Verschaf mij recht

Overweging op 3 april 2022 door Ineke Lamers

Bij: Jesaja 58, 6-10 en Lucas 20, 9-19

‘Verschaf mij recht!’ Daar draait het vandaag om in de Schriften. Het wonderlijke is dat het vandaag geen mensen zijn die we dat horen vragen, eisen, uitschreeuwen. Maar het is de ENE zelf die vraagt om haar recht te doen.

Goede daden in plaats van schijnheiligheid

De Jesaja-passage van deze morgen begint met te zeggen wat voor een soort vasten de ENE verkiest. Wat Zij níet verkiest staat in vers 1-8: je hoofd buigen als een riet, in een rouwkleed gaan liggen in het stof, je onthouden van alles… het is een mooi plaatje. Maar ondertussen gewoon doorgaan met handeldrijven, arbeiders afbeulen, strijd en ruzie en met elkaar op de vuist gaan. En dan vragen of de ENE alsjeblieft acht wil staan op je vasten. Schijnheiligheid is van alle tijden, zo zie je maar weer.

Wat Zij wel verkiest is dit: van onrecht bedrijven naar recht doen, van onvrijheid bevorderen naar bevrijden, van voor jezelf houden naar delen, van eigenbelang naar gezamenlijk belang. In die zin is vasten – je onthouden van wat dan ook – een middel, geen doel. Het gaat om ommekeer van binnen die zich toont in goede daden. Dan word je als licht in duisternis, dan breekt er een nieuwe dageraad door. Dit kan nooit alleen een individueel proces zijn, maar heeft een effect op je omgeving.

Recht doen aan de schepper en elkaar

De mogelijkheid om te weten wat goed en kwaad is en daarnaar wel of niet te handelen, komt – althans vanuit joods, christelijk en islamitisch perspectief – niet uit de mens zelf voort maar van God. Wij zijn immers haar schepselen, die de mogelijkheden van vrijheid, van geweten, van liefde en vriendschap ontvangen hebben. Daarnaar leven betekent onze schepper recht doen, en daarmee ook onszelf en elkaar recht doen.

Wie denk je wel dat je bent?

Het leesrooster combineert deze Jesajalezing met Lucas die vertelt over de oplopende spanningen na de intocht van Jezus in Jeruzalem. Jezus slaat de handelaars de tempel uit, gewone mensen hangen aan zijn lippen wanneer hij onderricht geeft in de tempel. Dat is bedreigend voor de gevestigde orde: hogepriesters, schriftgeleerden, oudsten. Ze willen weten hoe het zit met zijn bevoegdheid. Jezus antwoordt uiteindelijk wel, maar in de vorm van een gelijkenis.

Eigenmachtig optreden

Waar gelijkenissen soms nogal cryptisch zijn, is dit vandaag werkelijk niet het geval. Een man, lees God, legt een wijngaard aan en geeft die vervolgens in beheer. In beheer bij mensen die God zouden moeten vertegenwoordigen, lees de Schriftgeleerden, hogepriesters, oudsten van het volk. Maar als God haar deel van de vruchten laat ophalen, wordt haar eerste dienaar afgeranseld en nummer twee ook. Nummer drie vergaat het niet beter. Het ligt voor de hand om bij de knechten aan de profeten te denken: onpopulaire brengers van ongemakkelijke boodschappen. De pachters, de wijnbouwers: ze lijken vergeten dat ze in dienst staan van de eigenaar. Het zijn de religieuze leiders en voorgangers die de verbinding met hun ‘zendende instantie’ ontkennen. Alsof het hún wijngaard is, alsof het om henzelf gaat en hun eigen positie. Wie hen aan de waarheid komt herinneren, wordt afgestraft.

De band verbroken

Dan besluit de eigenaar de geliefde zoon te sturen, in de hoop dat hij wel gerespecteerd wordt. De pachters verbreken nu definitief de band: ze doden de zoon, de erfgenaam. Lucas dacht hier zeker aan Jezus. En de eigenaar komt zelf, doodt de wijnbouwers en geeft de wijngaard weg aan wie wel recht willen doen aan het eigenaarschap van de ENE en in dienst daarvan willen werken. Ergens las ik als titel van een analyse van deze bijbeltekst: God laat zich niet onteigenen! Zo zou je het kunnen zeggen, ja. Of: God neemt geen halve maatregelen.

Jezus als hoeksteen?

Het is een scherpe parabel waarin de gevestigde religieuze orde de maat genomen wordt. Lucas laat Jezus zeggen dat hijzelf de hoeksteen is, waarbuiten geen heil is: wie erover struikelt wordt gebroken, als de steen op je valt, word je verpletterd. Bedenk dat het Lucasevangelie van na de verwoesting van de tempel is. En alles wat bij de tempelcultus hoorde, de religieuze structuren en machtsposities: ze bestonden niet meer. Misschien is dat waarop het ‘doden van de wijnbouwers’ doelt.

Bij die hoeksteen zou je kunnen denken dat Jezus, de Gezondene en Gezalfde, de Gekruisigde en Opgestane, die hoeksteen is van een nieuwe immateriële tempel, de hoeksteen van een nieuw Godsvertrouwen. Al moeten we vervolgens constateren dat er in de loop van de eeuwen wel heel veel nieuwe stenen tempels, kerken dus, zijn gebouwd die soms belangrijker lijken dan wat er daar eigenlijk gebeurt. Er zijn christelijke religieuze structuren ontstaan die bij tijd en wijle ‘van God los’ lijken. En hetzelfde gebeurt in de samenleving: elke dag lees ik over regelingen, afspraken die rechtvaardigheid zouden moeten bevorderen maar het tegendeel tot effect hebben.

Verbinding tussen God en mensen

Als God de eigenaar van de wijngaard is, dan zijn er mensen nodig om erin te werken. Hoe houden die werkers in de wijngaard de verbinding met de eigenaar, de schepper, de bron in stand? Hoe zorg je dat de wijnstokken vruchtbaar zijn en blijven? Hoe voorkom je dat je voor eigen eer en glorie aan het werk bent? Hoe blijf je dienstbaar aan je zendende instantie?

Door telkens weer te rade te gaan bij je eigen geweten, door meditatie en gebed, door tegenspraak te organiseren, door samen te komen met anderen en je te laten uitdagen door ongemakkelijke teksten en lastige vragen. En vooral door in woord en daad vorm te geven aan goddelijk geïnspireerde gerechtigheid en bevrijding. Laten we blijven luisteren naar die ongemakkelijke, confronterende stemmen… Het zal onze redding zijn. Amen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.