Wek onze zachtheid weer

Overweging op zondag 15 maart
door Jeffrey Korthout

Bij: 1 Samuël 16, 1 – 13 en Johannes 9, 1 – 41

 

De lezingen van vandaag gaan allemaal over zien of niet zien. Ik wil daarom met jullie deze lezingen bespreken vanuit de vraag: wat zien de hoofdpersonen van deze verhalen? Of wat zien ze niet? Dus: wat ziet Samuël en wat ziet de blinde man uit de evangelielezing? Wat zagen de Farizeeën? En Jezus, wat ziet hij?

Wat ziet Samuël?

Samuël is in opdracht van de ENE op zoek naar een nieuwe koning voor het oude Israël. En eenmaal bij Isaï in Bethlehem aangekomen – want de ENE heeft gezegd dat een van zijn zonen door de ENE is gekozen als opvolger van koning Saul – kijkt Samuël zoals alle mensen kijken. Hij zoekt een koning. En een koning heeft archetypisch een machtige en rijzige gestalte. Dus als hij Eliab ziet – een jongen met een rijzige gestalte –  denkt hij: dat is de nieuwe koning. Maar dat is hij niet. En evenmin een van de andere ongetwijfeld indrukwekkende zes zonen. Pas als de achtste zoon – de jongste, die buiten de schapen en geiten aan het hoeden was terwijl de grote mensen aan het praten zijn – naar binnen wordt gehaald, blijkt dat Samuël de nieuwe koning gevonden heeft. De ENE kijkt namelijk in het hart, zo staat er, en niet zoals wij naar het uiterlijk. En die achtste zoon – de jongste en daarom waarschijnlijk ook de kleinste – blijkt door de ENE gekozen te zijn. Want de jonge David heeft een goed hart en de ENE ziet het licht in hem. En dat het een knappe jongen is met rossig haar en sprekende ogen is mooi meegenomen voor ons mensen, maar daar gaat het de ENE niet om.

Wat ziet Jezus als hij naar de blinde man kijkt?

Jezus kijkt denk ik naar de blinde zoals de ENE naar David kijkt. Hij ziet in de blinde man hetzelfde licht doorschemeren dat ook in Jezus is: het licht voor de wereld. Hij ziet daarom dat de blinde man, juist een ziende man is. Jezus ziet het heel anders dan de leerlingen van Jezus. Die zien blijkbaar alleen een blind en zondig mens. Dat blijkt ook uit hun vraag aan Jezus: ‘Hoe komt het dat hij blind was bij geboorte? Heeft hij zelf of zijn ouders gezondigd?’. Een heersende Farizese gedachte in die tijd was namelijk dat lichamelijke onvolkomenheden een teken van geestelijke onvolkomenheid is. Er moet dus wel iets mis zijn met deze man, waar zijn blindheid het gevolg van is. Maar Jezus ziet iets heel anders. Jezus ziet het licht doorschemeren in deze blinde man. En dan doet Jezus iets wonderlijks. Hij herschept deze mens, zoals de ENE zelf ooit de mens schiep uit de aarde. Hij neemt wat aarde vermengd met zijn speeksel, smeert dat op de ogen van de dan nog blind man en zegt de man zich te gaan wassen. Daarna kan de man weer zien. Steeds een beetje meer. En dat notabene op de dag van de sabbat..

Wat ziet de blinde man?

In de eerste instantie nog niet zoveel. Hij is dan nog min of meer blind. Maar hij lijkt wel van iets minder blind, naar volledig ziende te gaan in het verhaal. In de eerste instantie weet hij nog niet zo goed uit te leggen wat er is gebeurd als zijn buren en de Farizeeën hem vragen wie of wat Jezus is en wat hij heeft gedaan. Ja, dat hij Jezus heet, dat weet hij nog. Maar even later noemt de inmiddels wat meer ziende man hem al een profeet. Om nog even later het op te nemen voor Jezus tegen de maar doorzeurende Farizeeën. Daarna noemt hij Jezus een vroom iemand, iemand die van God komt. En uiteindelijk – als Jezus zich aan hem bekend maakt als de Mensenzoon – zegt de man: ‘Ik geloof, Heer’ en werpt hij zich voor Jezus neer. Op dat moment ziet hij volledig het licht dat Jezus in zich draagt. Het licht van Christus. Datzelfde licht dat Jezus ook in de blinde man heeft zien doorschemeren. De blinde man kan weer zien.

Wat zien de Farizeeën?

Zij zijn en blijven in het hele verhaal eigenlijk ziende blind. Ze kunnen namelijk maar niet begrijpen dat de blinde man ineens kan zien. Dat een zondaar in hun ogen, ineens weer heel kan zijn. Mislukt blijft mislukt en een zondaar blijft een zondaar, hoe ze ook kijken. Ze luisteren daarom totaal niet naar de man en blijven vragen op hem afvuren. Zelfs zijn ouders moeten eraan geloven. En hoewel de man ze steeds antwoord probeert te geven, raken ze niet overtuigd. Ze blijven in de inmiddels ziende man een blinde zondaar zien. Het laatste wat de Farizeeën tegen hem zeggen spreekt boekdelen: ‘Jij, sinds je geboorte een en al zonde, wil jij onze de les lezen?’. En ook in Jezus zien ze alleen maar zonde: ‘die man is een zondaar, dat weten we toch’.  En het feit dat Jezus de blinde man geneest op een sabbatsdag onderstreept dat in hun ogen nog eens.

En tot slot: wat zien wij?

Die vraag had je waarschijnlijk niet zien aankomen, aangezien wij zelf geen rol lijken te spelen in dit verhaal. Toch heeft dit verhaal ook iets te zeggen over ons, hier en nu. Want als wij langs een AZC lopen, zien wij dan asielzoekers? Of zien we de mensen zelf? Of als er een mens zonder thuis op straat staat. Zien we dan een lastige zwerver of een mens? Deze week stond er in de Volkskrant een artikel over de Pauluskerk in Rotterdam. Daar worden al lange tijd mensen zonder eigen thuis opgevangen. Ze kunnen er even zitten, even schuilen, wat te eten krijgen, wat te drinken. Maar de lijststrekker van Leefbaar Rotterdam, Dhr. Ronald Buijt, stoort zich daaraan. In diezelfde Volkskrant zegt hij daarover: ‘We hebben hier tegenwoordig een prachtig Centraal Station. Dat is het visitekaartje van de stad. Je loopt naar buiten, over het schitterende Kruisplein. En dan heb je na een paar honderd meter ineens deze kerk. Daar staan soms wel veertig, vijftig dakloze mensen op straat te hangen. Ik vind dat gewoon geen goede entree voor Rotterdam.’ Hij ziet blijkbaar allerlei schitterends, en ineens wordt al dat schitterends ontsierd door dakloze mensen die op straat hangen. Toen ik dat las dacht ik: die man kijkt zoals de Farizeeën kijken naar de blinde man. De Farizeeën zien alleen zonde en slechtheid, net zoals deze lijsttrekker geen mensen ziet die geen thuis hebben, maar iets dat het straatbeeld ontsiert en de entree van de stad verpest. En daarom nogmaals de vraag: wat zien wij als wij het station van Rotterdam uitlopen en langs deze kerk lopen? Zien wij dan wat Dhr. Buijt ziet? Of zien wij mensen die door een ongelukkig toeval op straat terecht zijn gekomen?

Daarom: laten wij zeker in deze Veertigdagentijd proberen te kijken met de ogen van de ENE, met de ogen van Christus. Om zo te het licht van Christus te zien dat doorschemert in ieder schepsel. Mens, dier, zondaar of heilige in onze ogen, dakloos mens en villabezitter, gelovige of ongelovige, zwart of wit, asielzoeker of personen zonder migratieachtergrond, christen, jood, moslim, hindoe of boeddhist. In wie ter wereld niet?

ENE, wij bidden je, wek onze zachtheid weer. Geef ons terug de ogen van een kind. Dat we zien wat is. Dat we ons toevertrouwen en het licht niet haten.

Dat het zo zal zijn.

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *