Niet iedereen is een profeet

Overweging zondag 30 januari 2022 door Kees de Groot

Bij: Korintiërs 12, 17-31 en Lucas 4, 16-30

 

Bij de kapper

Toen ik twee weken geleden bij de kapper was, hoorde ik hem met grote stelligheid beweren dat het ‘genetisch’ was of je corona kreeg of niet. Het leek mij tamelijk onwaarschijnlijk. Of er wel of niet in je gezicht wordt gehoest door een besmet persoon lijkt me toch ook wel belangrijk. En wanneer je fysieke conditie de vatbaarheid beïnvloedt is ook dat een factor die je niet altijd met je geboorte meekrijgt.

Toch las ik later in het NRC over een studie die aantoont dat mensen die een bepaald stuk neanderthaler-DNA in hun genoom hebben minder snel op de intensive care komen wanneer ze eenmaal besmet zijn. Zo zie je maar: de kapper had mogelijk wel degelijk … ergens een klok horen luiden.

Van de klok en de klepel

Maar als hij iets zegt, dan is dat zo. Met hem ga je niet in discussie. In de knipbeurt daarvóór, alweer even geleden, introduceerde hij me in het idee van de Great Reset. Helemaal volgen kon ik het niet, maar er zou een mondiaal plan zijn om de lonen drastisch te nivelleren en de economie te vergroenen. Het klonk me als muziek in de oren, maar ik begreep dat dit moest klinken als een onheilsprofetie.

Fijn om profeet te zijn?

In deze onzekere tijden gonst het van de theorieën over wat ons te wachten staat. De profetenmantel is een mantel waarvan velen kennelijk menen dat die hen past.  De Bijbel is met deze aantrekkingskracht niet onbekend. Vandaar dat ze bij de echte profeten vertelt dat die er helemaal geen zin in hadden om tot het profetendom te worden geroepen. Jeremia bijvoorbeeld (uit wiens boek we vandaag ook nog hadden kunnen lezen) was naar eigen zeggen genetisch bepaald om profeet te worden. Al voor zijn embryonale staat zou dit zijn bestemming zijn geweest (Jeremia 1: 5). Maar toen hij dat, eenmaal geboren en getogen, van God hoorde, riposteerde hij: Ach Heer, ik kan niet spreken; ik ben veel te jong’.

Koene held als rolmodel?

Maar dan Jezus.  (We hoorden het vorige week al.) Hij pakt die boekrol van Jesaja, leest de heilsprofetie die daarin staat, geeft de boekrol terug, gaat zitten en zegt: Vandaag is het zover, de Eeuwige heeft mij aangewezen en ik heb goed nieuws: aan alle ellende – armoede, gevangenschap, blindheid, onderdrukking – komt een eind.

Aan zelfvertrouwen geen gebrek. En bijval alom. Pas als hij zegt dat hij alleen voor zijn stadgenoten niets kan betekenen, slaat de sfeer om en jagen ze hem de sjoel uit.  Tot aan de afgrond. ‘Maar hij liep midden tussen hen door en vertrok.’ Wat een lef, en wat een beeld. Inspiratiebron voor talloze filmmakers en stripboekauteurs. De koene held.

Vergelijk dat met dat ene zinnetje in het veel oudere Marcus-evangelie waarin gezegd wordt dat Jezus in eigen stad geen wonder kon doen. Verhalenverteller Lucas maakt het bont, wellicht geïnspireerd door conflicten uit zijn tijd tussen joodse en christelijke gemeenschappen – wie zal het zeggen? Maar dit beeld van de vervolgde profeet die zich ijskoud omdraait en afstand neemt van zijn terugdeinzende belagers kan mensen ook op het verkeerde spoor zetten – vooral als ze menen dat we Jezus zouden moeten navolgen door hem te imiteren.

Zelfingenomen verkondigers van de waarheid

Er zijn vandaag de dag genoeg mensen die zich geroepen voelen om de waarheid te verkondigen, al dan niet onder uitdrukkelijke verwijzing naar de Allerhoogste, en gebruiken daarbij erg vaak grote woorden als Vrijheid, Onrecht en Liefde. Tegenstand doet de zelfbenoemde profeet in zijn of haar overtuiging sterken, want ‘hé, wie was dat ook alweer die óók tegenstand kreeg…?’

In één van de belangrijkste vroege christelijke gemeenschappen, die in de Zuid-Griekse stad Korinthe,  hadden ook een aantal leden de ambitie om namens God te spreken, in al dan niet verstaanbare taal. Paulus gebruikt zijn brief om deze tendens heel tactisch te kop in te drukken. Het  is allemaal in principe niet verkeerd, schrijft hij, maar profeteren, of de Bijbel uitleggen, is ook maar een taak naast andere en het gaat om het geheel. Dat besef is bij mensen die op de voorgrond treden vaak net even minder ontwikkeld dan bij anderen.

Geest van bescheidenheid

Het bestaande beeld van de samenleving als lichaam, past hij toe op de geloofsgemeenschap, die hij ‘het lichaam van Christus’ noemt.  Dat staat voor het regime waaronder christenen leven. Een spiritueel regime, niet geregeerd door wetten en maatregelen, maar door de Geest. Een geest van bescheidenheid, geduld en vriendelijkheid – hij ‘zingt’ erover in het zogenaamde Hooglied van de Liefde. Iedereen doet in de samenleving wat in zijn of haar vermogens ligt, en het is allemaal goed en nodig, maar wie eigen roem zoekt, is een kletsmajoor. (Mijn parafrase van ‘als ik de liefde niet heb, ben ik als een galmend bekken of een schellende cimbaal’.) Het gaat erom te handelen met oog voor de relaties. Dat is liefde.

Bevrijdingsboodschap voor vreemdelingen

Als ik met de blik van Paulus opnieuw naar dat evangelieverhaal kijk, valt me iets op. Hoe geweldig ik dit beeld van Jezus als ongenaakbare wijsneus ook vond toen ik kind was, en hoe belangrijk het ook blijft om je vooral niet op te laten jagen als mensen je achterna zitten – kern van het verhaal is toch dat Jezus verkondigt dat mensen bevrijd worden, het beter krijgen, en dan niet zijn familieleden, zijn vrienden en bekenden, maar juist de vreemdelingen in ons midden.

De boodschap waar maken

Als ik zo om me heen kijk, ligt dat genadejaar nog in het verschiet.  Armoede en dakloosheid nemen zelfs in dit rijke land weer toe, ouders – en dan juist met een buitenlandse achtergrond –  verliezen hun kinderen na terugvordering van toeslagen, mensen die op de vlucht zijn geslagen worden teruggeduwd. Je gaat je tweeduizend jaar na die heilsprofetie toch afvragen: dat Koninkrijk, weet u wel, wordt dat nog wat?

Met Paulus in het achterhoofd geloof ik dat we de profetie die Jezus leest moeten opvatten als iets wat in de richting komt van een selffulfilling prophecy –  of zou moeten komen. De tijd van bevrijding, recht en nieuw perspectief komt eraan!, zegt Jezus.  Het zou waar kunnen worden, gelooft Paulus. Om te beginnen door in onze eigen bescheiden mate, geduldig en vriendelijk de verbindingen tussen elkaar te zien en te waarderen. Naar elkaar luisteren, met elkaar spreken. Een hand toesteken. We zouden Jezus moeten navolgen, niet door hem te imiteren en de profeet uit te hangen, maar door zijn boodschap in vervulling te brengen,  een beetje waar te maken door te doen. Dat de profetie zo waar moge worden  – op hoop van zegen.

Allemaal verbonden

Blijft alleen nog de vraag over hoe te reageren op mijn kapper, of op anderen die met grote stelligheid wilde theorieën verkondigen over waar het heen gaat met de wereld. Of nou ja, in zijn algemeenheid weten we het wel: in contact blijven, vriendelijk, bescheiden en vooral heel geduldig. Want het is moeilijk opboksen tegen de onzin waarmee mensen via allerlei media worden bestookt.

‘Praat met elkaar, leer elkaar kennen’, las ik in een stuk van Arjen van Veelen. Lees niet iemand de les die je niet kent. En zeker niet als ze een schaar in hun handen hebben, zou ik daar aan toe willen voegen. Rustig doorvragen naar wat iemand nu eigenlijk beweegt.

Na bijna twee jaar waarin we de boodschap kregen ‘blijf thuis’ met daardoor nauwelijks toevallige ontmoetingen, met een onzekere toekomst en enorme opgaven voor de wereld als geheel, is het belangrijkste dat we elkaar weer opzoeken, een praatje maken met elkaar. Want uiteindelijk zijn we allemaal met elkaar verbonden.

 

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.