Ik ben de weg

Overweging op 3 mei 2026 door René Munnik

Bij: Deuteronomium 6, 20-25 en Johannes 14, 1-14

 

Eerste Lezing: Deuteronomium 6, 20-25
Wanneer uw kinderen u later vragen: ‘Wat betekenen al die bepalingen en wetten en regels die de ENE, onze God, u heeft voorgehouden?’, geef dan dit antwoord: ‘Wij waren in Egypte slaven van de farao, maar met sterke hand heeft de ENE ons uit Egypte bevrijd. Wij zagen met eigen ogen hoe hij tekenen en indrukwekkende wonderen deed, die groot onheil brachten over de Egyptenaren, de farao en zijn hof. Maar ons leidde hij weg uit Egypte, om ons hierheen te brengen en ons het land te geven dat hij onze voorouders onder ede had beloofd. Daarom gebood de ENE, onze God, ons al deze wetten na te komen en ontzag voor hem te tonen. Dan zou het ons goed gaan en zou hij ons leven sparen, zoals hij tot nu toe heeft gedaan. Als wij voor het oog van de ENE, onze God, deze geboden altijd naleven, zoals hij ons heeft opgedragen, zal het ons ten goede worden aangerekend.’

Tweede Lezing: Johannes 14, 1-14
Jezus zei: ‘Wees niet ongerust, maar vertrouw op God en op mij. In het huis van mijn Vader zijn veel kamers; zou Ik anders gezegd hebben dat Ik een plaats voor jullie gereed zal maken? Wanneer Ik een plaats voor jullie gereedgemaakt heb, kom Ik terug. Dan zal Ik jullie met me meenemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben. Jullie kennen de weg naar waar Ik heen ga.’
Toen zei Tomas: ‘Wij weten niet eens waar U naartoe gaat, Heer, hoe zouden we dan de weg daarheen kunnen weten?’ Jezus zei: ‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven. Niemand kan bij de Vader komen dan door Mij. Als jullie mij kennen zullen jullie ook mijn Vader kennen, en vanaf nu kennen jullie Hem, want jullie hebben Hem zelf gezien.’ Daarop zei Filippus: ‘Laat ons de Vader zien, Heer, meer verlangen we niet.’
Jezus zei: ‘Ik ben nu al zo lang bij jullie, en nog ken je Me niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien. Waarom vraag je dan om de Vader te mogen zien? Geloof je niet dat Ik in de Vader ben en dat de Vader in Mij is? Ik spreek niet namens mezelf als Ik tegen jullie spreek, maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werk door Mij. Geloof Me: Ik ben in de Vader en de Vader is in Mij. Als je Mij niet gelooft, geloof het dan om wat Hij doet. Werkelijk, Ik verzeker jullie, wie op Mij vertrouwt zal hetzelfde doen als Ik, en zelfs meer dan dat, Ik ga immers naar de Vader. En wat jullie dan in mijn naam vragen, dat zal Ik doen, zodat door de Zoon de grootheid van de Vader zichtbaar wordt. Wanneer je iets in mijn naam vraagt, zal Ik het doen.’

God is ons nabij

Een jaar of wat geleden was ik met een stel collega’s in Antwerpen voor overleg. We lunchten in een orthodox eethuisje in de joodse buurt vlakbij het station. Daar raakten we aan de praat met de uitbater van dat restaurant, met name over de vele spijswetten die in dat koshere tentje werden onderhouden. Dat bracht hem tot de verzuchting: ‘ach jullie, goijim… jullie hebben toch maar mazzel: jullie mogen ongeveer alles eten wat jullie maar willen, maar wij, uitverkorenen, hebben de pech dat we ons aan al die wetten moeten houden. Hij keek er sip bij en volgens mij meende hij het nog ook. Het klonk als een wrang voorrecht.
Ik kon hem geen ongelijk geven, alhoewel we daar toch heel lekker hadden gegeten. Wij hoeven ons niet aan een wet te houden. We hebben enkel nood aan Gods nabijheid. En die is er al. Daarover gaat het vandaag.

Waarom al die wetten?

De twee lezingen gaan beide over bevrijding en verlossing. Maar… de toon waarop ze dat doen is heel verschillend. De eerste, uit het boek Deuteronomium, begint met een vraag: Wat betekenen toch al die wetten en regels waaraan wij moeten voldoen? Tja… want de joodse wet kent nogal wat regels en geboden en verboden. Een orthodoxe jood onderhoudt er tegenwoordig 613, en dat waren er ten tijde van Deuteronomium vermoedelijk niet veel minder. Het is dan ook geen gekke vraag… waar in vredesnaam komen al die regels vandaan? En waar dienen ze voor? En dan het antwoord: de ENE bevrijdde ons uit Egypte, en daarom gebood de ENE ons al deze wetten na te komen, want dan zou het ons goed gaan. Als wij al deze geboden altijd naleven, dan zal het ons ten goede worden aangerekend.

Je kunt dat antwoord minstens op twee verschillende manieren interpreteren: een harde autocratische en een zachte democratische. De harde autocratische zegt: ooit heeft de ENE ons bevrijd vanonder het juk van Egypte dat ons onderdrukte, en daardoor zijn wij nu niet meer onderhorig aan de Farao van Egypte maar aan de ENE onze nieuwe heerser, en daarom zijn wij nu onderworpen aan de wetten en bepalingen van deze nieuwe heerser. Kortom: God is de baas en Gods wil is wet. En daar hebben we ons maar aan te houden. Punt.

De zachte democratische zegt iets anders, namelijk: de ENE is onze bevrijder, zoals hij ons ooit bevrijdde vanonder het juk van Egypte dat ons onderdrukte, en de wetten en bepalingen zijn ons ter bevrijding gegeven: er zijn nu eenmaal wetten nodig om bevrijding te bewerkstelligen of om de vrijheid veilig te stellen. De mens is er niet voor de wet, maar de wet is er voor de mensen.

Kortom, de eerste interpretatie lijkt op de taal van de autocraat en de tweede klinkt meer als die van de democratische rechtsstaat. Ik ga er blindelings van uit dat jullie je, net als ik, spontaan scharen achter die tweede. Het is ook wat we hier regelmatig zeggen en zingen: ‘Scheur de wolken kom bevrijden […] dat wij nieuwe wetten maken om de honger uit te bannen’ (In de hemel onze vader, III,16). Maar hoe je het ook bekijkt: in de lezing uit Deuteronomium gaat het over bevrijding maar dan wèl in onze verhouding tot de Wet en de wetten.

God als gastheer

De tweede lezing uit het evangelie van Johannes, gaat net als de eerste lezing, over bevrijding. Maar de toon is heel anders… en véél radicaler nog dan de ‘democratische’ boodschap uit Deuteronomium. In die lezing wordt het woord ‘wet’ niet eens genoemd… God treedt er dan ook niet op als een wetgever, maar veeleer als een gastheer. Dat klinkt door wanneer Jezus zegt: ‘in het huis van mijn Vader zijn veel kamers en ik zal daar een plaats voor jullie gereed maken. En dan kom Ik terug om jullie met me mee te nemen, en dan zullen jullie zijn waar Ik ben’.

Dat klinkt heel anders en, wat mij betreft een stuk sympathieker. Bevrijding ligt nu niet in het naleven van wetten, regels en geboden, maar in het antwoord van de leerlingen, van ons dus, op Gods uitnodiging en gastvrijheid… in het vinden van de weg naar de vrije ruimte – of liever: naar de open ruimte van de bevrijding – die de ENE, onze god, zelf is. Dus in het lef om zelf gast van God te zijn.

Maar dat leidt nu ook weer tot een vraag… de vraag die Tomas in de mond wordt gelegd: hoe kunnen wij de weg naar die plek van Gods gastvrijheid vinden? Wij weten niet eens waar jij, Jezus, naartoe gaat! Hoe kunnen we dan weten waar wij naartoe moeten? Wij weten niet hoe we moeten leven, opdat we als bevrijde, verloste mensen in Gods huis kunnen binnentreden (is dat trouwens niet tóch weer een vraag naar een stelregel of wet?). Maar… dat is een fout gestelde vraag, zo blijkt uit het antwoord van Jezus wanneer hij zegt: Ik… ikzelf ben de weg (de waarheid en het leven). Kortom: Tomas en de leerlingen (en wij) hoeven die weg naar Gods bevrijding niet te zoeken of te vinden, want die ligt open en bloot, recht voor hun ogen. Jezus is die weg; hij is niet de wegwijzer, maar de weg. Maar blijkbaar ziet Tomas dat niet…

We zijn al te gast in Gods huis

En dat geldt ook voor de vraag van de tweede leerling, Filippus: ‘Laat ons de Vader zien’. Ook dat is een fout gestelde vraag. Want Jezus’ antwoord luidt: ‘Wie mij heeft gezien, hééft de Vader al gezien.’ Tomas en Filippus zoeken naar verlossing en bevrijding en daarvoor turen ze voorbij de horizon en reiken ze naar de sterren – ‘waar, oh waar zou dat toch zijn’ – maar ze vergeten – of zien over het hoofd – dat die bevrijding open en bloot allang recht voor hun neus staat. Daarmee lijken ze erg op de Emmausgangers uit het evangelie van Lucas, die samen optrekken met de opgestane Heer – die is de hele tijd bij hen – maar blijven treuren om zijn dood: zijn ‘afwezigheid’. Niet omdat hij er niet is, maar omdat ze hem niet herkennen in hun eigen reisgenoot. Zo zijn Tomas en Filippus ook: ze vragen naar de weg naar het huis van de Vader, en ze vragen om de Vader te zien, terwijl hij recht voor hun neus staat: Jezus de minste der mensen.

Maar wat zegt dat voor ons? Iedereen zoekt naar bevrijding en verlossing. Maar wanneer we zoeken naar bevrijding en verlossing, dan is dat niet het begin van een eindeloze en uitzichtloze tocht naar een vrede die er niet is, naar geluk dat het af laat weten en verlossing ergens in een verre plek achter de horizon, zonder dat we weten hoe je daar in vredesnaam moet komen. Neen… als er al zoiets als verlossing bestaat, dan ligt die niet ver weg voorbij de horizon of aan de andere kant van de heuvel. Maar dan ligt die verlossing vlak voor onze neus, nabij. Maar als we enkel in de verte blijven turen, dan zien we die, net als Tomas en Filippus, over het hoofd. We stellen de verkeerde vraag. Om de weg naar verlossing en bevrijding te vinden moet je beseffen dat die niet ver weg zijn, maar recht voor je neus staan. Je moet ophouden te vergeten dat je al een gast in Gods huis bent. En wanneer je dat beseft dan is iedere weg die je verder gaat een weg naar verlossing.

De weg, de waarheid en het leven

‘Ik ben de weg, de waarheid en het leven.’ Hoorden wij Jezus zeggen in het Johannesevangelie van zojuist. In mijn overweging ging het vooral over de ‘weg’ die Jezus is. Maar tot slot nog even iets over de ‘waarheid’. Daar staat in het Grieks het woord ‘alètheia’, en dat is inderdaad het gebruikelijke woord voor ‘waarheid’. Maar de herkomst van dat woord is interessant. Want het is samengesteld uit een voorvoegsel ‘a-‘ dat is een ontkenning, en een stam: ‘-lètheia’ van ‘lèthè, en dat betekent ‘(het) vergeten’. A-lètheia (‘waarheid’) is dus letterlijk ‘ont-vergeten’, of ophouden met vergeten… of ‘herinneren’. En dus ontmoeten we Jezus pas echt, wanneer we ophouden met vergeten dat we al verlost zijn.
Moge dat onze zegen zijn…

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *