Op weg gezet
Overweging op zondag 11 januari 2026
door Miranda Vroon-van Vugt
Bij: Jesaja 42,1-7 en Matteüs 3,13-17
Het evangelie van vandaag voert ons naar de rivier de Jordaan. Al in het Oude Testament neemt de Jordaan een bijzondere plaats in. De Jordaan vormt daar de grensrivier tussen het land van de ‘heidenen’ en het land dat door de Eeuwige is beloofd aan wie zijn geboden onderhouden. Het Joodse volk is ooit samen met de Ark van het Verbond – teken van Gods aanwezigheid – droogvoets door de Jordaan heen getrokken. Ze daalden in de rivier af en stegen daaruit weer op, zo vertelt het bijbelboek Jozua. Toen ze uit de rivierbedding weer omhoog geklauterd waren, kwamen ze eindelijk, na een tocht van veertig jaar, aan in het Beloofde Land. Het verhaal in het boek Jozua over de doortocht door de Jordaan vertoont veel overeenkomsten met het verhaal uit het boek Exodus over de eerdere doortocht van het Joodse volk door de Rode Zee. De Jordaan markeert in de verbeelding van het Oude Testament net als de Rode Zee de grens tussen dood en leven. Het is op deze plek dat Jezus door Johannes wordt gedoopt en aan ons verschijnt als geliefde Zoon in wie God vreugde vindt. Op de grens van dood en leven dus.
Door de dood heen
De weg die het Joodse volk volgens het Oude Testament is gegaan ging door de dood heen naar het leven. Kón Jezus een andere weg gaan dan zijn volk? Wílde hij een andere weg gaan? Johannes de Doper worstelt kennelijk met deze vragen. Hij stribbelt immers tegen; hij wil Jezus aanvankelijk niet dopen, vindt dat het eerder zo moet zijn dat Jezus hem doopt. Maar Jezus antwoordt: “Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.” Jezus wilde geen andere weg gaan dan zijn volk. Het ging hem immers niet om zijn eigen hachje of zielenheil, maar om een nieuwe wereld voor allen.
Jezus’ daalde af in onze wereld. Dat vierden we met Kerstmis. God, ‘van alzo hoge, van alzo veer’, daalt neer en neemt de gestalte aan van een mens. Jezus’ doop is een teken van zijn solidariteit met ons die leven en sterven in deze wereld. Jezus laat zich dopen omdat hij volkomen solidair wil zijn met ons mensen. Wij mensen zijn niet in staat om helemaal solidair te zijn met anderen. Ons eigenbelang of onze eigendunk staat dat in de weg. Zo niet bij Jezus! Zijn doop in de Jordaan is daarvan een teken.
Jezus’ stijgt uiteindelijk op uit onze wereld. Pasen klinkt vandaag al door. God zelf heeft in de doop van Jezus zijn Zoon bevestigd. Jezus gaat kopje onder in het water van de Jordaan: beeld van de doortocht van het Joodse volk en van zijn eigen dood. Jezus komt weer uit het water omhoog en op het droge: beeld van de intocht van het volk en van zijn opstanding, van zijn verrijzenis. Jezus komt omhoog uit het water van de doop. Dan opent zich de hemel en daalt de Geest op hem neer. “De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water”, zo begint het scheppingsverhaal in het boek Genesis. Vandaag zweeft de Geest opnieuw over het water. Waarmee gezegd wordt: vandaag begint een nieuwe schepping. Jezus komt uit het water omhoog en de Geest van God daalt als een duif op hem neer. En dan klinkt die stem ‘van alzo hoge, van alzo veer’, die zegt: “Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.” Bevestiging van boven van de weg die Jezus zal gaan.
Dienaar van de Heer
Hoe die weg eruit ziet? Niet een van hoog van de toren blazen en als een koning het land veroveren. Niet een van hoog verheven boven alle mensen. Jesaja vertelt hoe de dienaar van de Heer zijn weg zal gaan. Het beeld van de profeet Jesaja is wat past bij Jezus. Vrijheid van meningsuiting is voor menigeen een vrijbrief geworden om van alles en nog wat te roepen. Maar voor de dienaar van de Heer geldt: laat je eigen gelijk los. Schreeuw dus niet, zegt Jesaja, hef geen spreekkoren tegen anderen aan en verhef je stem niet alsof jij de enige bent die over waarheid zou beschikken. Mensen van wie het leven toch al aan duigen ligt, mensen die het in de samenleving toch al niet getroffen hebben, krijgen vaak nog een trap na. Maar, zegt Jesaja, zo zou het bij ons niet moeten zijn: je moet alles doen om het riet dat geknakt is, weer rechtop te helpen. En ook: doof de kwijnende vlam nooit, want je zou je naaste nooit mogen beroven van zijn laatste restje hoop en menselijke waardigheid. Noem hem dus ook niet illegaal, zeg niet dat zij niet mee mag doen. Zie hem of haar daarentegen als een uniek medemens – beeld van God zoals jijzelf.
Help het riet dat is geknakt weer rechtop.
Doof nooit de kwijnende vlam.
En wij, als dienaren van de Heer, zouden onze ogen moeten openen waar we blind waren, onszelf bevrijden waar we gevangen waren door vooroordelen. Dan ontsteken wij een licht in de duisternis, de duisternis van onszelf en anderen. Zoals Jezus ons heeft voorgedaan. Zijn weg volgen wij.
Op weg voor gerechtigheid
Theoloog Kees Pannekoek zegt het zo: hij is er opeens, aan de oever van de Jordaan, tussen mensen, als een van hen. Hij wil zich niet van hen onderscheiden door heilige gewaden, hij eist geen ereplaats en maakt geen aanspraak op een bijzonder ceremonieel. Hij ontdoet zich van zijn kleed en daalt af in het water. Hij wil in het leven staan zoals de anderen.
Hij wil ‘dienaar van de Heer’ zijn, zoals Jesaja schreef: niet roepen, niet schreeuwen, niet hoog van de toren, niet met alle geweld, maar nederig en zacht, met veel geduld, niet overhaast en nooit de mensen dwingend tot het onmogelijke.
Hij wil niet degene zijn, die ziet in plaats van anderen, neen, hij zal hen leren zélf te zien. Hij laat niet, op zijn commando, de mensen in rijen van vier afmarcheren naar de vrijheid, neen, hij zal hen leren zelf de weg naar de vrijheid te gaan.
Zijn taal ligt niet buiten het leven, maar in het leven. Daarom wil hij alles volbrengen wat bij het leven hoort.
Staande aan de oever van de Jordaan, verloren in de menigte, gedoopt in het leven, ziet hij de Geest over zich komen. En van Godswege ontvangt hij de naam ‘Mijn Zoon, mijn veelgeliefde’.
Een Zoon, een ‘dienaar’ zoals Jesaja zegt. Een man die op weg gaat om gerechtigheid te doen. Met de start van zijn openbare leven wordt zijn identiteit geopenbaard. In een handeling van onderdanigheid: de Messias gedoopt door de Doper, laat Jezus zien wie hij wil zijn. In al zijn grootsheid en kleinheid. Gewoon op weg gezet.
Amen.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!