Onbegonnen begin

Overweging op zondag 20 november 2025 door Arthur van Tongeren

Bij: Jesaja 1, 2-5 en Mattëus 24, 32-44

 

Twee lezingen vandaag die ons allebei een blik in de toekomst geven. Of beter gezegd: een mogelijke toekomst. Het beeld dat Jezus schetst in het evangelie van Matteüs is nogal duister. Uit het tekstgedeelte dat hier direct aan voorafgaat, blijkt dat hij zijn leerlingen toespreekt. Zij vroegen hem: wanneer zal dit alles gebeuren? ‘Dit alles’ heeft te maken met de dag dat de mensenzoon zal wederkeren, bij het einde der tijden. ‘Dan zal hij zijn engelen uitzenden en zijn uitverkorenen verzamelen’, staat er. En Jezus roept zijn leerlingen op om de tekenen die op die tijd duiden te verstaan en zich voor te bereiden. ‘Laat je niet misleiden door valse tekens en valse profeten’, maant hij hen. De uitweiding die daarna volgt over de een die gered wordt, en de ander die wordt achtergelaten, klinkt wat cryptisch. Gaat het hier om de mensen die voorbereid zijn tegenover degenen die dat niet doen? Om goddeloos versus godvrezend? Om pure willekeur? Zeker is dat je op elk moment klaar moet staan voor de dag die komt. Die spoedig komt volgens Jezus, want: ‘deze generatie zal nog niet verdwenen zijn…’ Het gaat hier weliswaar over de dag waarop de uitverkorenen gered zullen worden, maar hoe weet je of jij er daar ook een van bent? Versta de tekens en zorg dat je klaarstaat, zegt Jezus, en dan moet je verder maar hopen dat je bij die uitverkorenen hoort…

Vertrouw op de Eeuwige

Nee, dan Jesaja. Dat klinkt toch heel anders! ‘Eens komt de dag…’, zo begint hij zijn visioen. De tijden zijn duister, het kleine Juda voelt zich bedreigd door de grote rijken en machten die het omringen. De koningen van het rijk Juda lijken de verkeerde afslag te nemen, menen dat het sluiten van bondgenootschappen met die andere staten de oplossing is. Nee, zegt Jesaja, doe dat in godsnaam niet, het leidt enkel tot oorlog en verwoesting! Stel je vertrouwen op de Eeuwige, de Stem die tot jullie vaders sprak. Laat niet de angst jullie regeren en op dwaalsporen brengen. Volg de weg die de Eeuwige gewezen heeft en dan komt het goed. Dan breekt de dag van het hemelse Jeruzalem aan. Op die dag trekken alle volkeren op naar Sion, naar de tempel van Jakobs God. Dan zullen allen leven in het licht van de Eeuwige. Geen wapen wordt nog gehanteerd, er zal recht heersen en vrede tussen de volken.

Kijk, dat is nog eens een visioen waar je achter wilt gaan staan! Dat klinkt in elk geval een stuk positiever dan dat verhaal van Jezus… laten we hopen dat dat visioen van Jesaja ooit waar zal zijn.

Donkere tijden

Maar dan keren we terug naar onze eigen tijd en wereld – precies zoals de mensen daar en toen – en zien we dat we nog een lange weg hebben te gaan. De tijden zijn ook nu duister en onheilspellend, net als ten tijde van Jesaja – toen grote machtig naties Juda bedreigden – en van Jezus – toen het volk Israël werd onderdrukt door de Romeinse bezetter. Die hoop die spreekt uit de lezing uit het boek Jesaja, daar kunnen wij ook wel wat van gebruiken. Want ook wij lijken soms een speelbal van de grootmachten van deze wereldtijd te zijn. Ook hier en nu proberen onze leiders de dreiging te dempen door verbonden aan te gaan, en zich te bewapenen. En dan maar hopen dat dat niet enkel leidt tot oorlog en verwoesting, zoals Jesaja zegt. Misschien hebben in dat opzicht de pacifisten het gelijk aan hun zijde. Maar durven we het aan om de angst voor een oorlog terzijde te schuiven en vol in te zetten op een vreedzame weg…? Woorden zijn immers machtiger dan wapens, wordt  gezegd. En dan maar hopen dat dat echt zo is? Is een oorlogszuchtige leider als Poetin zonder wapens te stoppen? En wat gaat het ongeleide projectiel aan de overkant van de grote plas doen?

Voorlopig is en blijft de wereld donker, vrees ik. En toch wil ik – misschien tegen beter weten in – hoop blijven koesteren dat het anders kan. Hoop in de plaats van angst. Kan hoop de angst verslaan, zijn daar al tekenen van te vinden? Kleine lichtpuntjes in het duister…

Lichtpuntjes van hoop

Ik keek, en ik zag: een zestienjarige jongen, een jongen die niet in het standaardplaatje paste. Hij was homofiel. En onze wereld is op dit moment, zachtjes uitgedrukt, niet echt een vriendelijke plek voor mensen uit de lhbtqi+-gemeenschap. De acceptatie van ‘iedereen die anders is’ laat te wensen over, zal ik maar zeggen. Wat doet deze jongen? Hij gooit het er gewoon uit, vertelt het aan zijn medeleerlingen op school. En hij wordt niet beschimpt, genegeerd of erger, maar ontmoet begrip en warmte van de anderen. Zo kan het blijkbaar ook. Niet leven vanuit de angst wat er zou kunnen gebeuren, maar eerlijk zijn en erop vertrouwen dat het goed zal komen. Hoop begint waar angst niet het laatste woord heeft.

