Doop van de Heer

Meditatieve tekst van Arthur van Tongeren in nieuwsbrief zondag 9 januari 2022

Jesaja 40, 1-11 en Lucas 3, 15-16.21-22

Wie nieuw geboren wordt, water en geest en woord,
wie nieuw geboren wordt, die gaat de toekomst binnen.

Willem Barnard

 

Jezus en Johannes de Doper

Na het feest van de Openbaring staan we deze zondag stil bij de doop van Jezus (het feest van de Doop van de Heer). Jezus gaat naar de Jordaan om daar door Johannes te worden gedoopt. Deze ontmoeting doet me onwillekeurig terugdenken aan de Advent, toen we hoorden dat Johannes van vreugde in de buik van zijn moeder Elisabet opsprong bij het naderen van de eveneens zwangere Maria. Zouden beide neven elkaar in de tussenliggende periode (zo’n 30 jaar) nog ooit hebben getroffen en wat hebben ze dan besproken samen? Waren ze zich bewust van elkaars (en eigen) rol in het grote plan van God? In elk geval weet Johannes, daar staande en roepende in de Jordaan, dat hij wacht op de komst van Jezus, waarvan hij ondertussen getuigenis aflegt. Johannes de Doper sluit zo bezien de rij van (oudtestamentische) profeten die getuigen van de komst van de Messias. In eerdere verzen van Lucas 2 herhaalt hij zelfs letterlijk Jesaja’s woorden – bemoedigend en troostrijk, die we vandaag ook lezen – destijds gesproken tot een volk in ballingschap, nu tot een volk overheerst door een bezetter, hopend op bevrijding. Johannes doet een oproep tot een doopsel van bekering en vergeving van zonden. Wie bij hem kopje onder gaat in de Jordaan komt als herboren boven, die wacht een nieuw leven, een nieuwe toekomst.

Jezus, de langverwachte

De eigenlijke doop van Jezus wordt door Lucas niet beschreven – er staat: “Terwijl al het volk zich liet dopen, en Jezus na zijn doop in gebed was, geschiedde het (…)”. Waarna Lucas verhaalt over de Geest die over Jezus neerdaalt en de stem uit de hemel die hem ‘Zoon’ en ‘welbeminde’ noemt. Voor Johannes, de omstanders én ons een bevestiging dat het hier om de langverwachte gaat, degene die Israël, die ons, bevrijden zal. Jezus aanvaardt met de doop, de doortocht door het water, het opnieuw geboren worden, zijn taak in deze wereld. Hij zal voortaan getuigen van God en de wereld laten zien wat er allemaal mogelijk is als we leven vanuit Gods naam. Hij gaat ons voor naar het nieuwe land, het nieuwe (konink)rijk van God en daagt ons uit hem te volgen metterdaad.
Wat Johannes voorzei, was voor de gemeente waarvoor Lucas schreef al waar: hijzelf doopte met water, die na hem kwam met water en geest. Jezus is zelf eigenlijk de eerste die deze ‘dubbele doop’ ondergaat. Hij wordt als het ware op een en hetzelfde moment gedoopt en gevormd. Door de doop (water) worden wij toegewijd naar God, vaak op jonge leeftijd. Met het vormsel (vuur/geest) bevestigen wij zelf deze keuze nog eens op latere leeftijd. Wie gedoopt en gevormd is, geeft daarmee te kennen in het sppor van Jezus en de Enige te willen leven. We aanvaarden, net als Jezus destijds, de ons gegeven opdracht om ons leven te laten leiden door Gods woord. We laten ons uitdagen om een nieuwe toekomst mee te gaan maken.

Hier aangekomen schoot me een verhaaltje te binnen dat ik ooit gelezen had – en dat ik na enig zoeken weer vond. Ik wil het u hier meegeven.

Het verhaal van het potlood

Een jongetje keek naar zijn oma die een brief aan het schrijven was. Op een gegeven moment vroeg hij: ‘Oma, schrijf je een verhaaltje over wat wij samen hebben meegemaakt? Of schrijf je misschien een verhaaltje over mij?’

Zijn oma stopte met haar brief, glimlachte, en zei: ‘Ik schrijf inderdaad over jou. Maar belangrijker dan de woordjes die ik schrijf, is het potlood waarmee ik schrijf. Ik zou willen dat je later, als je groot bent, net zoals dit potlood wordt.’

Het jongetje keek nieuwsgierig naar het potlood, maar kon er niets bijzonders aan ontdekken. ‘Maar het is een gewoon potlood, niets speciaals!’
‘Het is maar hoe je ernaar kijkt. Het potlood heeft vijf bijzondere dingen die jou – maar dan moet je ze wel onthouden – tot iemand zullen maken die altijd in vrede zal leven met de wereld.
Ten eerste: je zult misschien grootse daden verrichten, maar je mag nooit vergeten dat er een hand is die jou leidt. Deze hand noemen we God, en Hij zal je altijd leiden volgens Zijn wil.
Ten tweede: af en toe moet ik stoppen met schrijven, om de punt te slijpen. Daardoor heeft het potlood een beetje pijn, maar het wordt er wel scherper van. Dus je moet wat pijn kunnen verdragen, het maakt je tot een beter mens.
Ten derde: als je met een potlood schrijft, kun je altijd uitgummen wat je fout schreef. De les is dat corrigeren wat we gedaan hebben niet slecht is, maar belangrijk om rechtvaardig door het leven te kunnen gaan.
Ten vierde: het belangrijkste van het potlood is niet het hout of de buitenkant, maar het grafiet dat erin zit. Dus, wees steeds bezorgd om wat er binnenin je gebeurt.
Ten slotte, het vijfde wat een potlood bijzonder maakt: het laat altijd een spoor achter. Besef goed dat alles wat je in je leven doet sporen zal achterlaten en probeer je daar voortdurend van bewust te zijn.’

uit: Als een rivier, Paulo Coelho

Zegenwens

Moge de God van hemel en aarde ons in zijn hand houden.
Moge zij ons leven leiden en sturen in de goede richting.
Mogen onze fouten worden uitgewist en ten goede gekeerd.
Mogen wij ons in vertrouwen overgeven in Gods hand.
Dan zijn we gezegende mensen, dan zijn we een zegen voor elkaar.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.