Voor kleine mensen
Overweging op zondag 14 september door Jeffrey Korthout
Bij: Exodus 32, 7-14 en Lucas 15, 1-10
Met de lezing uit Exodus van vandaag kan ik zelf niet zoveel. De ENE is boos, omdat het volk van Israël een gouden kalf is gaan aanbidden in plaats van De ENE. Vervolgens dreigt De ENE met hel en verdoemenis. Zo’n tekst benadrukt mijns inziens te veel dat De ENE een jaloerse en straffende God is, wat De ENE volgens mij helemaal niet is. Toch begrijp ik wel waarom deze lezing gecombineerd is met de lezing uit Lucas. Het gaat denk ik vooral om dat laatste zinnetje in vers 14: ‘Toen zag de ENE ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had.’ De ENE reageert hier ineens heel menselijk. De ENE is heel boos omdat het volk en dreigt met brandende toorn, maar bedenkt zich en doet uiteindelijk niets. Niets menselijks is De ENE blijkbaar vreemd. Mozes is overigens minder vergevingsgezind. Hij laat even later alsnog in naam van God door de Levieten maar liefst 3000 Israëlieten vermoorden. Maar los van deze gruwelijke afloop blijft het punt wel: al in het oude Israël begrepen de mensen dat De ENE vergevingsgezind is, zelfs als De ENE erg boos is.
Vergevingsgezind
Deze vergevingsgezindheid zien we ook terug in de lezing uit het evangelie van Lucas. Hierin bevindt Jezus zich in een opvallend gezelschap: tollenaars en zondaars. De Farizeeën en schriftgeleden storen zich daaraan. Wat doet die zogenaamde heilige man met die zondaars? En Jezus verteld hen dan, en dus ook aan ons, twee gelijkenissen. De eerste gaat over iemand met honderd schapen, waarvan er een is weggelopen. Diegene laat vervolgens zijn negenennegentig schapen achter om die ene te gaan zoeken. En als hij het gevonden heeft is hij zo blij dat hij een feestje bouwt met zijn vrienden en buren. Jezus stelt: er is in de hemel meer blijdschap is over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. Om zijn punt nogmaals te maken, vertelt hij over een vrouw met tien drachmen. Ook zij verliest een munt en zet het hele huis op stelten om die ene munt terug te vinden. En als ze de munt terug heeft gevonden, bouwt ook zij een feestje met haar vrienden en buren. Jezus herhaalt nog maar eens: zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van De ENE over één zondaar die tot inkeer komt. Leuk detail is dat in deze tweede vergelijking De ENE vergeleken wordt met een vrouw. Daar kan ik dan wel weer iets mee.
Anti-elitaire godsdienst
Het gaat er in beide vergelijkingen steeds om: De ENE is blijer met die ene mens die de verkeerde weg is ingeslagen en weer terugkeert op de goede weg, dan met al die anderen die nooit van op het verkeerde pad terecht zijn gekomen. En dat, zo bedacht ik me, maakt in mijn ogen het christendom van oudsher een anti-elitaire godsdienst. Omdat het blijkbaar bovenal gaat om de minder vrome of helemaal niet vrome mensen, om de verschoppelingen, de outcast en de ongelovigen. Dat wil zeggen: de vrome mensen horen er zeker wel bij. Dat blijkt ook even verderop in het evangelie van Lucas. Na de lezing van vandaag volgt namelijk de parabel van ‘De verloren zoon’. En daarin zegt De ENE tegen de zoon die niet weggegaan is van huis en zijn Vader altijd trouw gediend heeft: ‘Mijn jongen, jij bent altijd bij me en alles wat van mij is, is van jou. Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.’ Oftewel: natuurlijk hoor je er als vroom mens altijd bij, en dat zal ook altijd zo blijven. Maar de focus van De ENE ligt ergens anders: niet op de vrome mensen in de kerk, maar juist op hen die niet vroom zijn buiten de kerken.
En zo gek is dat eigenlijk ook niet. Want De ENE wil een wereld naar Haar wil. ‘Uw wil geschiedde’ bidden we immers in het Onze Vader. En de wereld die De ENE wil is een wereld waarbij alle mensen gezien en gehoord worden en erbij horen. Geen verdeling meer tussen vrome mensen en zondaars, maar een rechtvaardige wereld voor iedereen. Gods Rijk is een heel inclusieve wereld waarin geen mensenkind buitengesloten wordt. Waar iedereen, en dan ook echt iedereen, elk verloren schaap, elke verloren drachme, meer dan welkom is. Zo welkom dat De ENE er een feestje van maakt als zij die verloren gelopen zijn de juiste weg weer vinden. De ENE rent daarom in het verhaal van De Verloren Zoon zijn zoon daarom ook tegemoet.
Het verkeerde voorbeeld
Daarom is het eigenlijk best wel gek dat in het verleden en ook nu nog er in de kerk sprake is van een bepaalde religieuze elite die zich beter voelt dan anderen. Zoals een pastoor in Hilvarenbeek die met protestanten niets te maken willen hebben. Of bisschoppen die leven voor de macht, pracht en praal. Zoals de Duitse bisschop Tebartz-van Elst. Deze ex-bisschop liet ergens rond 2013 zijn ambtswoning in Limburg an der Lahn voor maar liefst 31 miljoen euro verbouwen. Bijna zes keer meer dan gepland was. In de Duitse media stond hij dan ook bekend als de ‘bling’ bisschop. Hij liet in zijn woning onder andere een vrijstaand bad installeren van 15.000 euro, een privékapel van 2,9 miljoen euro en een conferentietafel van 25.000 euro. Om het nog wat erger te maken bleek dat een deel van het geld hiervoor gebruikt bedoeld was voor de armenzorg. Gelukkig heeft de inmiddels overleden paus Franciscus deze bisschop in maart 2014 op non-actief laten zetten. Maar toch… Het zit in het wezen van de Rooms-Katholiek Kerk. Het blijft immers een machtig bolwerk, met prachtige kathedralen en paleizen. En dat trekt nu eenmaal bepaalde figuren aan. Deze Duitse bisschop was namelijk echt niet de enige in de afgelopen tweeduizend jaar die zich zo gedragen heeft.
Het voorbeeld van de Franciscanen
Gelukkig is er in de kerk ook een ander geluid. Denk aan dat van de Franciscanen. Vroeger ook wel de minderbroeders genoemd, omdat ze er vrijwillig voor kozen Jezus na te volgen door een leven in eenvoud en armoede. Vaak wonende in de steden, om daar de noden van de armen te ledigen en er te zijn voor hen die door anderen veracht werden. Een mooi verhaal uit de Fioretti (een soort sprookjes over Franciscus) verhaalt over hoe drie rovers bij het verblijf van de broeders komen en vragen om voedsel. Broeder Angelus, die op dat moment verantwoordelijk is, stuurt hen weg met harde woorden, omdat hij hen als zondaars beschouwt. Wanneer Franciscus echter hiervan hoort, berispt hij Angelus streng. Hij legt uit dat zondaars juist met liefde en mildheid benaderd moeten worden, zodat ze zich kunnen bekeren. Franciscus stuurt Angelus er vervolgens op uit met voedsel en wijn om de rovers op te zoeken. Hij moet hen niet alleen geven wat ze nodig hebben, maar ook nederig zijn en hen uitnodigen om hun leven te veranderen. De rovers zijn hierdoor zo diep geraakt dat ze zich besluiten te bekeren. Uiteindelijk sluiten ze zich aan bij de orde.
Weg van bescheidenheid en openheid
Dat is denk ik de weg die van ons als christenen wordt gevraagd. Een weg van bescheidenheid over onszelf en openheid naar anderen. En onze aandacht zou daarbij vooral uit moeten gaan naar degenen die we eigenlijk stiekem verachten. De mensen die vies zijn in onze ogen, de mensen die slecht zijn in onze ogen: drugverslaafden, zwervers en straatschoffies. Want daar valt nog iets te redden. Om zo de wereld steeds een beetje meer te laten worden zoals De ENE het graag zou zien. Een wereld waar ieder mensenkind erbij mag horen en de kans krijgt om te laten zien dat er ook in hem, haar of hen een goed mens schuilt.
Dat het zo zal zijn.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!