Eigen verdienste?

Overweging zondag 14 november 2021 door Jeffrey Korthout

Bij: Exodus 30, 11-16 en Marcus 12,38 – 13,2

 

In de eerste lezing vandaag uit het boek Exodus was het centrale thema ‘lossing’. Dit Joodse begrip verwijst naar de plicht om als naasten, als familie zogezegd, de ander als ‘losser’ bij te staan als die door financiële problemen bijvoorbeeld grond of huis moet verkopen. De bedoeling is om zo de grond of het huis binnen de familie te houden.

Alles komt van God

De gedachte hierachter staat verwoord in het boek Exodus, hoofdstuk 25, vers 23: ‘Land mag nooit verkocht worden, alleen verpand, want het land behoort mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn.’ Land is een gave van God aan de mensen. We mogen het gebruiken om ervan te leven, maar niet om er winst mee te maken. Het land en wat het ons oplevert, is en blijft Gods eigendom, en daarom mag het nooit verkocht worden. Het geven van het losgeld voor de dienst in de ontmoetingstent, waar sprake van was in de eerste lezing, is daar ook een uiting van. De rijkdom die mensen hebben, of dat nu veel is of weinig, is het gevolg van de opbrengsten van land dat van God is. En met het betalen van het losgeld worden de Israëlieten hieraan herinnerd. De Israëlieten dragen daarom niet meer en niet minder dan een halve sjekel daarvan af voor de dienst in de ontmoetingstent. Die halve sjekel is een prijs die door de Ene is bepaald nadat de Israëlieten de fout in gingen toen ze na hun bevrijding uit de slavernij  hun dank brachten aan een gouden kalf in plaats van aan de Ene zelf: hun werkelijke bevrijder. De halve sjekel is daarom een duidelijke herinnering aan wie de werkelijke eigenaar en bevrijder van alles was, is en blijft in dit leven: God zelf.

Marcus’ drieluik

De tweede lezing uit het evangelie van Marcus sluit hier mooi op aan. Deze lezing bestaat uit drie delen en is in die zin een soort drieluik. De lezing begint met een terechtwijzing van bepaalde Schriftgeleerden, daarna volgt de les van Jezus over het losgeld dat een arme weduwe betaalt aan de Tempel, en het laatste gedeelte gaat over de op handen zijnde vernietiging van diezelfde Tempel. De terechtwijzing van bepaalde Schriftgeleerden in het eerste gedeelte is een mooie opmaat naar de kern van dit drieluik: het losgeld van de arme weduwe. De vernietiging van de Tempel vormt de epiloog van dit kernverhaal.

Rijke schriftgeleerden als ‘verslinders’

In het eerste gedeelte, de proloog, wijst Jezus zijn leerlingen erop dat bepaalde Schriftgeleerden rond paraderen in dure gewaden en overal het beste plaatsje willen, terwijl ze ondertussen de huizen van de weduwen ‘verslinden’. Precies dat wat, zoals we inmiddels weten uit het boek Exodus, bij de Israëlieten verboden is. Het land en alles wat het oplevert behoort de Ene toe, en mag niet verkocht worden, hoogstens verpand. Laat staan ‘verslonden’ te worden door Schriftgeleerden met luxe gewaden. De keuze hierbij voor een weduwe is denk ik niet toevallig. Weduwen waren als vrouwen in deze man-centrische samenleving volledig op zichzelf aangewezen. Hun man, die volledig moest voorzien in het levensonderhoud van de gehele familie, was immers gestorven.

De rijke gave van een arme weduwe

Weduwen staan hier daarmee symbool voor alle mensen die nauwelijks of geen eigen middelen hebben voor hun levensonderhoud en daarmee vrijwel volledig afhankelijk zijn van anderen. Hier misbruik van maken, zoals bepaalde Schriftgeleerden blijkbaar doen in hun hang naar luxe gewaden, is dan ook een grote zonde. Daarom is het losgeld van de weduwe aan de Tempel volgens Jezus in het tweede gedeelte van deze lezing, hoe weinig het feitelijk ook is, ook zoveel groter dan die van de anderen. De weduwe had namelijk weinig tot geen middelen om in haar levensonderhoud te voorzien, maar ze gaf toch van het beetje van wat ze had. In de woorden van Jezus: “anderen gaven van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede alles gegeven wat ze had, haar hele levensonderhoud.” De weduwe had blijkbaar een diep besef van wat haar gave eigenlijk symboliseert, misschien wel dieper dan zij die gaven van hun overvloed. Het is het besef wat centraal lijkt te staan in de lezingen vandaag: wat we ook hebben, of dit nu veel of weinig is, niet wij zijn de werkelijke eigenaar, maar God is de werkelijk eigenaar van alles.

De nieuwe Tempel

Als dan tot slot van dit drieluik een van de leerlingen Jezus wijst op hoe imposant die Tempel eigenlijk wel niet is, wordt er een parallel gelegd met het eerste gedeelte. De Tempel gebouwd met enorme stenen lijkt op een bepaalde manier op van die Schriftgeleerden, die rond paraderen in mooie gewaden, betaald met het geld dat ze verdiend hebben met de verkoop van de huizen van arme weduwen. Ook de Tempel verslindt met haar losgeld de mensen die nauwelijks kunnen voorzien in hun levensonderhoud, om er een nog mooiere en imposante Tempel van te maken. En daarom verzekert Jezus zijn leerling: “wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.” Er zal namelijk, zo weten wij inmiddels, iets anders voor in de plaats komen: een nieuwe Tempel, die helemaal niet imposant en onverwoestbaar is, maar breekbaar en sterfelijk. Een die niet gekleed gaat in dure gewaden, maar gekleed gaat in oude lompen als een slaaf of een arme weduwe. Een Tempel die niet gemaakt is van enorme stenen, maar gemaakt van Jezus eigen vlees en bloed. En daarmee wordt Jezus de uiteindelijke losser, of ‘verlosser’ zo je wil. Hij betaalt het ultieme losgeld.

God als eigenaar of ieder voor zich?

Maar wat kunnen wij hier nu van meenemen naar onze tijd? De problemen van onze tijd lijken erop te wijzen dat de gedachte dat niet wij eigenaar zijn van de aarde, maar iets anders, iets hogers, God, langzaamaan is verdwenen. Allerlei crisissen en problemen lijken zich aaneen te rijgen: de klimaatcrisis, de huizencrisis, het toenemend aantal dak- en thuislozen en een tweedeling in de samenleving tussen ‘de achterblijvers’ en ‘de rijke elite’. Onderzoek naar de klimaatcrisis laat zien dat een kleine groep van de rijkste mensen op aarde zoveel consumeert en CO2 uitstoot dat zij alleen al verantwoordelijk zijn voor een opwarming van 1,5 graden. Op de huizenmarkt is ook een kleine groep winnaars, die nog in een goede tijd kapitaal konden opbouwen met hun huis, waardoor jongere mensen niet of nauwelijks meer aan een betaalbaar huis kunnen komen. Gevolg is een stijgend aantal dak- en thuislozen. Om nog niet te spreken over al die mensen die langs de grenzen van Europa tussen wal en schip raken, omdat wij niet bereid zijn onze welvaart met anderen te delen. En er is in een Nederland een nieuwe elite van hoogopgeleiden die haar bevoorrechte positie als ‘eigen verdienste’ beschouwt en weinig mededogen heeft met het lot van de achterblijvers. De weerstand in bepaalde politieke kringen tegen maatregelen die de kloof tussen arm en rijk moeten dichten, lijkt dit te bevestigen. De achterblijvers spannen zich in de ogen van deze nieuwe elite gewoon niet genoeg in of zijn niet slim genoeg. Eigen schuld, dikke bult! Pech gehad! Deze achterblijvers zijn daarmee steeds wantrouwender geworden naar de zogenaamde ‘elite’. Er is een narratief ontstaan die deze ‘elite’ wegzet als ‘bloedzuigers’ die er op slinkse wijze alles aan doen om hun macht te behouden. Veel van de complotten waar de laatste tijd zoveel over te doen is, lijken hierop te wijzen.

Alles is gegeven door God

De lezingen van vandaag bieden ons echter een uitweg uit al deze crisissen en tweedeling. Het centrale thema is: niets van wat wij hebben, niets van wat wij verdienen, is eigen verdienste, want alles is gegeven door God. Wij hebben de aarde niet zelf gemaakt en de vruchten die zij ons geeft hebben wij in die zin niet verdiend. Uiteindelijk is er niet zoiets als eigen verdienste: alles valt ons ten deel. Is jou veel ten deel gevallen, deel je overvloed dan met hen die minder geluk hebben gehad. Dit laat zich mooi illustreren met de moestuin die Paul en ik hebben. Natuurlijk is zo’n moestuin soms hard werken, maar de oogst is in verhouding tot het werk vrijwel altijd zoveel overvloediger. Met wat tomatenzaadjes, courgettezaden, aarde, water, zonlicht en af en toe wat schoffelen en dieven vallen je tientallen kilo’s tomaten en courgettes ten deel. Zomaar, en voor mijn gevoel bijna gratis. Vaak zoveel zelfs dat je, wil je niets verspillen, wel tomaten en courgettes moet weggeven. Als het ware Gods overvloedige gaven in de vorm van tomaten en courgettes. En daarin zit de sleutel tot een nieuwe wereld, het koninkrijk van God: ons wordt zoveel gegeven, veel meer dan eigen verdienste, dat we prima kunnen delen in onze overvloed met hen die het minder getroffen hebben: de armen, de vluchtelingen en de dak- en thuislozen. Laten wij daarom proberen om elkaars ‘lossers’ zijn.

Dat het zo zal zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.