Het visioen zal doorverteld 1

Overweging op zondag 28 november 2021 door Ingrid van Beuzekom

Bij: Zacharia 14, 4-9 en Lucas 21, 25-31

Hoever is de nacht?

Hoever is de nacht, hoever.. de morgen komt zegt de wachter. Maar nog is het nacht!

In dit lied van Huub Oosterhuis zingen we dat de morgen zeker zal komen, maar dat het nu nog nacht is. De nacht is overigens niet zomaar voorbij, de morgen is als een visioen. Je mag er op rekenen, maar je moet ook nog even geduld hebben.

Visioenen zijn iets ongrijpbaars: je kunt ze niet vastpakken. Een visioen is een innerlijke ervaring die voor anderen niet waarneembaar is. Het is er alleen voor die persoon, tenzij… deze persoon het visioen doorverteld.

In de bijbel vinden we vele visioenen terug. In de komende adventszondagen zullen we deze doorvertellen.

Verschrikkingen in het visioen van Zacharia en in Lucas 21

Vandaag op deze eerste advent is het de beurt aan Zacharia. Zacharia is een van de twaalf kleine profeten en hij trad op als profeet tussen 520 en 518 voor Christus in de tijd dat een gedeelte van de Joden is teruggekeerd uit Babylonische ballingschap.

Diep donkere nacht is het in het visioen van Zacharia van vandaag: verschrikkingen gaan komen, bergen splijten in tweeën…

Ook Jezus spreekt in Lucas vandaag over verschrikkingen die gaan komen: de volken sidderen van angst, gebulder en geweld van de zee…

In beide lezingen gaat het over een tijd waarin ongeluk, dood en verderf heersen. Het zou zomaar over nu kunnen gaan. ‘Een land in onweer verward, een stad verdwaald in zijn stegen. Er komen dagen aan dat wij de nacht zullen prijzen, dat wij vergeten het licht dat wij verspelen elkaar. Er zal geen huis meer zijn dat niet weeklaagt om zijn dode’…  zingen we straks samen.

Op die dag

‘Op die dag…’: zevenmaal wordt deze dag genoemd in het visioen van Zacharia. Die dag, de dag dat de Heer zijn voeten plant op de Olijfberg. De dag waarop mensen vluchten, er duisternis, kou en vorst is. Net als in het evangelie; tekenen aan de zon, maan en sterren. Op aarde volkeren die sidderen van angst en beven, hemelse machten die wankelen.

Wat te doen met al dit onheil?

Het zijn niet de feestelijke woorden, waar Miranda vorige week hoopvol over sprak dat de feestelijke tijd van advent aanstaande zou zijn.

In de loop van de christelijke traditie hebben visioenen vaak veel betekend voor mensen, en dat is niet anders in onze tijd. Je kunt het niet allemaal afdoen als hysterie. Veel van wat er gezien wordt, is in een bepaalde zin realistisch. Ook nu zijn er mensen met visioenen over onze aarde waar wij op wonen. Hoe zou deze eruit kunnen zien?? Heeft het nog wel zin om zelf iets te doen aan klimaatmaatregelen? Kunnen we het tij nog keren, wanneer de leiders van de wereld en multinationals niet tot drastische besluiten kunnen komen maar zaken op de lange baan schuiven. Welk toekomstscenario wacht onze kinderen en kleinkinderen? Is er nog leven mogelijk in ons land dat grotendeels onder de zeespiegel ligt?

Wat betekenen mensenrechten als je niet mag zeggen dat je seksueel misbruikt bent door een vice-premier en vrouwen en meisjes niet eens de straat op mogen, alleen omdat ze vrouw zijn?

Welk recht heb je op een leven als je in een rubberbootje wordt gezet om een oversteek te maken op zoek naar vrijheid, een plek om te leven zonder oorlog, waar je mag zijn wie je bent?

Harde werkelijkheid en onverwoestbare hoop

Toch zijn de Bijbelse visioenen nou juist niet bedoeld als een spandoek met ‘het einde is nabij’ waarmee een zelfbenoemde profeet de stadsbevolking wil waarschuwen. Die visioenen zijn misschien ervaren, misschien bedacht, maar hoe dan ook: doorverteld en later opgeschreven en weer doorverteld vanuit de overtuiging dat ze iets zeggen over de harde werkelijkheid én iets laten zien van de onverwoestbare hoop dat God de wereld niet in de steek laat.’

Op deze eerste adventszondag gaat het niet over doemscenario’s, maar over positieve verwachting, wat er ook gebeurt, kome wat komt. Dit uitzicht is hard nodig wanneer je leven op z’n kop gezet is.

De visioenen uit de lezingen van vandaag vertellen ons: al komt je ergste nachtmerrie uit, al vergaat je wereld, dan nog kan God een toekomst scheppen waarin de Mensenzoon regeert, waarin de gruwelen verdwijnen en menselijkheid en vrede geschapen worden. Niet door een ‘stil maar, wacht maar’ zoals ik vroeger vaak heb gezongen.

Nieuw begin in de gedaante van een pasgeboren kind

God geeft ons toekomst en wij mogen hier ons steentje bijdragen, samen werken aan het visioen van het kind dat komt en ons de weg zal wijzen.

De komst van het kind vieren we in de advent; niet per se een verwachting van ‘ooit, later’, maar ieder jaar weer om ons alert te houden en wellicht ook te steunen in onze strijd voor een betere wereld.

Dit kind, geboren in een stal, gewikkeld in doeken is een koning, niet zoals Herodes. Het maakt een werkelijk nieuw begin. De komst van Jezus is onze hoop voor de toekomst: dat alle oorlog, onderdrukking en haat weggeruimd zullen worden om plaats te maken voor die ene, die het gezicht heeft van een mensenkind.

Het gaat op de eerste advent niet alleen om dreiging en ondergang, om alle onheil in de wereld, maar vooral en juist ook om perspectief. Zelfs als het allerergste is gebeurd, is niet alles voorbij. Als de Olijfberg, en daarmee de stad, is ingestort, maakt God een vluchtroute, een dal waarin leven mogelijk is.

Zoals het klinkt in het lied ‘Een land in onweer’ van Huub Oosterhuis:

Er zal een stilte zijn zo licht als zee in de verte

Er zal vermoeden zijn, een waas van ander weer

Er zullen woorden zijn, oeroude stenen die spreken

Er zal weten zijn, een kind dat lacht in zijn droom

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.