En ik keek, en zag twee mannen uit ‘ons eigen Brabant’, Franky en Coen, die na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne het gevoel hadden iets te moeten doen. En dus togen zij met hun frietkar naar Polen, daar waar veel Oekraïners werden opgevangen, en begonnen met het gratis uitdelen van friet en snacks. Een beetje eten en een portie hoop, voor mensen die op de vlucht zijn en niets meer hebben. Ze houden het nog altijd vol, gaan zo’n tien keer per jaar naar Oekraïne, en doen daar hun goede werk. Maar dat is niet meer alleen friet bakken en uitdelen. Ze laten de wereld zien wat er daar echt aan de hand is, via internet en tv met de serie Patatje hoop. Ze hebben een hotel gekocht, het opgeknapt en ingericht, om mensen op te vangen. Ze rijden helemaal naar het front en halen de mensen die daar nog wonen op, om ze naar dit ‘Holland house’ te brengen. Met gevaar voor eigen leven, want risicoloos zijn hun ondernemingen zeker niet (kijk de documentaire Patatje Oorlog die over hen is gemaakt maar terug, dan snapt u wat ik bedoel). Ondanks het risico dat ze lopen, gaan ze toch steeds weer opnieuw, om hoop te brengen aan de mensen daar. Hoop begint waar angst niet het laatste woord heeft.

Ik keek, en ik zag een jonge Oekraïense, Yana Roedenko, 27 jaar, net zo oud als mijn zoon. Ze zou in haar moederland moeten studeren, op kamers zitten, samenwonen misschien. Maar ten tijde van de inval van Poetins leger zat ze in Boetsja – u herinnert zich misschien nog die vreselijke beelden van burgers die door Russische soldaten op straat geëxecuteerd waren – en ze vluchtte naar Nederland. Yana doet nu een studie Openbaar Bestuur in Leiden. Via sociale media en lezingen deelt ze haar persoonlijke ervaringen en roept ze op om te werken aan wereldvrede. Ze pleit ervoor om de Russen ter verantwoording te roepen voor de begane oorlogsmisdaden. Daarnaast is ze mede-oprichter van DroneAid Collective, waar gevluchte Oekraïners en rehabiliterende veteranen leren om kleine drones te bouwen, die dan weer kunnen worden ingezet in haar geboorteland. Het lot heeft haar hier gebracht, de angst heeft haar niet klein gekregen, hoop drijft haar voort.

Ik keek, en ik zag een open brief van Femke Halsema, burgemeester van Amsterdam. Een antwoord op een brief, enkele weken eerder, van Natascha van Weezel, die onder andere schreef dat haar zoontje van twee was bedreigd als ‘vuile zionist’! In wat voor wereld worden kinderen van twee zo bejegend, vraag je je af…? Halsema spreekt haar afschuw uit en erkent dat ook zij zich zorgen maakt over de verharding in de maatschappij en in haar stad, over het opkomende fascisme en antisemitisme. Ze benoemt haar angst voor de ongeremde emoties en het fanatisme, constateert dat het moeilijk is om hoop te houden in deze tijd. Hoop put ze uit de brieven en verhalen van mensen die de stad mooier maken, die verbinding zoeken over grenzen heen, die mensen met elkaar in gesprek brengen. ‘Dan weet ik ook weer dat er daadwerkelijk hoop is’, besluit ze haar verhaal.

Hoop begint waar angst niet het laatste woord heeft.

‘Hoop begint waar angst niet het laatste woord heeft.’ Laten we die woorden meedragen, gedurende de adventtijd en ook daarna. Dat we ons daaraan vasthouden als we weer eens de moed dreigen te verliezen. Dat we vertrouwen op de Eeuwige, opdat ooit dat visioen van Jesaja waar zal worden.

Dat het zo mag zijn.

 

** zegen

Wat nog te zeggen? Laten we leven vanuit hoop en niet vanuit angst. Dan maken we de wereld misschien een klein beetje beter. Ik las een korte tekst – schrijver onbekend – die ik nog graag met u wil delen:

Mensen die leven uit de verwachting zien verder.
Mensen die leven uit de liefde zien dieper.
Mensen die leven uit het geloof zien alles in een ander licht.

Laat ons vanuit dat geloof de wereld in een ander, hoopvol licht zien.

Dat zou een zegen zijn.

Vragen we dan de zegen van de Eeuwige:

Moge de Ene u zegenen en beschermen,
moge zij het licht van haar gelaat over u doen schijnen
en u genadig zijn,
moge hij u zijn gelaat toewenden en u vrede geven.

Amen.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *