Het visioen zal doorverteld 3

Overweging zondag 12 december 2021 door Natascha Leeuwenkuijl

Bij: Sefanja 3,14-20

 

Wonderlijk. Dat woorden uit het jaar 600 vóór Christus zó passend en pakkend kunnen zijn in deze tijd. De maatschappelijke onrust is enorm in Juda: de handelaren misdragen zich, er is geweld, de mensen zijn lui en bijgelovig bovendien. De vernietiging is nabij, en profeten als Sefanja waarschuwen het volk.

Waarschuwing toen

In heldere bewoordingen: ‘God zal zelfs de mens wegdoen’. Maar kennelijk is het nog niet duidelijk voor het volk van Jeruzalem. Sefanja waarschuwt nóg een keer. In nóg helderder taal. We lazen: ‘Het zal slecht met jou aflopen, jij slechte, bedorven stad Jeruzalem die bloed vergiet. Je wil niet naar me luisteren. Je wil niets doen met mijn waarschuwingen’. Zo was het.

Waarschuwing in deze tijd

En zo is het. Al reflecterend op de lezingen van deze ochtend zag ik de parallel met deze tijd. Heel eerlijk: ook wij leven in tijden van crisis. Het klimaat dat bedreigd is en wordt. Maatschappelijke onrust zich uitend in rellende jongeren in Rotterdam. Burgers onmachtig en gefrustreerd door een falende overheid. Volken op drift voor oorlog en spanning.

En ook wij zijn gewaarschuwd. En hebben de signalen gemist.

Tijden van transitie

We leven in tijden van transitie. Eerder, op een niet meer te duiden moment, is een beweging in gang gezet die onomkeerbaar is. Of beter gezegd: met de tijd is die beweging onomkeerbaar gewórden. We hebben de signalen gemist. En heel eerlijk: dat doen we nog steeds. Is de allesomvattende vernietiging van de aarde en de mensheid dan het enige dat ons rest?

Grenzen aan maakbaarheid

Afgelopen week sprak ik een oudere man en we filosofeerden wat over de woorden van Sefanja en de tijd van heden en verleden. Hij zei: ‘We hebben eerdere tijden van crisis gehad, maar het werd altijd béter’. Ik herinnerde me een gesprek dat ik ooit met papa had. Hij vertelde van zijn ouders, die voor hem wensten dat hij het beter zou krijgen dan zij het hadden. Ik hoor mezelf nog zeggen: ‘hopelijk wens je ons dat niet, want het beter krijgen dan jullie is niet te doen!’.

Misschien is dat het. Dat langzaam maar zeker het besef indaalt dát het niet beter wordt, eerder minder. Dat het leven niet maakbaar is. Dat er grenzen zijn. Grenzen aan de groei. Grenzen aan letterlijk de ruimte die we hebben met elkaar. Grenzen aan het woord. En grenzen aan het individualisme. Dat kan een pijnlijk besef zijn.

Het is dan ook niet vreemd dat we dat besef willen ontkennen. Kop in het zand. Ogen gesloten voor de signalen. Oren dicht voor de waarschuwende woorden. Maar dat helpt ons niet:-(.

De verbinding kwijtgeraakt

Weer terug naar de oudere man. Hij zei ook: ‘Crises zijn van alle tijden. Maar het lijkt wel alsof het moeilijker is dan ooit tevoren om ermee om te gaan. Vroeger waren we aangewezen op elkaar. Waren we ons ervan bewust dat je elkaar nodig had om te (over-)leven. Dat is vandaag de dag heel anders’.

Hij heeft een punt. Het lijkt erop dat we de verbinding kwijt zijn. Op alle niveaus. We zijn de verbinding kwijt met elkaar en de ander. Losgeraakt van de ander dwalen we rond in een wereld waar aloude ankerpunten als een gezin of het verenigingsleven of de kerk verdwenen zijn. Door een haastig leven, dreigen we ook de verbinding met onszelf kwijt te raken, zoals Herman van Veen ooit bezong met zijn ‘vallen, rennen, vliegen, opstaan en weer dóórgaan’. Om over de verbinding met de Ene maar te zwijgen.

En daar staan we dan. Eenzaam en alleen in een wereld in crisis.

Of toch niet?

Het visioen zal doorverteld. Ook vandaag! Sefanja lezend belooft de Ene, God, ons betere tijden als we durven aan te kijken wat pál voor ons staat en onontkoombaar is: verdriet, onmacht, woede en pijn. Geconfronteerd met de crisis ontdekken we krachten die er óók zijn -verborgen misschien, of nog niet aangeboord- maar ze zíjn er. Sefanja houdt ons voor dat we in zware tijden kracht uit elkaar kunnen halen: uit onszelf en uit de Ene. Het zijn prachtige woorden: God woont bij je. Hij verzamelt de mensen om je heen en bevrijdt je.

Als dat geen visoenen zijn! Woorden van hoop die vertrouwen geven dat er een weg is uit het donker.

Vallen en weer opstaan

En zeker, de weg is soms moeilijk. In tijden van transitie is de frictie groot. Zó groot dat een bescheiden stap niet voldoende is om beweging te creëren. Als we écht toe willen naar een wereld waar we menswaardig kunnen leven, dan moeten we beseffen dat het een weg wordt van experimenteren, van vallen en weer opstaan, en van steeds weer opnieuw beginnen. In het vertrouwen dat er altijd licht is, aanzwellend licht. Drie kaarsen alweer. En dat er de belofte is van de mensenzoon die ons voor zal gaan op de weg van de Ene.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.