoorschijn. God zal wraak nemen op allen die zijn wegen verlaten en in zonde leven. Bijvoorbeeld door zo iemand blind te maken. De omstanders echter, draaien het om: hier is iemand die getroffen werd door blindheid, dús getroffen door God’s wraak, dús moet deze persoon wel en zondaar zijn. Anders doet God zoiets niet. En als niet deze mens zelf een grote zondaar is, dan waren zijn ouders of zijn opa en oma dat wel… En daarom snauwen ze hem toe dat hij zijn bek moet houden en op moet rotten. Zeker nu er zo’n belangrijk persoon als Jezus voorbij komt.

De woede van een blinde

Maar Bartimeüs begint nog harder te schreeuwen: “Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!”. Dezelfde woorden als zijn gebed, maar nu is het nog méér dan een gebed. Het is woede! Nee, geen blinde woede, maar de woede van een blinde!

Bartimeüs schreeuwt het onrecht uit dat – tot op de dag van vandaag – aangedaan wordt aan allen die gediscrimineerd en achtergesteld worden om hun beperking, hun afkomst, ras, seksuele geaardheid, sociale status, geloofsovertuiging, politieke mening of om wat dan ook. En Jezus bleef staan en roept hem dichterbij.

Opmerkelijk is dat Jezus aan Bartimeüs vraagt wat hij voor hem kan doen. Dat lijkt me toch een overbodige vraag?! Een blinde die tot Jezus komt doet dat natuurlijk om genezing te vinden! Dat wist Jezus zelf ook wel, dunkt me. Maar het getuigd van respect dat Jezus toch die vraag stelt. De regie blijft daardoor bij degene die om hulp vraagt. Zonder verder één enkel woord of gebaar zegt Jezus dan: “Uw geloof heeft u gered!” En Bartimeüs kan weer zien.

“Uw geloof heeft u gered!”

Geloof waarin?

Over welk geloof heeft Jezus het dan? Dat zijn er twee. Ten eerste het geloof dat Bartimeüs in Jezus heeft, dat deze hem van zijn blindheid kan genezen. En het gebeurt. Het eerste wonder. Maar Jezus doelt volgens mij ook op het geloof van Bartimeüs in zichzelf: Bartimeüs gelooft én weet van zichzelf dat hij NIET de zondaar en het misbaksel is waar de mensen hem voor houden! Hij ervaart dat hij een mens is, geschapen en gezien door God.

Een liefhebbende God die mensen ziet

Jezus bevestigt hem daarin door Bartimeüs te horen en te zien en hem naar zich toe te roepen en hem te genezen. Zo laat Jezus aan de omstanders zien dat hun praatjes over zonde en straf van God niet opgaan! Daar klopt niets van! Zo is God niet!

Jezus noemt God “Abba” wat we mogen interpreteren als Moeder/Vader. Een liefhebbende God dus, geen God der wrake. En Bartimeüs wordt wie hij al was: een mens.

Dat is het tweede wonder.
En misschien is dat tweede wonder nog wel groter dan het eerste….!

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *