Wij hebben zijn woorden

Overweging door Arthur van Tongeren op zondag 22 mei 2022

Bij: Joël 2:21-27 en Johannes 14:22-29

 

Wij hebben zijn woorden. Dat staat als motto boven deze viering geschreven. Dat motto heb ik ontleend aan een tekstje dat Servaas Bellemakers ooit schreef bij de tekening op de voorkant van de orde van dienst van vandaag. Deze tekst luidt in zijn geheel:

Ongrijpbaar is Hij,

niet te vangen in strakke lijnen.

Hij ontsnapt aan onze kaders

en gaat op in het grondeloze licht.

 

Onaf is Hij.

Zijn gezicht wordt pas voltooid

in de toewijding van mensen.

 

Maar zijn mond is duidelijk:

wij hebben zijn woorden,

woorden van waarheid.

Ze raakten me, de tekening van Woeloem en die tekst van ‘ons aller’ Servaas. Omdat ze voor mij iets uitdrukken en zichtbaar proberen te maken van dat ongrijpbare geheim van God. Die Ene die in diepste wezen liefde heet te zijn, en in Jezus een menselijk gezicht heeft gekregen. Die Stem die ons roept en lokt en verleidt, telkens weer opnieuw, om ook elkaar liefdevol tegemoet te treden. We hebben zijn woorden – we hoeven ze enkel nog te doen.

Woorden van waarheid en bemoediging

Hoe moeilijk dat is, daarvan getuigt dat dikke boek dat wij Bijbel of Schrift noemen, en waaruit we hier elke zondag lezen. Het is, van kaft tot kaft, een verhaal van God-met-mensen. Over mensen die geroepen worden, de Stem verstaan, op weg gaan vol goede moed en dito bedoelingen. Maar die ook steeds weer, de een na de ander, generatie na generatie, falen in de liefde voor en volledige  toewijding aan die Ene. Maar het is ook het verhaal van een God die telkens weer bereid is een nieuw begin te maken, ondanks alles wat fout is gegaan en gedaan. Ook uit het boek van de profeet Joël, waaruit we vandaag lazen, klinkt weer op hoe de God van Israël zich laat kennen als ‘erbarmend, genadig, rijk aan liefde en trouw’, zoals we vorige week zongen. De zonden die door de mensen zijn begaan worden vergeven; zelfs de door hen geleden schade wordt ze vergoed. En: ‘Nooit meer zal mijn volk te schande worden gemaakt.’ We hebben zijn woorden… woorden van belofte, van zegen en voorspoed, van vertrouwen. Woorden van waarheid en bemoediging.

Aankondiging van Pinksteren

Ook Jezus spreekt ons woorden van vertrouwen en bemoediging toe. In een gedeelte uit de lange afscheidsrede die hij tot zijn leerlingen spreekt, horen we hoe hij aan al wie hem liefheeft – en door hem dus ook de Vader – en die zijn woorden onderhoudt, niet alleen en verweesd zal achterblijven. Want: ‘De heilige Geest die de Vader jullie zenden zal, zal alles duidelijk maken.’ En: ‘Verlies de moed niet. Ik ga bij jullie weg, maar kom weer terug.’ Nog even geduld, dan is het Pinksteren, dan zal het hemels vuur de leerlingen inspireren, woorden en moed inblazen om te handelen en te spreken. Hij geeft ons zijn woord, hij laat ons zijn woorden en daden na, om na te volgen als we kunnen en durven. Jezus is beeld van God ten voeten uit: een mens van onbaatzuchtige liefde, een mens die kiest om er voor anderen te zijn – en met name voor wie onterecht, vertrapt en veracht zijn. Mensen geschapen naar Gods eigen beeld, mensen als jij en ik.

Ongrijpbaar licht

Terug naar dat beeld op het boekje, die tekening. Wie zien we daar eigenlijk? ‘Ongrijpbaar is Hij, niet te vangen in strakke lijnen’, zo begint Servaas. Dat Hij (met een hoofdletter) duidt dan op Jezus. Hij kleurt buiten de lijntjes, overschrijdt, doorbreekt de grenzen tussen mensen. En Servaas vervolgt: ‘Hij ontsnapt aan onze kaders, gaat op in het grondeloze licht.’ Dat kan, maar ik zie ook een mens die in een helder (hemels?) schijnsel staat. Een lichtschijn zo sterk dat ze haast verblindend is voor wie ernaar kijkt – de aanschijn van Gods aangezicht misschien. Zo fel is het licht dat die mens wel zelf licht lijkt uit te stralen, een lichtend voorbeeld voor wie hem zien.

Hem gezicht geven

‘Onaf is Hij’, gaat de tekst verder, ‘Zijn gezicht wordt pas voltooid in de toewijding van mensen.’ Dat is een mooi beeld dat daar geschetst wordt. Het is aan ons om het af te maken, toegewijd  en trouw aan het door hem gegeven voorbeeld. Wij worden uitgedaagd om in het voetspoor van Jezus te gaan en zo uitvoering te geven aan de opdracht vanaf het begin: elkaar te dienen en te hoeden, om mens voor een mens, voor ieder mens, te zijn. Om dat verhaal van God-met-mensen voort te zetten, met vallen en opstaan en weer opnieuw beginnen, telkens weer. En we hoeven het niet alleen te doen, dat heeft Jezus zelf gezegd. Hij gaf ons zijn woord.

Houvast aan woorden van licht

Daar eindigt de tekst van Servaas ook mee: ‘Maar zijn mond is duidelijk: we hebben zijn woorden, woorden van waarheid.’ Jezus heeft ons te verstaan gegeven wat het betekent om te leven vanuit die geest waarmee de Ene ons wil bezielen. Hij spreekt woorden van waarheid, Gods waarheid, die diep in hem, in heel zijn doen en laten verankerd ligt. En hij spreekt ze niet alleen, hij doet ze ook. Ze vormen het kader van waaruit hij leeft. Hij ontsnapt dan misschien wel aan onze kaders, maar leeft geheel binnen de kaders die zijn gegeven door de God van Israël. Dat is zijn inspiratiebron, zijn uitgangspunt voor een betere wereld. Die goddelijke woorden van licht en waarheid die Israël gekregen heeft, als opdracht voor het leven. Jezus zelf leeft ten diepste vanuit die woorden, vanuit de Thora, de levensbron van Israël. Hij gaat voor ons uit op onze weg door deze wereld, als een lichtend voorbeeld, als een teken van vrede, een mens van God. Hij daagt ons uit om het plaatje verder mee in te tekenen, zijn lijn door te trekken, om mee op te gaan in dat grondeloze licht van alle tijden. Als wij het Woord ter harte nemen, dan worden wij zijn gemeente, gemeenschap van de Ene.

Moge het zo zijn.

 

Bron afbeelding: Gooi & Sticht 1999 | Woeloem – Servaas bellemakers, 1999.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.