Volk van God?

Overweging op zondag 4 oktober 2026 door Nico Meijer

Bij: Jesaia 5,1-7  en  Mattheus 21, 33-43

 

De gelijkenis van de boze wijnbouwers die de knechten van de eigenaar mishandelden, verwijst naar de geschiedenis van het Joodse volk, dat de door God gezonden profeten keer op keer afwees en ombracht. Ook de zoon van de eigenaar tenslotte, Jezus zelf dus, werd door de wijnbouwers, de leiders van het volk, gegrepen en gedood.

De Joden, zo zegt Mattheus, hebben zich op die manier van God afgekeerd. Ze waren het uitverkoren volk, hadden een Verbond met Jahwe, maar hebben het verbruid. Mattheus schrijft, dat de Joden de titel ‘Volk van God’ onwaardig zijn geworden. De volgelingen van Jezus, de jonge Kerk, heeft vervolgens die titel overgenomen, zichzelf toegeëigend, opgeëist als het nieuwe ‘Volk van God’. In de woorden van Mattheus zelf: ‘Het Rijk Gods zal u worden afgenomen en het zal gegeven worden aan een volk dat zijn vruchten opbrengt.’ Het Joodse volk kwam in het verdomhoekje te zitten.

Scheiding tussen Joden en Christenen

In de loop van de kerkgeschiedenis heeft deze zienswijze van Mattheus – de andere evangelisten hebben die niet – geleid tot een steeds grotere scheiding tussen Joden en Christenen. En toen in de vierde eeuw het concilie van Nicea verklaarde dat Jezus ‘één met de Vader’ was en Hem zo een goddelijke status gaf, werden de Joden van lieverlee zelfs Godsmoordenaars genoemd. Dat frame, deze voorstelling van zaken, heeft tot in de twintigste eeuw stand gehouden. Onder anderen  Maarten Luther had geen goed woord over voor de Joden. En in mijn jeugd werd op Goede Vrijdag nog steeds gebeden voor de bekering van de ‘perfide Joden’:  de trouweloze Joden.

Verandering in zienswijze

Pas het Tweede Vaticaans Concilie in de jaren zestig van de vorige eeuw heeft deze zienswijze bijgesteld. Men zag in dat Jezus niet door ‘de Joden’ – het joodse volk- was gekruisigd, maar door de Romeinen, weliswaar met goedvinden van de Joodse leiders van die tijd. Men zag in, dat je Jezus niet zomaar met God kon vereenzelvigen en dat de term  ‘Godsmoordenaars’ dus buiten proportie was. En men begreep, dat de Kerk, de jonge kerk, niet zomaar de titel ‘Volk van God’ voor zich kon opeisen. Het is geen titel die men zich kan toe-eigenen, een etiket dat je jezelf kunt opplakken. Die titel is een eerder een opdracht, een programma, een weg te gaan, een ideaal dat je wilt nastreven, een proces van permanente uitzuivering, hervorming, zelfkritiek.

‘Volk van God’: geen eretitel, maar een programma.

Heil ook buiten de katholieke kerk

Naast de rehabilitatie van de Joden heeft het Tweede Vaticaans Concilie gezegd, dat ook in de niet -christelijke godsdienst “heil” te vinden was. Lange tijd daarvoor ging men er vanuit, dat er ‘buiten de Kerk – de Katholieke Kerk – geen heil’ was.

Wat betekent dat: ‘heil’? Heil is Godsverbondheid, Godsbesef en vanuit dat besef een ethische levenswandel. Liefde tot God en liefde tot de mensen.

‘Heil’: Godsverbondenheid en ethische levenswandel.

Een engel met lichtgetinte huidskleur

Enkele weken geleden reden Daniëlle en ik met de auto door Brussel, toen op een druk kruispunt de auto, haar nieuwe auto,  stilviel en er op het dashbord allerlei lichtjes gingen knipperen. Paniek. De auto was niet meer vooruit te krijgen.

Er stopte een auto vóór ons, die zijn knipperlichten aandeed. Er stapte een jongeman uit: joggingpak, zwart baardje, lichtgetinte huidskleur. Ik schoot onmiddellijk in de ‘Opsporing Verzocht’-modus. Wat wilde die man? Ik vertrouwde het voor geen cent.

Hij vroeg of hij kon helpen. Hij kon de auto naar de kant van de weg rijden. Hij kreeg motor weer aan de praat en reed hem naar de busbaan bij een bushalte. Hij parkeerde zijn eigen auto in een zijstraat en bood aan de Touring Secour, de Belgische ANWB te bellen. Dat lukte, maar het kon wel even duren. Ze zouden hem terugbellen. Hij bleef bij ons, ondanks de warmte – het was die dag 37 graden – en vertelde dat hij “Braïm” heette: onmiskenbaar een moslimnaam. Vervolgens moest hij nog even weg, maar een kwartiertje later kwam hij terug met de boodschap dat de ANWB had gebeld en dat ze eraan kwamen, en hij bracht twee flesjes fris water voor ons mee. Hij wilde er niets voor hebben.

Wij stonden paf. Goedheid om niet. Daar was ‘heil’geschied. Een engel met een lichtgetinte huidskleur.  En ik was beschaamd over mijn vooroordeel.

Vijf minuten later kwam de ANWB om ons weg te slepen.

We waren een ervaring rijker: God woont dus ook bij de moslims.

Amen

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *