Onbegonnen begin. Derde advent
Overweging op 14 december 2025 door Natascha Leeuwenkuijl
Bij: Jesaja 35, 1-10 en Mattheüs 11, 2-11
Eerste lezing
Jesaja zegt: De woestijn en het dorre land zullen blij zijn. De steppe zal juichen en zal bloeien als een roos. De steppe zal vol bloemen staan en zal juichen en jubelen. Het wordt er zo prachtig als op de Libanon, de Karmel en de Saron-vlakte. De mensen zullen de schitterende macht en majesteit van de Heer zien, het prachtige land van onze God. Laat je slappe handen weer sterk worden. Strek je knikkende knieën. Zeg tegen de mensen die alle hoop hadden verloren: ‘Wees vastberaden, en wees niet bang. Want let op, jullie God zal jullie vijanden komen straffen voor alles wat ze jullie hebben aangedaan. Hij zal jullie komen bevrijden.’
Dan zullen de ogen van blinden weer gaan zien. De oren van doven zullen weer gaan horen. Mensen die niet konden lopen, zullen springen als een hert. De mensen die niet konden praten, zullen juichen. Want in de woestijn zullen beken ontstaan en rivieren in de steppe. Het kurkdroge land zal een waterplas worden en het dorre land zal vol zijn van waterbronnen. Waar nu nog jakhalzen wonen, zullen gras en riet en waterplanten groeien.
Er zal een brede weg komen, die de ‘Heilige Weg’ zal worden genoemd. Niemand die onrein is, zal op die weg komen. Die weg zal alleen zijn voor mensen die leven zoals God het wil. Zelfs de dwazen zullen er niet op ronddwalen. Er zullen geen leeuwen en andere gevaarlijke dieren op die weg komen. Die kom je daar niet tegen. Maar op die weg lopen de mensen die door de Heer zijn gered. Het zijn de mensen die door de Heer zijn vrijgekocht. Zij zullen over die weg naar huis komen en juichend naar Jeruzalem gaan. Ze zullen voor eeuwig stralen van blijdschap. Alle verdriet zal zijn verdwenen.
Tweede lezing
Johannes de Doper, die in de gevangenis zat, hoorde wat Christus allemaal deed. Hij vroeg aan twee van zijn eigen leerlingen om naar Jezus te gaan. Ze moesten Hem vragen: “Bent U het die zou komen, of wachten we op iemand anders?” Jezus antwoordde hun: ‘Ga terug en vertel Johannes wat jullie horen en zien. Blinde mensen gaan zien, verlamde mensen gaan lopen, zieke mensen worden gezond, dove mensen gaan horen, doden worden levend en arme mensen horen het goede nieuws. Als mensen Mij geloven, zal dat heerlijk voor hen zijn!’
Johannes’ leerlingen vertrokken weer. Toen begon Jezus tegen de groep mensen om Hem heen over Johannes te spreken. Hij zei: ‘Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar iemand die zo onbelangrijk is als een rietstengel die heen en weer wuift in de wind? Nee. Maar waar zijn jullie dan naar gaan kijken? Naar een rijk man in dure kleren? Nee, want de mensen met dure kleren wonen in de paleizen. Maar waarom zijn jullie dan gaan kijken? Om een profeet te zien? Ja! Ik zeg jullie dat hij zelfs nog veel belangrijker is dan een profeet. Hij is de man over wie in de Boeken staat: “Ik stuur mijn boodschapper voor U uit. Hij zal de weg voor U vrijmaken.’ Luister goed! Ik zeg jullie dat van de mensen die uit vrouwen geboren zijn, niemand belangrijker is dan Johannes de Doper. Maar de minst belangrijke mens in het Koninkrijk van God zal belangrijker zijn dan hij.”‘
Onbegonnen begin. Ik vond én vind ’t zo’n prachtig motto. Onbegonnen begin. Sta je dan ergens bij een startpunt, en verzamel je moed om het begin te maken? Of is er nog ruimte om te oefenen, te experimenteren, vóórdat het echte begin daar is? Of is er geen beginnen aan, en begin je daarom maar niet? Wat zijn jouw associaties bij onbegonnen begin?
‘Wat een prachtige taal!’, dacht ik bij het lezen van de Bijbelteksten van deze zondag. Dor land dat blij is, steppes die bloeien, slappe handen die sterk worden en knikkende knieën die zich strekken. Tegengestelde woorden die tegelijkertijd de indruk wekken dat het wáár is. Dat het waar kan worden. Ik dacht ook meteen aan een gesprek met een collega. Ze vertelde dat ze zich had verdiept in paradoxaal denken.
Paradoxaal denken
Paradoxaal denken is het omarmen van schijnbare tegenstellingen om complexe vragen op te lossen. De kern van paradoxaal denken is dat je spanning tussen twee tegengestelde krachten, tussen twee uitersten, benut om een beweging in gang te zetten. Vertragen om te versnellen, is zo’n paradox. En de spanning tussen leven bij dynamiek én bij rust. De kernprincipes van paradoxaal denken zijn: en-en-denken, dynamische balans en omdenken. En-en-denken betekent dat beide kanten van het vraagstuk waar kunnen zijn, en nodig voor een goed antwoord of een goede beweging. De behoefte aan een leven met rust, vertraagd en verstild en
met ruimte om te overdenken is even realistisch als de behoefte om gevoed te worden anderen, áángezet te worden, en de wereld te ontdekken. Een mens kan beiden nodig hebben, en daar is niets mis mee.
Een dynamische balans vinden betekent dat het niet nodig is om te kiezen voor het of het andere, maar dat we soepel heen en weer bewegen tussen het ene en het andere uiterste. Het ene moment is dit passend(er) en andere moment dat. In het vertrouwen dat het beide góed is. En omdenken betekent zoveel als bedenken hoe het wél kan. In de dynamiek van het dagelijks bestaan dan niet de ruimte hebben om een dag per week te ontsnappen aan de drukte, maar wél kunnen kiezen voor dagelijks moment van mediteren, reflecteren, bidden of wat ook helpt om rust te vinden.
Weg tussen uitersten
Paradoxaal denken als een manier om een weg te zoeken tussen uitersten. Ik moest en moet denken aan een goede vriendin. Een paar weken geleden kreeg ze de diagnose galwegkanker. Op een zeker moment vertelde ze dat ze zo báng was. Heen en weer geslingerd tussen enerzijds het rationele en ook gevoelde vertrouwen dat het goed kwam: fysiek sterk, goede conditie, mentaal sterk en een cordon van betrokken mensen om zich heen, man en zoon voorop. En tegelijkertijd was ze ook zó bang om teleurgesteld te worden in dat vertrouwen. ‘Ik druk ‘t weg’, zei ze. ‘En ik wil erheen’.
En we gingen. Tranen. En wat later was er ook ruimte, zei ze. ‘Ik voel me lichter. De angst is niet weg, maar ik heb ervaren dat ik erheen kan én weer terug kan komen. Dat de angst me niet overmeestert, maar dat ik ermee om kan gaan’. De weg zoeken tussen twee uitersten. Ze deed het keer op keer. De weg zoeken tussen twee uitersten. En een vriendin vragen om een Sintpakketje af te geven aan man en zoon – de dag na de operatie – onder het motto: Het leven moet
gevierd! En ook een afscheidsbrief schrijven, óók al was er geen enkele reden om te denken dat de operatie haar dood kon betekenen. De weg zoeken tussen twee uitersten.
Wat heb ik haar bewonderd. Haar moed. Het vertrouwen om te varen op haar innerlijke kompas. Dat ze deed wat goed was – voor zichzelf en voor haar man en zoon. En tegelijkertijd: ze kón niet anders. Dat handelen tussen twee uitersten was ook een vorm van overlevingskracht. Alleen maar vertrouwen dat het goed komt, deed geen recht aan wat er óók was, de angst teleurgesteld te worden dat vertrouwen. En ze kent zichzelf goed genoeg om te weten dat de angst een neerwaartse spiraal naar doemdenken is, en dat dát niet helpt. Er móest dus een dynamische balans gevonden worden tussen wat beide waar was: vertrouwen en angst om teleurgesteld te worden in dat vertrouwen.
Oog voor donker en licht
Terug naar de Bijbelteksten van deze zondag. Dor land dat blij is, steppes die bloeien, slappe handen die sterk worden en knikkende knieën die zich strekken. Tegengestelde woorden die tegelijkertijd de indruk wekken dat het wáár is. Dat het waar kan worden.
We hebben de erkenning nodig dat beide uitersten kunnen bestaan. Ja, de handen zijn slap. En ja, de handen kúnnen sterk zijn. Alleen zijn ze dat nog niet. Sterk. Dat inzicht – wat het is en wat het ook kan zijn – dát is het begin van een beweging. Van een zoeken naar balans tussen wat is en wat het ook kan zijn. En daarmee zijn we ook terug naar de dag van vandaag: de derde zondag van de adventtijd. Advent. Het woord is afgeleid van het Latijnse woord ‘adventus’ dat ‘komst’ betekent. We komen vanuit donkere dagen, met de belofte van het Licht dat wordt geboren. Licht dat we alleen, of beter: licht dat we wérkelijk kunnen vieren, als we ook donkerte kennen, donkerte érkennen.
In deze uitersten bewegen we ons deze weken. Er zijn momenten dat we de donkerte meer ervaren. Letterlijk. En ook figuurlijk. En soms ontwaren we het Licht. In mensen om ons heen. In een teken. In woorden. In een gebaar van een ander. Dat er hoop is op dat Licht van de Ene, dat wordt op deze derde zondag van
de adventtijd zichtbaar in de kleur roze. Het sobere paars van inkeer en bezinning wordt vermengd met het licht van Kerstmis.
Dat we paradoxaal kunnen denken en handelen, niet alleen in deze vier weken tussen donkerte en licht, maar zo lang we mens zijn. Dat we elkaar behoeden én doen leven, dát zou een zegen zijn.
Amen.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!