Van vergelding en vergeving
Overweging op zondag 13 september 2026
door Arthur van Tongeren
Bij: Exodus 32, 7-14 en Matteus 18, 21-35
Het is weer eens het oude liedje in de eerste lezing van vandaag: het volk is de weg en het zicht op De Ene kwijt. Ze zijn nauwelijks bevrijd uit het slavenhuis Egypte, of het gaat al mis. Terwijl Mozes, hoog op de berg, van De Eeuwige de stenen tafelen en alle regels en wetten ontvangt, worden zij daar beneden ongeduldig en maken een gouden stierenbeeld. Zij buigen voor een idool, een afgod. Precies datgene waarvan die nieuwe God – die van Abraham, Isaak en Israël – hen verlossen wil. Geen afgoderij en offers meer, geen beelden om voor te buigen, maar enkel een Stem, een wijzend Woord dat toekomst geeft. En De Ene is het beu: “Mijn brandende toorn zal hen verteren.” Heel herkenbaar, denk ik. Als jou onrecht wordt aangedaan, dan wil je dat op een of ander manier rechtzetten, vergelden, toch? Zelfs God laat zich hier blijkbaar toe verleiden… Maar Mozes vindt het een minder goed idee. Met een beroep op de ooit gedane belofte aan zijn voorvaderen, weet hij De Ene ertoe te bewegen af te zien van deze wraakoefening. Vergelding wordt tot mededogen zou je kunnen zeggen. Vergeven is het ze echter niet. In het leerdicht Het lied van de aarde laat Huub Oosterhuis de ‘Stem van God’ dan ook zeggen: “Zeven maal komt de wraak, zeven maal zeventig komt mijn ontferming. Ik zal er zijn, in allen die zich ontfermen over elkaar, de aarde dienen en hoeden, de chaos keren. Vrees niet. Ik zal er zijn in mensen.”
De chaos keren
Hoe doe je dat, je ontfermen over de ander, de chaos keren? Misschien vraagt ook Petrus zich dit wel af, wanneer hij Jezus vraagt hoe vaak je iemand die tegen je zondigt moet vergeven. Tot zevenmaal toe? En Jezus antwoordt hem: “Niet tot zevenmaal toe, maar tot zeventig maal zeven.” Die getallen komen niet zomaar ergens vandaan. Na de moord op zijn broeder Abel wordt Kaïn verbannen uit Eden. En De Ene belooft hem “Als iemand jou doodt, zal dat zevenmaal aan hem worden gewroken.” Lamech, een nazaat van Kaïn, doet er nog een schepje bovenop. Hij zegt: “Kaïn wordt zevenmaal gewroken, Lamech zevenenzeventig maal.” Nu moet je getallen in de Bijbel nooit zomaar als een vaste waarde beschouwen. Zevenmaal betekent eigenlijk al zoiets als ‘steeds opnieuw’, ‘altijd weer’. En dat keer zeventig, dat is oneindig vaak. Ofwel, hoe groot de schuld ook is, je moet de ander altijd vergeven. Ter illustratie vertelt Jezus vervolgens de parabel over die onrechtvaardige dienaar. Terwijl hemzelf een onbetaalbaar grote schuld wordt kwijtgescholden door zijn heer, kent hij vervolgens geen mededogen met een mededienaar die hem een klein bedrag schuldig is. Blijkbaar is dat zelfs moeilijk voor hem. Jezus’ antwoord aan Petrus komt hiermee wel in een heel bijzonder perspectief te staan. En laten we het maar eerlijk toegeven, het valt niet mee om iemand die je iets misdaan heeft te vergeven, al is het maar één keer. Meestal denken we eerder aan vergelden.
De oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn
Als je een viering moet maken, kijk je met andere ogen heb ik al vaak gemerkt. Met in gedachten een lezing of een bepaalde thematiek, plaats je dingen die je hoort, leest of ziet in een ander perspectief. Zo ervaarde ik ook afgelopen zomer weer. Ik geef u twee voorbeelden. Tijdens onze vakantie in Limburg, bezochten we de oorlogsbegraafplaats in Ysselsteyn. Ik was daar drie jaar geleden als eens op de racefiets, maar met plaatjes onder je schoenen is het lastig lopen, dus ik had toen slechts een eerste indruk. Die was overigens indrukwekkend genoeg! Hier liggen 32.000 mensen begraven, voornamelijk Duitse dienstplichtige soldaten uit de Tweede Wereldoorlog. Onafzienbare rijen grijze kruisen op een licht golvend terrein – een betere illustratie van de zinloosheid van oorlog is er niet. Maar goed, het gaat om het verhaal erachter. Deze begraafplaats ligt aan de naar kapitein L.J. Timmermans vernoemde weg. Hij werd in 1940 krijgsgevangen gemaakt, werd vrijgelaten en kwam (na verzetsactiviteiten en onderduik) na de bevrijding van Zuid-Nederland weer in dienst, bij de compagnie bom-opruiming. Na nog geen week raakte hij gewond door een ontploffende Duitse mijn. In het hospitaal waar hij verzorgd werd, waren ook gewonde Duitse krijgsgevangenen. Met een daarvan raakte hij bevriend, waardoor zijn door de oorlog gevoede vooroordelen jegens Duitsers kantelden. De band die hij ontwikkelde met de Duitse soldaat werd hem door zijn superieuren en kameraden niet in dank afgenomen, maar bepaalde mede zijn latere inzet voor het realiseren van een centrale Duitse militaire begraafplaats op Nederlandse bodem. En ik dacht door dit verhaal: die man heeft niet één keer een mens vergeven, maar misschien wel duizenden keren. Zo doe je dat dus, je ontfermen over anderen en de chaos keren…
Passiespelen in Tegelen
Je moet stevig in je schoenen staan om je eigen weg te durven kiezen en deze consequent te blijven volgen, zoveel is zeker. Waar dat naar mijn mening mooi tot uitdrukking werd gebracht (tweede voorbeeld), was in de nieuwe versie van de Passiespelen in Tegelen. Schrijver Frans Pollux laat de menselijke kant van Jezus (en anderen) sterk naar voren komen. Jezus zweert het gebruik van geweld af, strijdt enkel met woorden, hij laat zich niet door anderen overtuigen te vechten. Hij wil de mensen veranderen, niet de wereld, zegt een leerling. Hij geeft de mensen hoop, spreekt hun verbeelding aan dat anders kan, beter. Maar dan jaagt hij opeens met enig geweld de handelaars uit de tempel. Het leidt tot een prachtige dialoog. Judas: ‘Zie je, ik wist dat je het in je had.’ Jezus: ‘Ik liet me gaan.’ Judas: ‘Je trok een grens.’ Jezus: ‘De keizer trekt grenzen en zie waar dat toe leidt. Het goede is grenzeloos.’ Misschien deed hij wel het juiste, maar niet het goede. Je moet, denk ik, niet alleen de ander maar ook jezelf kunnen vergeven als je zondigt – bijvoorbeeld tegen je eigen principes. Als je wilt dat deze wereld een betere plaats wordt voor iedereen, moet je niet doen als de keizer, maar leven naar het Woord. Je ontfermen over de ander, de chaos keren, vergelding ombuigen naar vergeving. En stug volhouden, met dat eens gegeven visioen voor ogen, zelfs al kost het je je kop.
Opnieuw geboren worden
Het visioen voor ogen houden, hopen, nee geloven dat het kan, dat het ooit waar zal zijn. Dat visioen klinkt ook door in het lied dat we zo gaan zingen: “Zevenmaal opnieuw geboren, kleingekregen uitgeworpen, wordt een mens om mens te worden. Zeventig maal zeven bomen zullen bloeien waar wij wonen, licht zal op het water stromen.” Het gaat hier niet over zevenmaal vergeven (of toch wel?), maar over opnieuw geboren worden. We moeten mens worden, om dat rijk binnen te kunnen gaan waarover Jezus spreekt. We moeten worden als kinderen (kleingekregen?) hoorden we vorige week nog (Mat. 18,3). Dan komen we misschien in dat beloofde land, waar zeventig bomen bloeien. Het volk Israël vond ze in de woestijn, zeventig dadelpalmen en twaalf bronnen, in Elim. Ook in de psalmen klinkt dit beeld door, bijvoorbeeld in psalm 1: ‘Jij bent een boom geplant aan levend water, die goede vruchten geeft.’ Water staat in de Bijbel vaak voor de Thora, de Tien Woorden. Wie zich richt naar de Thora zal leven, vrucht dragen.
Het leven is soms moeizaam, kan pijn doen. Maar soms wordt je de kracht gegeven om op te staan, om verder te gaan op je tocht door het leven en zo meer en meer mens te worden. Met voor ogen dat prachtige visioen van een tuin, een stad, een plaats van licht en recht en vrede. Het is nog niet zo ver. Misschien nog wel bij lange na niet. Maar we mogen ervan zingen.



Plaats een Reactie
Meepraten?Draag gerust bij!