Geloof en ongeloof

Overweging door Jeffrey Korthout op zondag 8 mei 2022

Bij: Numeri 27,12 – 23 en Johannes 10, 22 – 30

 

Het zijn roerige tijden. Net bijgekomen van een pandemie die eigenlijk nog niet helemaal voorbij is, zitten we weer in oorlogstijden. Vele vluchtelingen die huis en haar hebben moeten verlaten, dode en gemartelde mensen, verkrachtingen, vergoten bloed, mishandelingen, en dat alles om macht en invloed. Misschien is het juist in tijden als deze fijn om een geloof te hebben als het christendom. Een geloof dat ons verteld dat er een God is die altijd naar ons omziet, en ons nooit in de steek zal laten. Zelfs in de duisterste tijden zal deze God het licht zijn dat de duisternis verdrijft. Maar tegelijkertijd staat dat geloof, en dan bedoel ik het vermogen om dat te kunnen geloven, onder druk. Want waar is God dan nu? Waarom stopt Hij of Zij of Het de oorlog niet? Net als in de tijd van Jezus duiken er ook nu weer allerlei ‘goede herders’ op die redding beloven. Maar wie kun je geloven? Ook Jezus werd indertijd niet op zijn woord geloofd.

Geloven in tijden van crisis

Bij de eerste lezing van de teksten vandaag stuitte met name de evangelielezing uit het evangelie van Johannes mij tegen de borst. Dat wil ik uitleggen. De NBV 2005 vermeldt namelijk boven dit gedeelte uit het Johannesevangelie de titel ‘geloof en ongeloof’. Vervolgens blijkt het een lezing te zijn over een groep Joden in Jeruzalem die tijdens het feest van de Tempelwijding Jezus bevragen over zijn Messiasschap. Ze geloven er namelijk niets van. En na het, voor geloofs- en gezagsgetrouwe Joden uit zijn tijd nogal aanmatigende antwoord van Jezus, stelt Hij tot slot dat Hijzelf en de Vader één zijn. Daarop volgende willen deze ‘ongelovigen’ Jezus stenigen voor deze in hun ogen nogal blasfemische uitspraak. Dat ze Jezus willen stenigen hebben we weliswaar net niet gelezen, maar dat is wel het vervolg van deze lezing. In combinatie met de titel ‘geloof en ongeloof’ komt dat op mij nogal antisemitisch over. De groep Joden waar deze tekst naar verwijst, wordt met een titel als deze namelijk weggezet als ‘ongelovigen’, tegenover de groep ‘gelovigen’ – de zogenaamde ‘schapen’- die wel bij de herder Jezus horen en naar zijn stem luisteren. Voor dit gedeelte gebeurde er al iets soortgelijks: Jezus verklaarde dat Hij de goede herder is tegenover allerlei slechte herders die als de wolf komt hun schapen in de steek zouden laten. En ook hier reageren de Joden die dit hoorden vijandig. Ze noemen Jezus gek en bezeten door demonen. Een vraag die bij mij opkwam is: kun je dat deze groep Joden in de tijd van Jezus kwalijk nemen?

Begrijpelijk ongeloof

Zou ik niet hetzelfde reageren? Zou ik zelf niet ook ‘ongelovig’ zijn? Het zijn namelijk tijden van crisis in Israël. Ze zijn bezet door de zoveelste grootmacht, in dit geval de Romeinen, en hun eigen leiders moeten zich aanpassen aan de wetten van de bezetter om als volk en cultuur te overleven. De bestaande herders van het volk staan daarom onder grote druk. Enerzijds willen ze wat eigen is behouden, anderzijds willen ze de bezetter niet schofferen vanwege de mogelijk vernietigende gevolgen daarvan voor het gehele volk. In hun achterhoofd hebben ze misschien wel de lezing van deze ochtend uit het Eerste Testament. Een lezing uit het boek Numeri waarin verhaald wordt over de stervende Mozes die God vraagt om een herder aan te wijzen die het volk moet leiden na zijn dood. En dat gebeurt ook. Jozua wordt de nieuwe herder van het volk. En na Jozua volgen er steeds nieuwe herders, zoals de rechters en natuurlijk de grote koning David en zijn wijze zoon Salomo. De leiders van het Israël ten tijde van de crisistijd waarin Jezus leeft, zijn de geestelijke opvolgers van die traditie. En dan komen er vervolgens allerlei Messiassen en profetische figuren die zeggen dat zij wel weten hoe het allemaal weer goed zal komen. Een van hen is ene Jezus van Nazareth, notabene uit de opstandige regio Galilea, die glashard beweert dat Hij in deze tijden de goede herder is, de redder in nood. En dat alle andere herders eigenlijk niets meer zijn dan huurlingen die helemaal niet in het belang van de schapen handelen, maar alleen uit eigen belang.

Waarom zouden zij dat zomaar zonder meer moeten geloven en accepteren? Zouden wij in hun schoenen geloven dat Jezus die goede herder was? Wij verstaan de uitspraken van Jezus namelijk vaak als tijdloos en spiritueel bedoeld. We zijn geneigd de begrippen ‘goede herder’ en ‘Messias’ te interpreteren als iets dat geldt voor alle tijden: toen, nu en in de toekomst, en dat het gaat om het hoeden van onze onsterfelijke ziel. In de context echter waarin het verhaal zich zou hebben afgespeeld zijn de uitspraken van Jezus ook te interpreteren als tijdsgebonden en politiek. In die tijd was het denk ik erg lastig om deze niet te verstaan als kritiek op de bestaande politieke orde van aanpassing aan de Romeinen. En dan is het niet zo gek dat de mensen die zich daardoor aangesproken voelen en in verzet komen tegen deze in hun ogen aanmatigende beledigingen. Want wie is die Jezus nu helemaal?

Vertrouwen winnen

Daarnaast denk ik dat er als het gaat om het geloven van de goede intenties van Jezus nog iets meespeelt. Dat wil ik illustreren aan de hand van mijn dagelijks werk als leraar op een middelbare school. Elk schooljaar heb ik mijn werk namelijk te maken met leerlingen die moeilijk doen, die tegenwerken. Mijn tactiek is daarbij steevast hun vertrouwen te winnen, te zeggen en te laten zien dat ik het beste met ze voorheb. In de eerste instantie zie je dan verbazing en ongeloof bij deze leerlingen. Iets van – in hun woorden – ‘die gast is knettergek’. Maar de aanhouder wint, ook in deze, en langzaam en zeker win ik dan hun vertrouwen. Langzaam maar zeker gaan ze geloven dat ik werkelijk het beste met ze voorheb. Dat is echter een moeizaam en vaak langdurig proces, dat kost meer moeite dan simpelweg zeggen dat ik ‘de goede herder’ ben. De primaire reactie is namelijk vrijwel altijd verzet en ongeloof. En dat is ook niet zo gek. Geloven vergelijk ik zelf wel eens met een spelletje dat ik ooit eens tijdens een training gedaan heb. Je kreeg daarbij een blinddoek om en achter je kwam iemand staan. De bedoeling was om je vervolgens naar achteren te laten vallen, vertrouwende dat je door degene achter je werd opgevangen. En hoe eenvoudig het mag klinken, jezelf dan achterover laten vallen is lastiger dan je denkt. Wanneer je tot geloof komt, of ergens in gaat geloven, doe je ook een sprong in het diepe, zonder zeker te weten dat het inderdaad goed komt. En als het er dan op aankomt moet je jezelf durven laten vallen, in het vertrouwen dat er iemand is die je opvangt en oprecht is in zijn belofte.

Geloven is een sprong in het diepe. Je moet jezelf laten vallen in het vertrouwen dat je wordt opgevangen.

Wie zijn de goede herders?

En ook nu, tijdens onze eigen tijden van crisis, speelt deze dynamiek tussen geloof en ongeloof een grote rol. Tijdens de coronacrisis, maar ook nu in de nadagen van de coronacrisis, gonst het op sociale media van allerlei complottheorieën. De vertellers van deze verhalen zijn er bijvoorbeeld van overtuigd dat er een verborgen elite van machtige en rijke lieden is op deze wereld die op de achtergrond een soort grote ‘reset’ aan het voorbereiden is. Na deze ‘reset’ zal dan de hele economische en geopolitieke orde in het voordeel van deze elite veranderd zijn. Onze huidige leiders en reguliere nieuwsbronnen zijn in hun ogen ‘huurlingen’ die niet onze belangen dienen, maar de belangen van deze verborgen elite. Een soort stromannen en -vrouwen dus die de schapen in de steek zullen laten als ze een wolf aan zien komen.

Gelukkig echter, zijn zij, de vertellers van deze verhalen, de goede herders. Zij zijn de geroepenen om ons, de ‘sheeple’, de ‘schaap-mensen’, mensen die zich hiervan nog niet bewust zijn, of te wel: de ongelovigen, tot geloof te brengen. Waarna zij met behulp van het ontwaakte volk deze onzichtbare elite kunnen uitschakelen. De bestorming van het Amerikaanse Capitool zo’n anderhalf jaar geleden is hier een treurig voorbeeld van. Maar veel dichter bij huis, met name veel dichter bij mijn eigen huis in de Reeshof, liep ik nog niet zolang geleden ook aan tegen een groep protesterende mensen die bewapend met trommeltjes, spandoeken en leuzen aan het protesteren waren tegen deze zogenaamde ‘Great Reset’. En op diverse glasbakken, lantaarnpalen en vuilnisbakken in mijn directe omgeving zitten stickers en posters met dezelfde boodschap. Nu geloof ik helemaal niets van dit verhaal en daarmee lijk ik op die groep Joodse mensen ten tijde van Jezus. Maar de vraag dringt zich dan wel op: waarom is dit verhaal dan onzin voor mij en het verhaal van Jezus niet? Waarom is Jezus dan wel mijn goede herder en Messias en kan ik deze groep gewoon niet serieus nemen?

Aan hun vruchten zul je hen herkennen

Een hulp hierbij kan de volgende gelijkenis zijn die Jezus vertelt in het evangelie van Matteüs. Daar staat: “Pas op voor valse profeten die in schaapskleren op jullie afkomen maar eigenlijk roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zul je hen herkennen. Men plukt toch geen druiven van doornstruiken of vijgen van distels? Zo draagt elke goede boom goede vruchten, maar een slechte boom draagt slechte vruchten.” Een nadeel is wel dat het kwaad dan al deels geschied is, de boom draagt immers al vruchten. Maar toch. De bestorming van het Amerikaanse Capitool is een vrucht van de ‘Great Reset’ beweging. Voor mij een duidelijk voorbeeld van hoe het niet moet. En als je bijvoorbeeld kijkt naar wat de vruchten van de Russisch orthodoxe patriarch Kirill; oftewel wat hij zegt en doet nu Rusland Oekraïne is binnen gevallen. Tijdens een preek aan het begin van deze oorlog sprak Kirill zijn afschuw uit over westerse waarden en noemde hij de ‘militaire operatie’ tegen Oekraïne een geestelijk gevecht tegen landen die, zoals Oekraïne, homorechten respecteren. Wat mij daarbij helemaal verbaast, is dat deze voor mij misselijkmakende uitspraken in combinatie met de verschrikkelijke en in mijn ogen niet te rechtvaardigen oorlog, voor paus Franciscus niet genoeg aanleiding zijn om de oorlog in Oekraïne te veroordelen. En beide ‘goede herders’ zijn toch net als wij de volgelingen van Jezus, ook de goede herder.

Geloof dat vrucht voortbrengt

Gelukkig, en dat geeft mij geloof en hoop, hebben wij hier onze kleine Ekklesia. Voor mij een groep mensen die laat zien wat het geloof in Jezus, de goeder herder, ook als vrucht kan voortbrengen en -denk ik- ook zou moeten voortbrengen. Door op zondag bij elkaar te komen, koffie te drinken, elkaar te zien en te horen, elkaar te helpen als dat nodig is, anderen te helpen buiten onze gemeenschap. Oftewel: er simpelweg voor elkaar en alle mensen te zijn en te blijven, en elkaar goede herders te zijn, wat er ook gebeurt. En dat is ook wat wij als geloofsgemeenschap in deze onzekere tijden moet blijven doen. Hieraan vasthouden, hoop houden, vooral doorgaan en blijven geloven dat er inderdaad een God is die nooit laat varen het werk Harer handen. En dat Jezus, één met diezelfde God, inderdaad die goede herder is, die Hij heeft gezegd te zijn. Een herder die zijn schapen kent en bereid is zijn leven te geven voor schapen. Zodat als duistere tijden aanbreken er alle hoop verloren lijkt er toch licht en hoop is om ons aan vast te houden: er is iemand die ons ziet en kent zoals wij zijn; er is hoop en er is redding. Zodat wij met dat houvast en dat licht elkaar kunnen vasthouden en verlichten. En dat alles zodat niemand van ons verloren loopt en zoek raakt in de duisternis van deze tijd.

Dat het zo zal zijn.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *