Als duiven en slangen

Overweging op zondag 14 juni 2026 door Kees de Groot

Bij: Jesaja 12,1-6 en Mt 10,16-33

 

Het moment dat tot mij doordrong dat er houtrot zat in het Koninkrijk der Nederlanden staat mij helder voor de geest. Ik woonde nog bij mijn ouders in Den Helder boven de kruidenierswinkel en was in afwachting van de komst van mijn Amsterdamse studievriend Peter Habibuw om de zoveelste versie van ons werkstuk over de Nederlandse godsdienstsociologie te bespreken. Ik was al zo vaak bij hem op de Amstelveenseweg geweest – hij kwam graag eens mijn kant op, al was ik dan een verre spoorstudent. De bel ging, ik stommelde de trap af, deed de deur open en zag hem staan met twee politieagenten. Ze keken even in mijn richting, mompelden iets en gingen weg.

Ze hadden hem tot zijn verbijstering om zijn identiteitspapieren gevraagd. Ik was ook verbijsterd, en woedend, en schaamde me denk ik ook voor mijn stad. We overlegden. Ik vond dat we naar het politiebureau, dat om de hoek lag, moesten gaan om ons beklag te doen. De dienstdoende agent daar bleek Rob, een goede kennis van ons gezin. Hij overlegde even met de agenten en die zeiden dat het best vaak voorkwam dat iemand die gezocht werd of illegaal was zomaar ergens aanbelde om aan de politie te ontkomen. Het was dus eigenlijk niet zo vreemd wat ze gedaan hadden. Kennelijk kun je er zomaar uit worden gepikt – tenminste, als je zwarte krullen hebt. Deze verklaring nam mijn verontwaardiging niet weg, maar daar werd niets mee gedaan. Excuses kwamen er niet. Wel hoorde ik naderhand via mijn vader dat Rob ‘mij nog nooit zo boos had meegemaakt’. (Maar wie weet hoe ons protest nog heeft doorgewerkt.)

De weg van discipelschap

Discriminatie, intimidatie en machtsmisbruik zijn dus niet van vandaag of gisteren en zijn niet pas door populistisch, radicaal- of extreemrechts geïntroduceerd. Maar de opmars van een openlijk beleden politiek van uitsluiting is wel de reden geweest dat de Raad van Kerken afgelopen april een rapport heeft uitgebracht over de omgang met radicaalrechts gedachtegoed. En dan nog speciaal omdat daarin nogal eens wordt geschermd met termen als ‘de christelijke beschaving’ die dan door anderen – moslims, buitenlanders, niet-blanken – zou worden bedreigd. De kerken nemen afstand van dit exclusieve nationalisme en pleiten voor een gesprek waarin wordt geluisterd én duidelijk wordt getuigd van christelijke waarden – waarden die kerken, christelijke organisaties en partijen zelf overigens lang niet altijd in praktijk brachten of brengen. Het wordt en passant toegegeven, maar deze bekentenis lijkt me zelf het belangrijkste van het verhaal.

Centraal in de handreiking staat het begrip discipel, leerling, volgeling. We moeten de weg gaan van discipelschap. Wat betekent dat? We hoorden er zojuist over in het evangelie volgens Matteus. In de toespraak waarmee Jezus zijn eerste discipelen op weg stuurt, zit een buitengewoon ongemakkelijke ambivalentie. Aan de ene kant krijgen ze de instructie om te verkondigen dat het koninkrijk der hemelen, de ideale samenleving van godswege waarvan hij de fundamenten heeft geschetst in de Bergrede, eraan komt. Als rondreizende bedelmonniken annex gebedsgenezers annex volkspredikers brengen ze heil, genezing en goed nieuws.  Aan de andere kant is er kennelijk tegenstand te verwachten. Persoonlijk aangevallen worden omdat je opkomt voor de mensen aan de onderkant van de samenleving – we zijn er tegenwoordig niet eens meer verbaasd over. Ze zullen vervolgd worden, zoals Jezus zelf ook vervolgd zal worden. Er klinkt weliswaar drie keer de geruststelling ‘Wees niet bang!’, maar helemaal gerust stelt dat toch niet. Er is kennelijk wel alle aanleiding om bang te zijn. De voorspelling van arrestatie, marteling, zelfs tot de dood erop volgt, is zo indringend, dat die de wij-zij-tegenstelling bijna lijkt op te roepen. De zinsnede ‘ze zullen je […] geselen  in hun synagogen’ is één van de zinnen uit dit evangelie die in de christelijke traditie op een afschuwelijke manier weerklank hebben gevonden. Er zijn vijanden daarbuiten die het op je gemunt hebben.

Overstijgen van wij-zij

Als deze toespraak zo verstaan wordt, komen we inderdaad in een gepolariseerde wereld terecht waar zowel de Bergrede als het rapport van de kerken ver vandaan wil blijven. Heb immers je vijanden lief, bewijs hen goede daden, pleeg geen geweld maar breek de macht van het kwaad. Jezus spreekt tot leerlingen die anderen tot leerlingen moeten maken: zó breekt het koninkrijk der hemelen baan in deze wereld. Er is geen wij die anderen een lesje moeten leren. Allen worden uitgenodigd om hun denken te vernieuwen en hun leven om te gooien. En ik voeg daaraan toe: zelfs Jezus. In zijn zendingsrede stuurt hij de twaalf eerste discipelen uitdrukkelijk en exclusief naar de verloren schapen van het huis van Israël. Maar deze toespraak is nog van vóór de bekering van Jezus. Deze is u wellicht niet bekend, dus ik neem even een zijpad.

Niet lang nadat Jezus zijn leerlingen op missie heeft gestuurd, na het bericht dat Johannes de Doper is geëxecuteerd, ontvluchten Jezus en zijn volgelingen tóch het grondgebied van Israël en nemen de wijk naar het noorden, naar Tyrus en Sidon in het huidige Libanon, dat nu geteisterd wordt door de aanvallen van het moderne Israël. Daar ontmoet hij een zogenoemde Kananese vrouw, die helaas anoniem is gebleven. Ze vraagt hem om hulp maar wordt tot drie keer toe genegeerd en weggestuurd. Vervolgens weigert Jezus botweg met de beruchte woorden: ‘Het is niet goed het brood voor de kinderen aan de honden te geven.’ Deze vrouw is echter niet voor één gat te vangen en zegt: ‘Klopt, want de honden eten de kruimels die van tafel vallen.’  Zo overtuigt zij hem ervan om ook de mensen van háár volk te helen. Ook Jezus moest het wij-zij denken overwinnen. En dat deed hij dankzij haar. En zo kwamen ook wij in aanmerking om bereikt te worden door deze joodse rabbi.

Scherpzinnig als een slang en onschuldig als een duif

Dat deed ze op een manier die prachtig laat zien wat het betekent om scherpzinnig als een slang en onschuldig als een duif tewerk te gaan. Niet in de aanval, maar argeloos aansluitend bij wat Jezus zegt, om hem ondertussen tactisch zo te krijgen waar ze hem hebben wil.

Is het niet prachtig? Jezus stuurt zijn leerlingen op pad om te verkondigen, maar hij wordt zelf op een ander spoor gebracht, en bejegend op precies de manier die hij zijn leerlingen heeft voorgehouden. Ik leer hieruit dat de weg van het discipelschap radicaal behelst dat je nooit ervan uit kunt gaan dat je de waarheid aan je kant hebt staan. Die moet in het gesprek ontdekt worden waar mensen tegenover elkaar getuigen waar ze voor staan.  Dàt is de weg van discipelschap. In een ongemakkelijk en schurend gesprek met elkaar leren wat waarheid is, wat het betekent om er te zijn, om mens te zijn.

Bij mij zag zo’n ontmoeting er een keer ongeveer zo uit. Het was in de dagen na de moord op Theo van Gogh. De sfeer in het land was nogal opgewonden en ik was, vrees ik, zelf niet helemaal gevrijwaard gebleven van een zekere hysterie. Ik had mijn fiets neergezet bij de supermarkt op het Mortelplein en wilde het trottoir over steken om de winkel binnen te gaan. Daar scheurde een jongetje, donkere kop met haar, op zijn fiets voor me langs. Ik werd, laten we zeggen, disproportioneel boos. Ik riep hem zeer geïrriteerd toe dat hij iets deed wat niet mocht. Een week later fietste ik zelf dit trottoir op om mijn fiets te parkeren. Daar was onze coureur weer. ‘U mag hier niet fietsen, mijnheer!’ Eerst dacht ik zelfs nog bozig: wijsneus!, maar later ging bij mij het licht aan. Deze helaas anonieme jonge bewoner van Zorgvlied-Zuid ben ik – zonder dat hij daar weet van heeft – veel dank verschuldigd.

Wees niet bezorgd, zei Jezus. Het is de Geest die in jullie spreekt. Jazeker. En bij voorkeur in buitenlandse vrouwen en jongetjes op de fiets.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *