Brood en leven

Overweging op zondag 11 oktober 2026 door Jan Glorius

Bij: Nehemia 9: 15 – 20 en Mattheus 14: 13 – 21

 

We lezen vandaag het verhaal van de wonderbaarlijke broodvermenigvuldiging. Of liever gezegd: we lezen één van de verhalen over de broodvermenigvuldiging.
Het verhaal staat zes keer in de Heilige Schrift. Alle vier de evangelisten doen er verslag van,  Marcus en Mattheüs zelfs twee keer.

Dit wonder kan natuurlijk méér dan één keer hebben plaatsgevonden, dat is dan een goede reden om er meermaals verslag van te doen. Uiteraard verschillen de details in al die verhalen en liggen er andere accenten. Zo staat de versie uit Mattheüs die we vandaag lezen bol van de verwijzingen naar het oude Testament, met name de psalmen.

Jezus wordt geportretteerd als de Goede Herder die de kudde – het volk van God – neerzet in de groene weide. Op zich al een wonder dat er in een dorre streek plotseling genoeg gras is waar een grote menigte op kan gaan zitten.

Twaalf manden brood blijven er over voor de twaalf stammen van Israël of voor de twaalf apostelen die het brood – symbool ook voor het Woord – verder moeten verspreiden. Toch is die link met de oude geschriften niet de insteek van mijn overweging.

Ik vind dat je deze versie van het verhaal niet los kunt zien van de context, die ronduit schokkend is. En dat doet iets met Jezus.

De dood van Johannes

Toen Jezus hiervan hoorde, week hij per boot uit naar een afgelegen plaats waar Hij alleen kon zijn.

Zo begint de tweede lezing van vandaag uit het evangelie volgens Mattheüs. Dat roept de volgende vragen op: Wat hoorde Jezus?, Waarom week Hij uit?, Waarom wilde Hij naar een eenzame plaats om alleen te zijn?

We slaan een bladzijde terug. Daar lezen we over de dood van Johannes de Doper. Het is een verhaal dat al even gruwelijk als bizar is. Je kent het verhaal: Herodes viert zijn verjaardag – nee, niet met een vechtgala of een militaire parade, maar met een danseres.

Hij heeft geen Jeffrey Epstein nodig, want er is al een meisje: de dochter van Herodias. Die Herodias is dan weer de vrouw die Herodes van zijn broer had afgepakt. De danseres maakt met haar – ongetwijfeld wulpse – dans grote indruk op Herodes en zijn gasten. Als beloning krijgt ze uiteindelijk het hoofd van Johannes de Doper op een schaal aangereikt. Dat is de ultieme wraak van Herodias, omdat Johannes ronduit zei dat het schandalig was dat zij en Herodes als vrouw en man door het leven gingen. Mensen aan de top van de macht kunnen nu eenmaal slecht tegen kritiek. Het is een afschuwelijke gebeurtenis vol jaloezie, wellust, wraakzucht, machtsvertoon en minachting voor het leven van een mens. De leerlingen van Johannes komen het slechte nieuws aan Jezus vertellen.

Het verdriet van Jezus

Jezus en Johannes zijn geestverwanten. Zij verkondigen beiden dezelfde boodschap: de eindtijd breekt aan, het Koninkrijk van God breekt door. Iedereen moet tot inkeer komen: dat is hun radicale boodschap.

Jezus én Johannes hebben bovendien de moed om tegen de ontsporingen van de gevestigde wereldse én religieuze orde te ageren. Dat protest is gevaarlijk: het kost Johannes zijn kop en ook Jezus weet dat Zijn leven gevaar loopt. Maar Hij weet ook dat het nog niet Zijn tijd is. Dáárom wijkt Hij uit om even wat afstand van de macht te hebben.

Maar ik denk dat Jezus ook om een heel persoonlijke reden naar een eenzame plaats wil. Jezus wil tijd en ruimte om te rouwen over de dood van de zo door Hem geliefde Johannes, die immers een familielid van hem was en waarschijnlijk ook zijn leermeester; door wie Hij zich bovendien liet dopen.

Brood genoeg voor iedereen

Maar Zijn plan om alleen te zijn op een eenzame plek mislukt! Een grote menigte heeft Hem onmiddellijk gevonden. En dan lezen we die prachtige zin: ‘Toen Jezus uit de boot stapte en de grote menigte zag, voelde Hij medelijden met hen en genas hun zieken.’

Jezus zet onmiddellijk zijn eigen emoties opzij: zijn verdriet en rouw, zijn verontwaardiging over wat Johannes overkwam, zijn boosheid over alles wat er misgaat in de wereld. En wellicht ook de angst voor wat Hem te wachten staat.

Even is voor dat alles geen tijd. Jezus kán niet anders dan medelijden hebben met de mensen en hen genezen. En méér dan dat. Hij zorgt voor brood: brood genoeg voor iedereen.

Nehemia

En daarmee staat Jezus in de Bijbelse traditie. In de eerste lezing van vandaag brengt Nehemia ons in herinnering hoe God zorgt dat we in leven blijven op onze barre tocht door de woestijn:

Wanneer ze honger hadden gaf U het brood uit de hemel, wanneer ze dorst hadden liet U water voor hen uit de rots stromen.

En dat ondanks het feit dat wij koppige, eigenwijze mensen zijn, die maar al te snel de geboden van God vergeten en ook al het wonderlijke dat Hij voor ons doet, die God tergen door achter valse goden aan te lopen. Zoals Nehemia zegt:

Maar U bent een God van vergeving, genadig en liefdevol, geduldig en trouw. U verliet hen niet.

In Jezus wordt dit Woord opnieuw waar.
Bij Hem is genezing.
Hij is het levende water.
Bij Hem is brood in overvloed.

Het brood delen met elkaar

Er valt iets op bij de manier waarop het brood uitgedeeld wordt. Jezus spreekt een zegengebed uit, breekt het brood en geeft het aan zijn leerlingen.

Hij deelt het brood niet zelf uit. Dat moeten de leerlingen doen, dat moeten wíj zélf doen. De zegeningen die we van God ontvangen moeten we delen met elkaar: God doet dat niet voor ons: het is ónze taak dat te doen. Als wij delen wat we van God in handen krijgen, is er genoeg voor iedereen. Dat mag je gerust een wonder noemen.

Verzet

We kunnen de broodvermenigvuldiging ook lezen als een daad van verzet tegen Herodes. Tegenover het Koninkrijk van de niets en niemand ontziende tiran Herodes, stelt Jezus een ánder Koninkrijk. Een Koninkrijk van medemenselijkheid, van genezing, van zorg voor elkaar. Van gerechtigheid en vrede. Hij laat zien dat het anders kan.

Wie de kranten leest en het journaal kijkt, wordt al gauw moedeloos en machteloos tegenover alle triestheid in de wereld. De grote leiders in onze tijd zijn net zo machtsbelust, roekeloos, hebzuchtig en praalziek als Herodes, en al even onverschillig als het om mensenlevens gaat.

Wat kunnen wij daartegen doen? Ons machteloos voelen…? Of kunnen we misschien toch iets doen. Hoe simpel en klein ook…

We kunnen, net als Jezus, het tegenovergestelde doen van wat die machtsmisbruikers doen. We kunnen laten zien dat het anders kan.

Ook al hebben we niet de wijsheid, dapperheid of het doorzettingsvermogen van Navi Pillay, die deze week de Nobelprijs voor de Vrede won, we kunnen in kleine kring soms wél een verschil maken. Waar er strubbelingen en onenigheden zijn in onze familie- of vriendenkring kunnen we pogingen doen tot verzoening, verbinding en wie weet zelfs vergeving. Tegenover alle list, bedrog, manipulatie en intimidatie in politiek, op sociale media en in het bedrijfsleven kunnen wij eerlijke en betrouwbare mensen zijn. Onze kracht zit niet in spierballentaal en een grote mond, maar in een moedig weerwoord waar negatieve opmerkingen klinken over asielzoekers, homo’s, lesbo’s of milieuwappies.

Voor ons is ieder mensenleven waardevol, vooral het kwetsbare. En dat kunnen we laten zien als mantelzorger, vrijwilliger, trouwe vriend of vriendin, goede buur…

Onze kracht zit in geloof, hoop en liefde!

Doe dus maar iets goeds.
Doe maar wat je kunt.
Doe maar wat bij je past.
Doe maar wat op je weg komt.

Dan komt het Koninkrijk van God vanzelf een stukje dichterbij.

En tot slot…

Hoe het met Jezus verder ging die dag?

We bladeren nog even een bladzijde door. Daar lezen we het volgende: ‘Meteen daarna gelastte Hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant.’ Hij zou ook komen nadat Hij de mensen had weggestuurd. Toen Hij de mensen weggestuurd had, ging Hij de berg op om er in afzondering te bidden. ‘De nacht viel en Hij was daar helemaal alleen.’

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *