Geroepen om …?

Overweging zondag 6 februari 2022 door Simone Snakenborg

Bij: Jesaja 6, 1-8 en Lukas, 5, 1-11

 

Ken je dat gevoel … ? Dat je voor het eerst je kind of je kleinkind in je armen hebt en dat alle puzzelstukjes op hun plek vallen. Hoe onwennig je je ook voelt als kersverse ouder of grootouder. Maar dat het voelt als een JA!

Ken je dat gevoel … ? Dat je na vele banen en functies iets hebt gevonden wat helemaal bij je past. Alsof je thuiskomt in je werk en je vanaf dat moment mag zijn wie je bent en mag doen wat bij je past.

Roeping

Ik val maar met de deur in huis. Dat gevoel heeft volgens mij te maken met je … roeping. Met die ‘richtingaanwijzer’ in je binnenste die zomaar ineens zich kenbaar maakt met een knipperlicht en een geluidssignaal: “Ja, hier moet je zijn, die kant op a.u.b.” Ineens weet je het. Je hoort het jezelf soms zeggen: Ja, dit is het!

Zou Jesaja zich zo hebben gevoeld toen hij werd geroepen door de Enige in een visioen? Nou, niet meteen, zoals we hebben gelezen. Jesaja heeft een gebedsvisioen. Niet een droom, zoals ik het lees. Er worden namelijk woorden gebruikt als “tempel” en “onreine lippen” waarmee iets gezegd wordt en niet “nacht” en “bed”.

Jesaja in gebed

Stel je nou eens voor dat Jesaja in een tempel een gebed prevelt en steeds verder wegraakt van deze aarde. Ineens is hij oog-in-oog met de Enige. Ronduit geschokt is hij. De Enige zit op een hemelhoge troon en is gehuld in een mantel waarvan alleen al de zoom de hele tempel vult. Boven de Enige staan de engelen zo luid te roepen dat de tempel op haar grondvesten schudt. Als alleen nog maar de zoom van de mantel in de tempel past, dan kan het niet anders zijn dat de in gebed verzonken Jesaja is opgestegen naar het Hemelse Koninkrijk. Naar die troon met engelen, waarover ook Johannes schrijft in zijn Openbaring. Johannes lijkt bijna letterlijk terug te grijpen op dit beeld in Jesaja.

Op dat moment had de biddende Jesaja liever door de grond willen zakken. ‘Heb medelijden met me. Ik ben verloren, ik heb onreine lippen en dit geldt ook voor de mensen van mijn volk.’

De onreine lippen van Jesaja zijn niet te poetsen met een doekje. Ze brengen namelijk onreine woorden voort, taal die niet zuiver is.

Zuivering

Maar roeping is sterker dan persoonlijke twijfels, falen of onmacht. Roeping gaat daar dwars doorheen. Ik zeg bewust: dóórheen en niet ómheen. Want het getuigt van zelfkennis dat Jesaja eerst de onzuiverheid van zijn eigen woorden inziet en benoemt. Juist door deze onzuiverheid hardop uit te spreken kan er een dieptereiniging plaatsvinden. En pas na dit zelfinzicht gloeien zijn lippen van scharlaken rood naar sneeuwwit.

Wat mooi dat Jesaja pas toen het kon horen, het durfde te horen, dat de Enige hem riep om vanaf dat moment te gaan spreken namens hem. Wat mooi ook, dat Jesaja toen pas wist dat hij het kón.

Wat heeft die man daar te zoeken?

Het hoofdstuk van Lukas gaat ook over roeping. Na zijn optredens in Galilea vertrekt Jezus naar een rustige plek: de oever van het Meer van Gennesaret. Ook daar vinden de mensen hem en met drommen staan ze om hem heen om te horen wat hij te zeggen heeft. Jezus ziet een lege boot dobberen. De vissers zijn terug van hun nachtelijke visvangst en maken de netten schoon. Jezus waadt door het water en stapt in de boot. De visser van boot vraagt zich natuurlijk af wat die man daar te zoeken heeft. Toch gaat hij in op diens verzoek om wat verderop te varen zodat de mensen Jezus goed kunnen verstaan. Die visser is Simon. Als beloning krijgt Simon, nadat Jezus klaar is met zijn onderricht, een visvangst die zo groot is dat hij de hulp moet inroepen van andere vissers. Zoveel past niet in één boot. Voor Simon een wonder. Want de beste vistijd is de nacht, en toen hadden ze nauwelijks iets gevangen.

Mensen vangen

Ook deze lezing gaat over een roeping. Letterlijk wordt Simon geroepen en later ook de andere vissers Jakobus en Johannes. Figuurlijk wordt Simon geroepen, zoals Jesaja. Ook nu deinst de geroepene terug. ‘Ga weg van mij, ik ben een zondig mens!’ Wat Jesaja zei tegen de Enige, dat zegt Simon tegen Jezus. En alleen al door dat bewust uit te spreken, kan er zuivering ontstaan. Tegen Simon zegt Jezus daarom: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’

‘Mensen vangen’, een roeping vergelijkbaar met die van Jesaja. Vangen, bevangen, Mensen niet van hun vrijheid beroven, maar mensen ontvankelijk maken voor de liefde van onze Schepper en voor een leven in naastenliefde.

En niet alleen Simon voelt die roeping, ook de andere vissers trekken voortaan met Jezus mee.

Wonderbaarlijk

Geroepen zijn … het is iets wonderbaarlijks. Aan de ene kant heeft het iets vanzelfsprekends als je doet waarvoor je geboren lijkt te zijn. De topsporter op de schaatsbaan, de prima-donna in het Zwanenmeer of de verzorgende achter de rolstoel.

Maar er is ook heel veel moed voor nodig. Omdat je, als je gehoor geeft aan je roeping, onvermijdelijk door het stof gaat. Zoals Jesaja en Simon zichzelf nederig maken, zo mag je twijfelen aan je kwaliteiten en geschiktheid. Zo mag je inzien wat er in jou gezuiverd en verbeterd kan worden om aan je roeping gehoor te geven. Je mag peentjes zweten.

En dat is niet gemakkelijk. Je zou het misschien liever niet doen. Maar het is nodig om je talenten te kunnen en te durven inzetten. Om je roeping te volgen, heb je lef nodig.

Niets onmogelijk

Maar geroepen zijn is nooit: geroepen voor iets onmogelijks. Het is altijd geroepen om met jouw talenten en ook beperkingen te zijn in deze wereld en daar jouw onmisbare werk te doen. Begraaf je talenten daarom niet, maar laat ze schitteren in de zon. Want ieder mens mag zijn of haar bijzondere taak in deze wereld vervullen. Die ene taak die helemaal past bij jou.

 

Waartoe ben jij geroepen?

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.