Vertrouwen op een stem
Overweging op zondag 26 april 2026 door Ineke Lamers
Bij: psalm 23 en Johannes 10, 1-10
Het is alweer de 4e zondag van Pasen. Pasen blijft te groots om in een keer te vatten, dus we hebben ook nog een 5e en 6e zondag van Pasen. Telkens komt er weer een ander aspect naar voren van wie Jezus was, wat hij volgens de Schrift betekent en hoe wij hier en nu betekenis geven aan die eeuwenoude geloofsteksten. En kijkend naar Jezus gaat het natuurlijk meteen ook over diegene die hij zijn Vader noemt, die wij uit het eerste testament kennen als de ENE die er is en zijn zal.
Vandaag staat vertrouwen op alleen maar een stem centraal maar ook: vrijheid en gerechtigheid. Met beelden van schapen en herders proberen de auteurs van psalm 23 en het Johannesevangelie iets te vatten van de relatie tussen de ENE en haar schepselen, tussen Jezus en zijn volgelingen. Maar in het Johannesevangelie gaat het ook over een intern-joodse discussie: hoe verhouden zich religieuze leiders en religieuze gemeenschappen tot elkaar?
Schapen die hun eigen weg zoeken
Schaap zijn… het lijkt niet echt van deze tijd, vooral omdat het vaak geassocieerd wordt met brave gehoorzaamheid, met onnozelheid. En laten we eerlijk zijn: dat is in veel christelijke gemeenschappen ook lang de bedoeling geweest en her en der nog. Zelf zoeken en nadenken wordt niet gevraagd, liever niet zelfs.
Wanneer we het beeld van herder en schapen toepassen op mensen, ben ik persoonlijk meer gecharmeerd van de herder die niet voorop gaat, maar de schapen hun eigen weg laat zoeken, met een herdershond die zo nodig behoedt voor levensgevaar. Wat mij betreft is dat een herder die vooral in de gaten houdt dat geen schaap verloren loopt, in de problemen komt omdat het tempo te hoog is of het pad te zwaar. Die voorop gaan komen er meestal wel, maar wat met de achterblijvers?
Psalm 23 zegt: ‘ik sta er nooit alleen voor want de ENE laat mij nooit los.’ En belangrijker misschien: de herder loopt niet een eigen pad, maar het pad dat goed is voor de schapen – genoeg vers gras en water voor allen, zonder uitzondering. En dat heeft een nog diepere laag: ‘Hij leidt mij in sporen van gerechtigheid omwille van zijn naam’, zo vertaalt de Naardense bijbel. En: ‘Mijn ziel keert door hem in mij terug’: ik word weer die ik bedoeld ben te zijn: beeld van God.
Op zoek naar meer vrijheid
Als we met deze vertaling in de oren kijken naar Johannes 10, 1-10, wat valt ons dan op?
De context van deze tien verzen is een theologische discussie met enkele Farizeeën: vrome Joden die de Tora uitleggen in relatie tot het dagelijks leven. Hier is dus sprake van een interne Joodse discussie: Jezus brengt iets nieuws te berde over het leven volgens de Tora. In het bijzonder gaat het hier over het houden van de Sabbat en de houding van religieuze leiders t.o.v. het volk.
Het lijkt erop dat Jezus op zoek is naar meer vrijheid, meer mildheid voor gewone gelovigen. Het zou kunnen dat Jezus de inzet van sommige Farizeeën te radicaal vindt: je mag mensen niet dwíngen tot het gaan van de juiste weg, je moet ze niet ophokken als bescherming. Het Griekse woord aulè (gebruikt voor de hof van de schapen) betekent ook voorhof of tempelhof, leerde ik. Het zou kunnen dat hier gezegd wordt dat je, ook wanneer je de Tora leidend wil laten zijn, mensen niet moet opsluiten in die Tora, in de tempel. Het gaat om het welzijn van allen. Daarom is Jezus als een deur: eerst zal hij je laten zien welke ruimte er voor je is, welke richting goed is voor allen. En daarna kan je vrijuit binnengaan en buitengaan. Dat is aan jou.
Een nieuw geluid
Zoals het in psalm 23 gaat over vertrouwen in de ENE, gaat het in Johannes ook over vertrouwen: de schapen luisteren naar degene die door de deur komt omdat die geen vreemde is. Jezus is immers geen vreemde, al is hij kritisch: hij komt uit dezelfde traditie als de Schriftgeleerden, de Farizeeën, de Sadduceeën, de Essenen en alle gewone mensen die al doende zoeken naar een begaanbare gelovige Joodse weg. Van binnenuit laat hij een ander geluid horen want hij staat volop ín die eeuwenoude geloofstraditie.
Hoe weten wij naar welke stem we het best kunnen luisteren, in wie stellen wij ons vertrouwen? Er zijn zoveel mensen in het klein, in het groot, die zeggen dat ze goed wijd land en wateren van rust kennen. ‘Volg mij maar, dan komt het goed.’ Maar als dat volgen betekent: ingeperkt worden in je vrijheid, onder druk gezet worden, verdeeldheid en haat zaaien tussen groepen, uitsluiten, eerste en tweederangs mensen creëren… Ben je dan nog op de goede weg?
Gerechtigheid als richtsnoer
In de Schriften is er een ijkpunt te vinden voor die vaak moeizame omgang met al die stemmen van buitenaf en van binnenuit. Dat richtsnoer is: gerechtigheid en vrede voor de hele schepping en met name voor wie en wat meer kwetsbaar is. Het is desondanks niet altijd eenduidig wat gerechtigheid precies is. Waar Jezus zijn interpretatie heeft, hebben ook tijdgenoten als Farizeeën, Sadduceeën dat.
We hebben immers allemaal de hele dag te maken met het omgaan met allerlei conflicten, tegenstrijdigheden, ongewenste gedachten en gevoelens en frustraties in onszelf, met idealen en harde realiteit en vooral: met andere mensen.
De geschiedenis van de volgelingen van Jezus is er een van telkens weer nieuwe kritische stemmen. Dat is soms lastig: denk aan de eindeloze versplintering in de christelijke traditie, die vaak meer gaat over gelijk willen hebben, over macht dan over wat goed is voor allen en alles.
Tegelijkertijd is het ook de vrijheid die ons als beeld van God gegeven is: je eigen weg gaan omwille van vrede en gerechtigheid en daarin je eigen keuzes mogen maken. En soms betekent dat: een nieuwe weg inslaan op hoop van zegen.
Amen.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!