Het begin. Kerstnacht 2025
Overweging op woensdag 25 december 2025 door René Munnik
Bij: Jesaja 9, 1-6 en Lucas 2, 1-20
In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië.
Met die welbekende woorden begint sinds jaar en dag de evangelielezing uit Lucas van de Kerstnacht… déze nacht. Het waren destijds duistere tijden voor Israël, toen Quirinius bewindvoerder/regent/landvoogd over Syrië was. Maar ja… dat was lang geleden en ver weg. Laten we dus wat gaan spelen met dat verhaal om het wat dichter bij onszelf te brengen. Dan klinkt het bijvoorbeeld zó: ‘In onze dagen waarin Donald Trump en Vladimir Poetin zichzelf landvoogden over Oekraïne wanen, en Benjamin Netanyahu over Gaza, laat de Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid aan alle inwoners van het land een schrijven rondsturen… weliswaar geen decreet, maar wel een dringende waarschuwing: bereid je voor op een noodsituatie, denk vooruit, stel een noodpakket samen, maak een noodplan… koop een fluitje.’
Dat alles om de eerste 72 uur van een ramp te kunnen overleven. Er waart een spook door onze wereld… een spook van angsten en zorgen over wat de toekomst brengen kan. Er zijn vermoedens, nachtmerries, gissingen, complottheorieën en reële mogelijkheden te over: een oorlog, een cyberaanval, een natuurramp, een stroomstoring, een mega-coronaepidemie… Niemand weet precies wat, wanneer of waar… Alléén, dat een verstandig mens voorbereid moet zijn op die onbekende ramp… die onbestemde donkere wolk die we op ons af zien komen.
Kortom… we bevinden ons in de juiste omstandigheid om Kerstmis te vieren. Niet om te midden van de onheilstijdingen je kop in het zand te steken in een cocon van stallen, ballen, stollen en kaarslicht. Maar om te beseffen dat te midden van de duisternis waarin we leven, een klein lichtspoor onze redding kan zijn…het begin van iets nieuws.
Eerste lezing: Jesaja 9, 1-6
Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf U het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de staf van de drijver, U hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel die doordrenkt is van bloed, ze worden verbrand, ze vallen ten prooi aan het vuur. Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Sterke God, Eeuwige vader, Vredevorst. Groot is de heerschappij en zonder einde de vrede voor de troon van David en voor zijn koninkrijk; ze zijn gegrondvest op recht en gerechtigheid en staan vast voor altijd en eeuwig.
Tweede lezing: Lucas 2, 1-20
In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. Ook Jozef ging op weg om zich te laten inschrijven. Samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was, reisde hij van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde. Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde Hem in doeken en legde Hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het gastenverblijf. Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door de stralende luister van de Heer, zodat ze hevig schrokken. De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen dat grote vreugde betekent voor heel het volk: vandaag is in de stad van David jullie redder geboren. Hij is de Messias, de Heer. Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in doeken gewikkeld in een voederbak ligt.’ En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor de mensen die Hij liefheeft’. Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. Toen ze het zagen, vertelden ze wat hun over het kind was gezegd. Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd.
Eén enkele vonk
Anderhalve week geleden had Natascha Leeuwenkuil het hier over Hila Noorzai. Ik wil nog een keer in herinnering roepen wat ze toen zei. Hila Noorzai is een Nederlandse presentatrice en columniste. Ze werd geboren in Kabul, Afghanistan, maar kwam, een half jaar oud, al naar Nederland toen haar ouders voor (toen nog) de burgeroorlog tussen verschillende Moedjahedin-facties moesten vluchten. Ze maakte onlangs een driedelige documentaire ‘Hila voorbij de Taliban’ (tussen haakjes: haar voornaam ‘Hila’ betekent ‘hoop’). Aan het einde van het eerste deel van die documentaire citeert ze een gedicht van haar vader die als vluchteling in Nederland verteerd werd door heimwee naar zijn moederland. De laatste zinnen luiden: ‘Zelfs als de wereld zegt dat het over is, kan één enkele vonk in het diepe duister het vuur zijn dat een nieuw begin ontsteekt’.
God als pasgeborene onder de mensen
Die zinnen vormen een goed motto voor Kerstmis, want wij vieren vanavond dat ooit in het diepe duister een vonk een vuur ontstak waardoor een nieuw begin gemaakt werd. Wij vieren vanavond dat God verscheen als licht voor de mensen… een licht dat scheen in de duisternis. En we vieren dat de duisternis dat licht niet heeft overmeesterd. In de kerstnacht liet God zichzelf van zijn meest kwetsbare kant zien, door als een pasgeborene, een beginneling, onder mensen te komen. We vieren dat God ‘vanuit den hoge’ is ingedaald om voor ons een ruimte te ontsluiten waarin wij zelf geboren kunnen worden. God werd kind… en het cynisme, de wanhoop, de angst, de woede, de agressie, de desillusie, de bitterheid om ons heen èn in onszelf… hebben dat kind niet overmeesterd.
God is vanuit den hoge ingedaald om voor ons een ruimte te ontsluiten waarin wij zelf geboren kunnen worden.
Kerstmis is een feest dat wordt gevierd wanneer de duisternis ons omringt. Voor de meesten van ons is dat de knusse duisternis die de gezelligheid, het samenzijn, de sfeer, de warmte, de lichtjes enkel accentueert. Ach… dat mag allemaal best. Voor even dan. Want we mogen nooit vergeten dat die knusse duisternis enkel een getemde en opgeleukte reprise is van de grauwe donkerte waarover het Bijbelse Kerstverhaal spreekt: waarin mensen van staatswege geteld en gecontroleerd werden en waarin er geen plaats was voor vreemdelingen in de herberg… Waarin mensen niet meer thuis zijn omdat er geen thuis meer is… Waar mensen zelfs niet meer thuis zijn bij zichzelf… Kortom, waarin thuisloosheid en ontheemding de menselijke conditie is. Dát is de context van Kerstmis. Met Kerstmis vieren we dat er te midden van die troosteloze grauwe bende een onbeduidend vonkje oplichtte, dat een vuur ontstak dat licht en warmte bracht… en een nieuw begin maakte. Om dat hele kleine nieuwe begin, dat vonkje… dáár gaat het om. En daar is eigenlijk alles mee gezegd.
‘Alle begin is moeilijk’, zeggen we. Dat zal wel. Maar vooral: ‘alle begin is kwetsbaar’. Want als er écht iets nieuws begint – ik bedoel, als er werkelijk iets nieuws voor het al-ler-eerst verschijnt- dan heeft dat nieuwe nog geen verleden achter zich waarop het zich kan beroepen of waarmee het zich zou kunnen rechtvaardigen. Een pasgeboren kind rechtvaardigt zichzelf niet, het kan geen garantiebewijs overleggen en je hebt geen idee wat het worden zal. Want het is nu eenmaal nieuw: een vleesgeworden sprong in een ongewisse toekomst. Je kunt het alleen maar behoeden, koesteren, met zorg omringen… en hopen… hopen… hopen.
een vleesgeworden sprong in een ongewisse toekomst
Met Kerstmis werd God – de eeuwige – een beginneling, een boreling: volkomen nieuw dus. Geen gerestaureerde oude god, geen refurbish of innovatie van de oude goddelijkheid met zijn machten en de krachten, die met donderend geraas en wapengekletter zijn overwinning opeist. Geen oude wijn in nieuwe zakken. Maar volkomen nieuw, pas geboren, met de ontwapenende onbevangenheid van een pasgeboren mens. Wat heet: een pasgeboren God die bij wijze van spreken zelf nog niet eens weet wat hij met zijn goddelijkheid aan moet. Zo’n god is niet de ‘Grote Broer’ die wij te hulp roepen bij onze angsten of tegen de bedreigingen van ons bestaan.
Laat schaamteloos je zachtheid wekken
Met Kerstmis vieren we de kwetsbaarheid van God als boreling. We vieren niet een of ander ‘tastend geloof’ in een of andere ‘zin van het bestaan’. Nee… we vieren de rotsvaste overtuiging dat het cynisme, de agressie, de wanhoop, de angst, de woede, de bitterheid… dat die hele rotzooi dat kind met zijn kwetsbaarheid niet zal overmeesteren. Desnoods vieren we het met knikkende knieën. Maar we vieren het: dat de nieuwe wijn de oude zakken zal doen barsten.
De duisternis zal het licht niet overmeesteren.
Dat vieren we dus. Maar als we met Kerstmis vieren dat God zich als een hulpeloos kind overleverde, dan vraagt dat natuurlijk ook iets van ons, namelijk: een niet aflatende oefening in zorgzaamheid, behoedzaamheid en hoop. Ga dus in gedachten bij die voederbak staan met dat kind erin. Beeld je in dat daar in die voederbak jouw enige hoop op een toekomst ligt… ook al heb je geen idee wat die toekomst in petto heeft en houd je je hart vast: je hebt niets anders. En besef dat een mens niet leeft bij de gratie van Trumpiaanse ‘vredesplannen’, drones en noodpakketten alleen. Maar laat schaamteloos je zachtheid wekken. En peper jezelf in dat hoop op een toekomst ligt besloten in de ogen van een kind: Immanuel.
Amen



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!