Kome wat komt

Overweging op zondag 11 mei 2026
door Ineke Lamers

Bij: Jesaja 41, 17-20 en Johannes 16, 16-24

 

Nog steeds zitten we in de Paastijd, al is het einde in zicht. Vandaag wordt in de lezingen van het oecumenisch leesrooster de vraag gesteld: hoe herwin je of houd je vertrouwen nadat je wereld in elkaar gestort is, of lijkt te zijn? In Jesaja 41 is de situatie die van na de ballingschap in Babylon: het naderende herstel van Jeruzalem, Juda, de volken is in zicht. En opnieuw is de vraag: wie is die ENE? Wie is de grond onder alle bestaan? Het gaat over nieuw begin. In Johannes 16 is de meer of minder uitgesproken vraag: hoe verder nadat Jezus niet meer bij de leerlingen zal zijn? Kan dat? En hoe dan? Wat gaat er verloren, wat blijft er achter, wat wordt er gevraagd en gegeven?

Daarnaast is het vandaag ook Moederdag. We zijn allen uit een mens geboren. In iemand zijn wij ontstaan, gegroeid, door iemand zijn wij ter wereld gebracht. Wat een toeval dat Johannes vandaag het beeld van een barende vrouw oproept om zijn punt te maken. Of ie dat zo geslaagd doet, valt wat mij betreft nog te bezien…

Aankondiging van heling en herstel

Water! Onmisbaar op deze aarde. Zonder water kunnen wij niet leven. Daarom is het beeld in Jesaja zo sprekend: ‘Armen en behoeftigen zoeken water – niets! Hun tong verdroogt van de dorst.’ De  redding komt van de ENE: rivieren en bronnen en meren, zelfs op plaatsen waar je het niet verwacht. En dan komt er leven: ceder en acacia, mirte en olijf, den, cipres, kamperfoelie zullen groeien en bloeien en geuren. Uit water zijn ook wij trouwens ook allemaal geboren…

Deze verzen komen uit een lofzang op de betrouwbaarheid en kracht van de ENE, de God van het verstrooide volk Israël dat weer verenigd wordt na de ballingschap. Het is een en al aankondiging van heling en herstel na rampzalige gebeurtenissen die Israël in de visie van de schrijvers aan zichzelf te danken heeft door ontrouw en zwakte.

Rampspoed en belofte

Ook in de Johanneslezing van vandaag, onderdeel van een lange toespraak van Jezus bij het Pesachmaal, is er dreigende rampspoed én belofte. Judas Iskariot is met het aanreiken van een stuk brood door Jezus al geïdentificeerd als degene die hem zal overleveren aan zijn tegenstanders en is op pad gegaan. Jezus kondigt aan in het eerste vers van onze lezing: ‘Nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug’.

Een paar van de aanwezigen beginnen onderling te ‘smiespelen’: ‘Wat betekent dat: nog een korte tijd en jullie zien me niet meer, maar kort daarna zien jullie me terug?’ Voor de zekerheid herhalen ze ‘t nog een keer: ‘Voor een korte tijd, wat bedoelt ie?’ Zien, niet meer zien, toch terugzien: het roept vragen naar een verklaring op.

In vers 20-24 is het perspectief anders: het verdriet van het niet meer zien wordt aangekondigd, evenals de vreugde van het terugzien. Ze worden als elkaar opvolgend voorgesteld, eerst het een en dan het ander. De vergelijking wordt gemaakt met de pijn en de vreugde van een vrouw die moeder wordt door een kind te baren. De pijn zou worden vergeten als het kind er eenmaal is. Ik weet niet uit eigen ervaring of dat waar is. Maar ik vind het een raar idee: alsof een kind dragen en baren niet een van de meest intense ervaringen is in een mensenleven, of het je nou gemakkelijk afgaat of dat het verschrikkelijk is of iets er tussenin. Waarom zou je de pijn van het baren, van nieuw leven voortbrengen, eigenlijk moeten vergeten? Is het niet zo dat de vreugde ook samenhangt met weet hebben van wat het nieuwe leven gekost heeft aan bloed, zweet en tranen?

Die leerlingen die zich nu afvragen hoe verder: hebben zij misschien ervaren dat de latere vreugde juist voortkwam uit het intense verdriet en onbegrip? Vreugde die volmaakt is kan alleen vanuit het niet-vreugdevolle, het moeilijke en zware herkend worden lijkt mij. Wat is vreugde als er niet ook verdriet is? Wat is gemis als er niet ook een besef van aanwezigheid is of is geweest?

Een nieuw perspectief

Is het niet juist de totale ervaring van Jezus’ leven, lijden en dood die op allerlei manieren ontregelend was en zal blijven? Is het niet juist vanuit de ontregeling van de gewone verwachtingen dat een nieuwe verwachting geboren kan worden: de dood van Jezus is niet het einde van de toekomst. Het leven van de leerlingen ís al onontkoombaar veranderd. Ze kunnen niet meer terug, al zouden ze het willen. Er is een nieuw perspectief ontstaan: niet meer het begrijpen staat voorop maar het anders leven, in verbinding met de bron die Jezus zijn Vader noemt. Aan die ENE mogen zij straks hun vragen stellen: niet die vragen om een verklaring van eerder, maar de vragen die een gebed zijn.

Eigenlijk zit in deze lezing Pasen, Hemelvaart en Pinksteren: een continuïteit van aanwezigheid en bezieling door de dood heen, door de tijd heen. Want de ENE is een blijvertje: hoewel zijn zoon uit beeld verdwijnt, verdwijnt niet de band tussen zoon en vader. En de leerlingen worden in zekere zin dicht bij de God van Jezus gebracht.

Wij kunnen alleen woorden ontmoeten, Jezus niet meer. En een sterke verwachting van terugkeer, het einde van de tijd: ik vermoed dat de meesten van ons dat niet zo hebben. Het is misschien wat te groot.

Maar… wat als we Jezus zien in elke mens die lijden moet door wat we elkaar aandoen, elke mens die lijdt door wat gewoonweg bij dit kwetsbare bestaan hoort? Wat als we hem zichtbaar zien worden in grote daden van vrede en gerechtigheid, in het kleine dagelijkse goede? ‘Alles wat jullie hebben gedaan voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan’, zo klinkt het in het evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 25, vers 40.

Durven vertrouwen

Wat als dit korte lichte lange eigen leven altijd weer doorschenen wordt door het licht van de hoop dat de ENE nooit loslaat waaraan haar hand ooit begon, zoals zij ook Jezus niet losliet? Wat als we durven vertrouwen dat er altijd weer ergens levend water te vinden is, wat als wij dat water voor elkaar zouden zijn? Uit kracht van de Gekruisigde, in het vertrouwen op de ENIGE, in beweging gebracht door de Geest?

Kome wat komt?

Dat zou een zegen zijn! Amen.

 

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *