In Gods naam: liefde en trouw

Overweging door Ineke Lamers op zondag 15 mei 2022

Bij: Deuteronomium 6, 1-9 en Johannes 13, 31-35

Het is weliswaar de vijfde zondag van Pasen, maar bij Johannes zitten we vandaag aan het laatste avondmaal en Judas Iskariot is net vertrokken. De elf blijven met Jezus achter en hij begint te spreken, ruim drie hoofdstukken lang, af en toe onderbroken door een meer en soms minder zinvolle vraag van een leerling. Wij hoorden het begin van die toespraak.

Een nieuw gebod

In die paar verzen van vanochtend wordt veel aangeraakt wat verderop uitgewerkt wordt: de grootheid, heerlijkheid van de Mensenzoon die de grootheid, heerlijkheid van God laat zien: zie je de een, dan zie je de ander ook. Jezus’ vertrek uit deze wereld wordt aangekondigd. En er komt een opdracht, een nieuw gebod: heb elkaar lief, zoals ik jullie heb liefgehad. Het moet het kenmerk worden van de Jezusbeweging.

Leven vanuit Gods liefde

Dat nieuwe gebod komt echter bepaald niet uit de lucht vallen. Immers: Deuteronomium 6 laat ons horen waarop dat nieuwe gebod gebaseerd is: Sjema Israël, Adonai Elohenu, Adonai Echad. Hoor Israël, de ENE is onze God, de ENE is de enige. Dat sjema betekent niet alleen een passief horen, maar ook: beseffen, tot je door laten dringen, actief luisteren. Dit horen roept op tot bewustwording en handelen. De tien woorden, de tien geboden die gaan over de relatie van mensen met God en met elkaar komen hieruit voort. Dit is de traditie waaruit Jezus leeft. Dit is de God waarmee hij zich verbonden weet, waaruit hij voortkomt en waarnaar hij zal terugkeren. Alle reden om een lofzang in majeur te zingen over hoe groot de ENE is, oneindig erbarmend, genadig en lankmoedig, rijk aan liefde en tot in eeuwigheid trouw aan haar schepping.

In onze acclamatie na het Johannesevangelie zongen we in mineur. In die net iets andere noten klinkt voor mij door dat elkaar liefhebben in het voetspoor van Jezus niet alleen een gave, maar zeker ook een opgave is. Het tot je door laten dringen wat dat betekent in jouw eigen leven en daar naar handelen is nooit klaar.

Liefde als opdracht

Er zijn gelukkig mensen – de na vandaag heilige karmeliet Titus Brandsma, Fries en import-Brabander, is er een voorbeeld van – die ook in de meest angstige en mensonterende omstandigheden die liefde voor de ENE, voor de Gezalfde, voor de medemens hoog kunnen houden. Het lijkt wel vanzelfsprekend voor hen. Maar ook Brandsma, zelfs hij, had een korte periode een inzinking toen duidelijk was dat voor hem de weg naar een Duits concentratiekamp onvermijdelijk was. Om met Jezus te spreken: ‘Laat deze beker aan mij voorbijgaan’, maar de beker ging niet voorbij. Toen hij uiteindelijk in Dachau aankwam kon Titus Brandsma blijkbaar zoals Jezus geloven: ‘Niet mijn wil, maar uw wil.’ En zo was hij in staat om te bidden voor bewakers, zo kon hij een krachtbron blijven voor medegevangenen. Lichamelijk ging hij ten onder, maar zijn ziel leek alleen maar te groeien in kracht en in liefde.

Gewone dingen doen op grootste wijze

Dit zijn indrukwekkende mensen, maar – eerlijk is eerlijk – je kan ook ontmoedigd raken van zo’n voorbeeld. Titus Brandsma leek dit te weten want hij schreef ooit: ‘Wij zijn niet geroepen om in het openbaar levend grootse, opvallende en druk besproken dingen te doen [….] Het is wel onze plicht om de gewone dingen op grootse wijze te doen, dat is met een zuivere intentie en de inzet van heel de persoonlijkheid.’

‘Wij zijn niet geroepen om in het openbaar levend grootse, opvallende en druk besproken dingen te doen [….] Het is wel onze plicht om de gewone dingen op grootse wijze te doen, dat is met een zuivere intentie en de inzet van heel de persoonlijkheid.’

En toen dacht ik: dat heb ik van de week zien gebeuren op de Tilburgse High en Intensive Care van GGz Breburg. Samen met een activiteitenbegeleidster heb ik daar een wekelijkse gespreksgroep rondom zingeving. Van de week nam er een bijzonder koppel deel. De ene helft was Angeline, een vrouw van tegen de zestig, die vanwege haar ernstige psychische verwarring een aantal dagen opgenomen was geweest op de kleine Intensive Care unit van de afdeling. Nu was ze op de veel grotere High care afdeling aanwezig, maar nog wel met een-op-een begeleiding. De andere helft van het koppel was haar begeleider van dat moment: een beveiliger die Mohammed heette, een jongeman van in de twintig en vrij tenger. Dat viel me op, want heel vaak zijn de beveiligers die op de HIC werken kleinere of grotere kleerkasten.

Hoe dan ook: voor Angeline en Mohammed was deelnemen aan zo’n groepsgesprek duidelijk nieuw, en de opdracht (‘schrijf of teken iets over: liefde voor jezelf’) viel hen niet licht. Maar: Mohammed begon op een gegeven moment te schrijven en bleek naderhand een aantal prachtige wijsheden te hebben genoteerd. En Angeline ging samen met mijn collega aan de slag, ze maakten samen iets, en zij werd steeds spraakzamer. Zij sprak verschillende keren uit hoeveel steun ze die dag aan Mohammed had. Ik kon het begrijpen, want er ging rust, respect en bescheidenheid van hem uit, zo jong als hij was. Er ontstond al doende iets moois in de groep. En een andere deelnemer, een erg verwarde man die zo af en toe de plank precies wél raakt, zei op een gegeven moment: ‘Wij zijn even in de hemel’. En zo was het ook: schooierende liefde vond een plaats in een bij elkaar geraapt zooitje mensen afgelopen donderdagmiddag op Jan Wierhof 5.

Alledaagse heiligheid

Vooral Mohammed deed dat uur een gewoon ding op grootse wijze met een zuivere intentie en met inzet van heel zijn persoonlijkheid. En ik vermoed dat hij zich er niet van bewust was, dat het voor hem iets vanzelfsprekends was. Het kán dus, gewoon in je werk, in je dagelijks leven. Dit is alledaagse heiligheid, dit is liefde en trouw in Gods NAAM.

Genoeg gepraat. Laten we biddend zingen over die goddelijke overal schooierende liefde, dat zij ook in ons een verblijfplaats mag vinden.

Amen.

Naamloos schooiert liefde langs de wegen.
Die beweegt de zon en alle sterren,
naamloos schooiert liefde langs de wegen,
ziet de mensenkinderen al van verre,

zoekt hen op in hun bezeten dromen,
wekt hun rede weer, hervindt hun namen,
temt de stromen van hun vergezichten,
sluit de deur toe achter hun verleden.

Naamloos schooiert liefde langs de wegen.
Die ons geeft nieuw licht in onze ogen,
ons doet hopen dat nog nooit geziene:
nieuwe aarde op de vloed heroverd.

Die in diepe zinverloren nachten
schenkt een uur van waarheid en genade:
hakt bronaders in de rotswand open,
plant een eikenwoud op woeste hoogten.

Levend woord dat nooit ons zal ontbreken
aller mensen naam en zielsbeminde,
naamloos schooiert liefde langs de wegen
die beweegt de zon en alle sterren.

Naamloos schooiert liefde langs de wegen
maar vindt in mensen rust en duur,
naakt en veilig, wij die nog leeg zijn
en ongenadig, halve waarheid,
kilte schemer, kreupel vuur:
Liefde, neem ons één uur,
dat wij ontvangen, weten.

Huub Oosterhuis

 

 

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.