Geluk gewenst!

Overweging 1 februari 2026
door René Munnik

Bij Sefanja 2,3; 3,9-13 en Mattëus 5, 1-12

Dingen zijn niet altijd wat ze lijken te zijn: wie zich als vredestichter voordoet, blijkt vaak een wolf in schaapskleren, zachte heelmeesters maken vaak stinkende wonden, heilsleren blijken vaak boerenbedrog, en de verwerkelijking van een prachtig ideaal kan uitmonden in een regelrechte nachtmerrie. Het leven heeft een merkwaardig talent om onze wensdromen en illusies ruw te verstoren. Dat zal wel de reden zijn waarom de mensen aan wie we veel levenservaring toeschrijven, vaak ook degenen zijn die littekens hebben opgelopen en door veel desillusies wijzer werden.
Dat is allemaal niet leuk. Maar het is niet anders.

Alhoewel… Sóms kan het ook andersom. Soms blijkt een lomperik een ruwe bolster met een blanke pit; soms blijkt een hopeloze en heilloze situatie de aanzet tot een nieuwe dageraad … wat een ramp leek toen je het onderging, bleek achteraf een geboortewee… ook dat kan.

Kortom: het kan allemaal verkeren (Bredero) en het leven biedt weinig garanties voor de toekomst.

Omkeringen

Het christendom heeft veel aandacht voor dergelijke omkeringen: dat dus de dingen in hun tegendeel omslaan of dat ze anders zijn dan ze lijken… dat bijvoorbeeld de eersten de laatsten zullen zijn en de laatsten eersten (Mt. 19, 30). Wat betreft de lezingen van vandaag, begint dat al bij de profeet Sefanja. Want wat hij zegt komt op het volgende neer: alle ellende en lijden die Israël te verduren heeft als gevolg van haar ontrouw… dat zal allemaal omkeren! En ooit zal uit haar mond geen bedrieglijke taal meer klinken. Israël zal dan weiden en rustig liggen, door niemand opgeschrikt.

In het Nieuwe Testament wemelt het dan ook van zaken die zullen ‘verkeren’. Denk maar aan de lofzang van Maria, wanneer ze zingt: ‘Hij drijft uiteen wie zich verheven wanen, heersers stoot Hij van hun troon en wie gering is geeft Hij aanzien. Wie honger heeft overlaadt Hij met gaven, maar rijken stuurt Hij weg met lege handen. (Lc 1, 51-53).

Paulus (die belangrijkste getuige van de allereerste christenen, die wij in Ekklesia Tilburg bijna systematisch niet aan het woord laten komen) spreekt vanwege die omkeringen over de ‘dwaasheid van het kruis’ (1 Kor. 1, 18vv):
(…) wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de 3 sterken te beschamen; wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen.

Tot negen keer een zegen

Als ik het goed begrijp, dan behoort ook de tekst uit het Evangelie van Matteus van vandaag tot dat zelfde genre: dat zijn de zaligsprekingen uit de Bergrede… een welbekende tekst, waarin Jezus tot negen keer toe een zegen uitspreekt over zijn volgelingen en waarin je ook van die omkeringen vindt:

Zalig de armen van geest, want voor hen is het koninkrijk van de hemel; zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Overigens is Lucas, bij wie je een zeer verwante tekst vindt (de ‘Veldrede’), nog duidelijker over die omkering, omdat hij aan die zegeningen ook een aantal vervloekingen verbindt:

Maar wee jullie die rijk zijn, jullie hebben je deel al gehad. Wee jullie die nu verzadigd zijn, want je zult honger lijden. Wee jullie die nu lachen, want je zult treuren en huilen. Wee jullie wanneer alle mensen lovend over je spreken, want hun voorouders hebben de valse profeten op dezelfde wijze behandeld. (Lc. 6, 24-26)

Belofte en aanmoediging

Maar wat zijn die zaligsprekingen nu eigenlijk? Matteüs noemt er negen, en daar zitten erbij die klinken als een belofte – zoals ‘Gelukkig de treurenden, want ze zullen getroost worden’ – maar de meeste klinken als een aansporing: ‘Gelukkig de vredestichters, want ze zullen kinderen van God genoemd worden’… dat is toch vooral een aanmoediging: ‘Zoek jij geluk? Wees dan een vredestichter, wees zachtmoedig, barmhartig, zuiver van hart!!! …’

Geluk gewenst!

Even iets over dat woord ‘gelukkig’ waarmee ieder van die negen spreuken begint. In oudere vertalingen gebruikte men de plechtstatige uitdrukking ‘zalig’ (vandaar ‘zaligsprekingen’), maar in de Nieuwe Bijbelvertaling die ik gebruikte gaat de voorkeur uit naar het minder formele ‘gelukkig’. En daar is wel wat voor te zeggen want het woord makarios uit de Griekse grondtekst betekent zoiets. Maar dan moet je wel goed in de gaten houden wat dat ‘geluk’ hier inhoudt. Dat is niet de mazzel, de fortuinlijkheid of het blije welbevinden van een zondagskind dat zorgeloos en onbekommerd geniet van zijn comfortabele bestaan… dus niet een ‘Zwitserlevengevoel’ … alsof de Ene als een Supersinterklaas de vredestichters, de zachtmoedigen, de barmhartigen, de zuiveren van hart achteraf zou belonen met een weergaloos Luilekkerland… dus als een soort ultieme genoegdoening voor lamme goedzakken en pechvogels. Nee, dat is het allemaal niet. ‘Geluk’ in deze spreuken is simpelweg het zelfstandige naamwoord dat hoort bij het werkwoord ‘lukken’. Zoals ‘gepraat’ het bezig zijn met praten is, zo is ‘geluk’ het bezig zijn met lukken. En het tegendeel daarvan is niet ‘pech’ of tegenspoed, maar: ‘als mens mislukken’. En dat is toch wat anders.

De ‘zaligsprekingen’ zijn vooral aansporingen om je eigen bestaan te laten lukken. Ze zeggen: als jij wilt lukken, kies dan voor de weg van de vredestichters, de zachtmoedigen, de barmhartigen, de zuiveren van hart… dat is namelijk de manier om als persoon te lukken, ook al ziet het er van buiten vaak heel anders uit. Want in een wereld die beheerst wordt door leugens en het recht van de sterkste, zijn de dingen zijn nu eenmaal niet wat ze lijken te zijn. Maar besef dat je op die manier bezig bent om je bestaan te laten lukken. Dan heb je alle reden om te juichen en mag je zingen:

De wijze woorden en het groot vertoon,
de goede sier van goede werken,
de ijdelheden op hun pauwentroon,
de luchtkastelen van de sterken:
al wat hoog staat aangeschreven
zal Gods woord niet overleven;
Hij wiens kracht in onze zwakheid woont
beschaamt de ogen van de sterken.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *