Verbonden in geloof, hoop en liefde

Overweging zondag 31 oktober 2021 door Ineke Lamers

Bij: Matteüs 5,1-12 en Johannes 14, 1-6

 

Ik las ergens dat je Hervormingsdag zou kunnen beginnen met dit citaat:

Na het aanslaan van zijn stellingen, verging het Luther als de mens die een wenteltrap in de toren van de kerk bestijgt. In het duister tast hij naar steun. Zijn hand vindt een touw. Hij schrikt als boven hem plotseling een klok begint te luiden.[1]

Het is één ding om ergens iets van te vinden en daar eens met iemand over te spreken, sparren heet dat tegenwoordig, misschien in kleine kring te beginnen met anders waarnemen, anders denken, anders voelen, anders geloven, anders doen. Het is heel iets anders om dat de wijdere wereld in te brengen. Als die klok eenmaal begint te luiden, dan gaat dat geluid een eigen leven leiden, dan is de geest uit de fles. Onze goed bedoelde daden kunnen ook ongewenste gevolgen hebben: breuk, afscheiding, splitsing, conflict. De kerkgeschiedenis laat het ons zien.

Het huis van mijn Vader

Die man uit Nazareth… had hij enig idee van wat er zou kunnen gebeuren toen hij rond begon te trekken om op te roepen tot bekering, om te getuigen van zijn band met de ENE die voor hem als een vader was? We horen Jezus vandaag zeggen dat hij naar het huis van zijn Vader zal gaan. Hij zegt het kort nadat Judas vertrokken is om hem te verraden. Deze uitspraak wordt veelal opgevat als een andere manier om te zeggen dat hij naar de hemel gaat. En het is een troostrijke gedachte, onbetwist, dat daar voor ons een plaats zal zijn.

Maar de enige andere keer dat de uitdrukking ‘het huis van mijn Vader’ in het Johannesevangelie voorkomt, gaat het over de tempel in Jeruzalem, wanneer Jezus de handelaars en geldwisselaars verjaagt. Het is dus veel waarschijnlijker dat ook vandaag ‘het huis van mijn Vader’ verwijst naar die tempel. Echter: in Johannes’ tijd is die tempel al verwoest.

Jezus als de tempel

Voor de evangelist is Jezus de nieuwe tempel, want God woont in hem. Dus daar waar mensen in gemeenschap met Jezus bij elkaar komen zijn zij in die tempel en zien zij God. Vandaar dat Johannes kan schrijven: ‘Niemand kan bij de Vader komen dan door mij’. Het ‘huis van de Vader’ is geen plaatsaanduiding, maar gaat  over relaties: tussen God en Jezus, tussen Jezus en mensen, tussen God en mensen. Het is een manier van zijn, van leven in verbinding met elkaar.

Niemand kan bij de Vader komen dan door mij.

En die verbinding wordt in de Zaligsprekingen heel concreet beschreven: gerechtigheid, barmhartigheid, nederigheid, troost, vrede stichten, zachtmoedigheid, staan voor de goede zaak. Dat is ‘kerk zijn’ en dat heeft een uitstraling naar de wereld toe. Want het gaat uiteindelijk om die hele wereld, die hele schepping; niet alleen om je eigen bubbel. Eenvoudig is het niet om zo te leven. Maar: je mag erop vertrouwen dat Jezus, en dus God, blijvertjes zijn. Dat wordt zo mooi gezegd in het lied ‘Von Gott will ich nicht lassen, denn er läßt nicht von mir’. Ik laat God niet los, want Hij laat mij niet los. Zij laat immers nooit varen het werk van haar handen.

Nieuwe en oude verbinding

Hervormingsdag gaat – denk ik – over breken met het oude, omwille van nieuwe verbinding met de bron. Allerheiligen en Allerzielen gaan bij uitstek over continuïteit. Er is een vertrouwen gegroeid, dat er een gemeenschap is van wie toegewijd zijn aan God en Jezus Christus. In díe zin zijn zij heilig: dat wil zeggen: apart gezet, door die toewijding. Van die gemeenschap, het lichaam van Christus, blijf je deel uitmaken, ook wanneer je gestorven bent. Verbondenheid dus: van generatie op generatie geloof, hoop en liefde proberen te leven en door te geven, telkens anders, telkens hetzelfde.

Toewijding aan de gemeenschap van heiligen

De vraag is of we ons hieraan willen toewijden in ons dagelijks leven, of we deel willen uitmaken van die gemeenschap van heiligen. Want het is niet zonder prijs… Toon Tellegen schreef:

Er lopen heiligen op straat.
Ze zijn te herkennen aan hun onopvallendheid,
aan hun onzichtbare mantels van een oneindige kostbaarheid
die losjes om hen heen wapperen,
en aan hun verdriet.

Als we ze tegenkomen lopen we ze voorbij.
Maar we horen iets ruisen.
Als we omkijken zien we dat ze zich losmaken van de andere mensen,
hun pas versnellen, zijstraten inslaan.
Overal staan mensen stil en kijken om.

We moeten nu zelf een zijstraat inslaan,
maar we durven niet,

Zo raken we steeds verder van huis,
we zullen spoedig verdwalen,

zo zullen we elkaar ontmoeten in de regen,
in de nacht.

Heiligen slaan zijstraten in, ze nemen de weg die leidt naar hun bestemming: aan God toegewijd leven. En ze zijn verdrietig. Waar zouden ze verdrietig over zijn, die heiligen van Toon Tellegen? Omdat hun keuzes ongemak kunnen opleveren? Omdat ze zich soms los moeten maken van andere mensen? Omdat de toewijding aan God conflicteren kan met de wereld zoals die is, of met de verwachtingen van anderen, of van jezelf? Omdat toewijding onrust geeft, een voortdurend zoeken is om plaats te maken voor God, voor de belofte, het visioen?

Lef om zijstraten in te slaan

Geen wonder dat het geen gemakkelijke keuze is, die toewijding aan God. Maar… als we nog geen zijstraat durven inslaan, als we verdwalen, verder van huis raken: we zullen elkaar ontmoeten, in de regen, in de nacht. Misschien om alsnog – en samen – een zijstraat in te slaan.

Dat het zo mag zijn…

[1] Dit citaat komt van Willem Kooiman, geboren in een hervormd milieu, overgestapt naar de evangelisch-lutherse kerk, predikant en hoogleraar, en in zijn tijd (eerste helft 20e eeuw) een Lutherkenner.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *